Jong Oranje plaatst zich op EK voor halve finale

Het Nederlands voetbalelftal tot 21 jaar heeft gisteravond de halve finales van het EK in Portugal bereikt. Jong Oranje versloeg in de laatste groepswedstrijd Italië met 1-0. Het enige doelpunt werd in de 75ste minuut gemaakt door invaller Daniël de Ridder. Frankrijk is donderdag de volgende tegenstander.

Jong Oranje eindigde door de overwinning als tweede, achter Oekraïne. Regerend Europees kampioen Italië verzamelde net als Oranje in totaal vier punten. Maar het onderlinge resultaat is bij een gelijk aantal punten doorslaggevend.

Dat het elftal van bondscoach Foppe de Haan zich tot de beste vier ploegen van Europa mag rekenen, leek lange tijd uitgesloten. Jong Oranje maakte de eerste wedstrijden een matige indruk. Het openingsduel tegen Oekraïne ging terecht met 2-1 verloren. Tegen Denemarken voetbalde Nederland iets beter, maar nog altijd niet goed genoeg voor een overwinning: 1-1.

Doordat de andere uitslagen in de poule in het voordeel van Jong Oranje uitvielen, had Nederland met één gelijkspel en één overwinning genoeg voor plaatsing voor de volgende ronde.

In tegenstelling tot de eerste twee wedstrijden voetbalde Nederland tegen Italië wel goed, al had dat voor een deel ook te maken met de verdedigende tactiek van de Italianen. Zij lieten Jong Oranje de ruimte het spel te maken.

De Haan had vier wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het duel met de Denen. De Fries passeerde De Ridder en begon op het EK voor het eerst zonder echte buitenspelers. Tegen Denemarken en Oekraïne wist Jong Oranje via de vleugels nauwelijks gevaar te creëren. Romeo Castelen en Nicky Hofs kregen tegen Italië een vrije rol aan de flanken.

In het centrum van de verdediging keerde Ron Vlaar terug ten koste van Ramon Zomer. Aan de rechterkant begon Dwight Tiendalli voor het eerst dit toernooi in de basisopstelling en dat ging ten koste van Paul Verhaegh. Kort voor de defensie koos De Haan voor Demy de Zeeuw, die ook nog niet eerder als basisspeler was begonnen.

De Zeeuw was een belangrijke schakel in het positiespel. Nederland had een groot overwicht, maar wist dat niet in doelpunten om te zetten. Tot De Ridder zijn opwachting maakte. Hij stond twee minuten in het veld toen hij de bal achter doelman Curci kopte: 1-0.