‘Ik wist dat het een kansloze missie was’

Na het succes van 1988 ging het bij het wereldkampioenschap voetbal van 1990 mis met het Nederlands elftal. Toenmalig bondscoach Leo Beenhakker vertelt in een vandaag verschenen boek voor het eerst hoe dat kwam.

Koen Greven en Erik Oudshoorn

Maart 1990. Het Nederlands elftal heeft zich onder bondscoach Thijs Libregts als groepswinnaar gekwalificeerd voor het WK in Italië. Desondanks ligt Libregts onder vuur. Het vertoonde spel is vaak niet om aan te zien. Bovendien klikt het niet tussen de Rotterdammer en de spelers. Op 29 maart wordt hij op non-actief gesteld. In het weekeinde van 21 april komt de KNVB tot een akkoord met Leo Beenhakker.

Eenmaal op de hoogte van de overeenkomst opent international Marco van Basten namens Ruud Gullit en Frank Rijkaard, die allen in Milaan spelen, in De Telegraaf de aanval op Rinus Michels. De sectiebestuurder technische zaken zou bij zijn keuze voor Beenhakker als bondscoach niet gehandeld hebben naar de wens van de spelers.

De meeste internationals distantiëren zich van de kritiek. Een eerdere stemming op Schiphol had immers een verdeelde selectie opgeleverd: acht spelers spraken hun voorkeur uit voor Cruijff, vijf voor Beenhakker en twee voor Aad de Mos. Gullit heeft maandagnacht 23 april een gesprek met Michels om wat nuanceringen aan te brengen. Niet de persoon Michels, maar de aanstelling van Beenhakker zit hem dwars. Het is duidelijk wie de ‘Milanezen’ wél hebben gewild: Johan Cruijff en niemand anders.

Beenhakker, eerder tijdelijk bondscoach in 1985 toen Michels hartproblemen had, weet dan waar hij aan begint. Dat hij een strijd moet leveren voor het vertrouwen van de selectie. Een gevecht dat niet te winnen is. De ontboezeming over zijn werkelijke gevoelens en motieven om het roer van Oranje in handen te nemen, komt pas zestien jaar later. „Ik heb vanaf het begin gedacht: ‘Ik moet het niet doen’. Zeker met de kennis van de hele procedure rondom Thijs Libregts. Als een groep zich unaniem uitspreekt voor Cruijff…

„Op het moment dat Thijs zijn nek brak kwam het bekende circuit op gang. Telegraaf, Voetbal International, NOS pushten vanwege nauwe relaties Cruijff volledig en vormden mede de publieke opinie. Daar win je het nooit van. Zeker als daar dan de spelers ontvankelijk voor zijn. Als je voor de één bent, schijn je tegen de ander te moeten zijn in de voetballerij. Dan zeg je op zo’n moment: ‘Wat moet je daar doen in Italië?’”

Beenhakker onthult zijn ware beweegreden om in 1990 als bondscoach met het Nederlands elftal naar het WK te gaan. Zestien jaar lang heeft hij dit als een geheim met zich meegedragen.

„Ik heb het uitsluitend en alleen gedaan voor mijn werkvriend Michels. Ik was idolaat van die man. Ik had met Rinus een uitstekende werkrelatie. In 1985 werd dat al duidelijk toen hij me in het ziekenhuis vroeg de rest van de kwalificatie te doen. We hebben altijd een heel goed contact gehad, zonder bij elkaar over de vloer te komen. In het werk was hij mijn grote voorbeeld. Ik ben in hetzelfde tijdvak als hij bij Ajax aan de slag gegaan. Ik had niet alleen respect voor hem als vakman, ook als mens.

„Ja, ik zal je zeggen dat ik wist dat ik het niet moest doen omdat het in principe een kansloze missie was. Van Basten, Gullit, Rijkaard, Ronald Koeman, Vanenburg. Op Gullit na hadden ze allemaal al een keer onder Cruijff gewerkt bij Ajax.

„Destijds was de relatie Cruijff-Michels heel gespannen. Ik ben er blij om dat het later tussen die twee coryfeeën weer goed is gekomen. Maar op weg naar de bekerfinale in Rotterdam, toen we samen in de auto zaten, zei Michels tegen me: ‘Leo, doe het me niet aan dat ik op mijn knieën naar Barcelona [waar Cruijff woont, red.] moet gaan.’ Historische woorden. Ik weet niet wat er mis was tussen die twee, ik heb me er nooit mee bemoeid. Zeker voor zo’n autoriteit als Michels, was dat toch een groot probleem. Echt, de enige reden dat ik ja heb gezegd, is voor Rinus geweest.”

In zijn boek Het WK 1990 van Rinus Michels neemt ‘De Generaal’ dus een loopje met de waarheid als hij schrijft: ‘Ik zou er geen moeite mee hebben gehad om, als dat nodig was geweest, naar Cruijff toe te gaan om met hem te onderhandelen.’

Beenhakker stapt ook in organisatorische zin op een rijdende trein die aan alle kanten mankementen vertoont en dreigt te ontsporen.

„Het was krankzinnig wat de KNVB had geregeld. Het was niet mijn technische staf. Het was niet mijn voorbereiding en ook de hotels zou ik nooit uitgezocht hebben. Op Sicilië had ik drie weken in de kelder een heel smal kamertje waarin ik de hele dag met veel moeite langs mijn bed moest schuifelen.

„Ik wilde als assistent Dick Advocaat meenemen, (in plaats van Nol de Ruiter, red.) met wie ik ook in 1985 had gewerkt. Ik wilde andere oefenwedstrijden, eigenlijk een totaal andere voorbereiding. Alles was gereserveerd en vooruitbetaald. Daar was geen speld meer tussen te krijgen.

„Elke dag weer een persconferentie, elke dag weer verantwoording afleggen. Ook dat was dramatisch geregeld. Waanzinnig. Als coach moet het jouw situatie zijn, jíj moet er mee werken. Slechts zeventig procent kun je beïnvloeden en als dat ook al niet lukt…

„Je voelt je zo machteloos als je bepaalde zaken niet in de hand hebt. Elke keer als ik weer tegen logistieke problemen opliep, dacht ik: ‘Jongens, ik moet het niet doen, ik moet het niet doen. Dit kan nooit goed zijn. Dan moest ik weer teruggaan in mijn gedachten, waarom ik het deed. Oh, ja voor Rinus. Je werd aan alle kanten aangevallen. Maar ik wilde niet de waarheid vertellen, want dan had ik over mensen moeten praten. Ik heb er ook totaal niet van genoten. En er totaal geen plezier in gehad. Wel als ik op het veld stond met de jongens, natuurlijk.”

Tijdens het trainingskamp in Zeist als eerste voorbereiding op het WK wordt Beenhakker dagelijks geconfronteerd met het feit dat hij tegen een sterke stroom oproeit.

„Het begon al dat ik een hele voorbereiding moest maken zonder de drie van Milaan die de Europa Cup I-finale moesten spelen tegen Benfica. Er ontstaat in die fase een bepaalde pikorde met de dragende spelers. We hebben ondanks dat gelul van ‘Cruijff ja, Cruijff nee’, nog best een aardige voorbereiding gehad.

„Ik zal nooit vergeten: we stonden 28 mei op Schiphol om naar Oostenrijk af te reizen voor een oefenwedstrijd en daar voegden Gullit, Van Basten en Rijkaard zich bij de groep. We waren in een bepaalde ruimte met wat hotemetoten. We stonden daar een tijd in die hal en na een minuut of tien zei ik tegen De Ruiter: ‘Nol, dit gaat niet goed!’ Die hele groep veranderde op slag. Er was geen chemie meer, het was geen groep meer. Je voelde dat dragende spelers als Ronald Koeman, Jan Wouters en Hans van Breukelen een stap terugdeden. In de loop der jaren krijg je daar een antenne voor.

„Het is nooit meer mijn groep geworden en ik ben ook nooit meer hun coach geweest. Alleen tegen West-Duitsland, in Milaan. Dat kwam door de tegenstander. Toen hadden we een gezamenlijke vijand. Vanaf het eerste moment dat we in Oostenrijk trainden was het zo’n lamlendig zooitje. Helemaal niks, nada, nul. We verloren van Oostenrijk, niet om aan te zien. Ik wist ook niet wat ik ermee moest. Het leek nergens op.

„Toen al kwam er een tweede fenomeen om de hoek, waar ik nooit meer uitgekomen ben. De rest van de staf was nog dezelfde staf van 1988. Op alles wat je deed kreeg je als respons: in ’88 deden we dat zo. Dat was het ideaalplaatje. Ik zei dan: ‘Schei nou eens uit met dat gekut over ’88, want je bent toen kampioen geworden omdat Wim Kieft tegen Ierland toevallig de bal tegen zijn oren kreeg, waar hij nog steeds niets van weet’.

Maar dit bleef mij het hele toernooi achtervolgen. Bij alles werd teruggevallen op 1988. Ik had twee grote schaduwen: het Cruijff-syndroom en het succes van dat EK. Elke keer moest ik teruggaan in mijn gedachten: in godsnaam wat doe ik hier? Elke dag kreeg ik de bevestiging, ik had het niet moeten doen.”

Als het WK voor Oranje begint en de Europees kampioen zich blameert tegen Egypte (1-1), blijkt dat het Nederlands elftal geen leiders heeft die op het veld kunnen waarmaken wat ze erbuiten verbaal ventileren.

Beenhakker herinnert zich: „Van Basten wilde alleen maar voetballen en ook Rijkaard wilde nergens mee te maken hebben. Gullit was net geopereerd. Hij voelde zich niet in de juiste vorm en was al blij dat hij mee mocht doen. Tegelijkertijd wachtten Koeman, Wouters en Van Breukelen op het moment dat de drie van Milaan de lijnen zouden uitzetten. Hetgeen dus nooit gebeurde.

„Niemand nam het voortouw. Niemand was de dragende speler waar je je verhaal aan kwijt kon als coach. Gullit kon het niet opbrengen. Zei: ‘trainer ik heb genoeg aan mezelf.’ Van Basten verkondigde: ‘Ik wil het niet.’ En Rijkaard zei: ‘Laat mij lekker met rust, ik wil alleen voetballen.’ De andere spelers maakten zich desondanks volledig ondergeschikt aan de Milanezen. Van Basten ging z’n eigen gang, doet hij nu ook. Daarom is hij ook een vedette.”

Vele jaren later laat Nol de Ruiter, die twee jaar eerder met vrijwel dezelfde groep triomfen vierde met Michels op het EK, zich een aantal dramatische conclusies ontlokken.

„Leo kon het niet aan. De chaos van toen had onder Michels nooit plaatsgevonden. Leo had niet de juiste uitstraling. Hij was een man van woorden en verhalen. Begeleid door zijn mimiek. Daar prikten de spelers al snel doorheen. Hij was niet de man die boven de groep stond. Dat had het Nederlands elftal van toen nodig. De meeste spelers waren grote meneren geworden.”

Koen Greven en Erik Oudshoorn: Een elftal bondscoaches. Uitgeverij Tirion, Baarn, € 16,95

    • Erik Oudshoorn
    • Koen Greven