Hulp voor de hobbyfotograaf

Het succes van de digitale camera zorgt ervoor dat fotografiebladen hun oplage zien stijgen.

Er wordt allang niet meer alleen bericht over de nieuwste fototoestellen.

Het tijdschrift Focus heeft onlangs het blad Digifoto overgenomen.

Zijn er nog mensen zónder digitale camera? Fotograferen lijkt epidemische vormen aan te nemen; van elke stap die gezet wordt moet een plaatje geschoten.

De toename van fotograferende consumenten heeft er volgens Remco de Graaf, hoofdredacteur van het blad Zoom.nl, toe geleid dat de markt van fotografiebladen relatief gezond is, in een tijdperk waar dalende oplagecijfers van kranten en tijdschriften aan de orde van de dag zijn.

Zoom.nl is de vernieuwde versie van het fotografieblad Zoom Magazine. Eind 2005 is het tweemaandelijkse tijdschrift uitgebreid met internetdiensten zoals een gallery (om je best gelukte foto te uploaden en te laten bekritiseren door andere bezoekers). De verbeterde website heeft een positief effect op het magazine van papier: het aantal abonnees nam in een jaar toe van 7.000 tot 17.000.

Misschien speelt de lezersparticipatie bij het blad daar een rol in: Zoom.nl neemt nauwelijks meer foto’s af van professionele fotografen. De beelden bij artikelen over cursussen, interviews en workshops worden veelal aangeleverd door lezers zelf.

Het blad richt zich op de gewone consument, voor wie het predicaat ‘amateur-fotograaf’ eigenlijk nog een status te hoog is. Wegens die brede doelgroep is het voor Zoom.nl interessant om ook ‘branchevreemde’ adverteerders aan te trekken, zoals reisbureaus of autofabrikanten. De Graaf: „De digitale markt groeit zo hard. Je kunt zelfs bij de Aldi al een kwalitatief goede camera kopen. Het gevolg is dat de A-merken ook hun prijzen moeten verlagen, wat uiteindelijk weer leidt tot fusies en overnames van bedrijven als Agfa, Minolta, Kodak.”

Volgens De Graaf neemt het aantal partijen op de markt voor digitale camera’s steeds meer af. „Dat heeft gevolgen voor onze advertenties. Eerst hadden we drie afzonderlijke advertenties van Minolta, Konica en Sony, maar nu Sony de eerste twee bedrijven heeft overgenomen, houden we één adverteerder over.”

Ook het 93 jaar oude fotografieblad Focus merkt de verschuiving in het aantrekken van adverteerders. De klassieke fotobedrijven die trouw adverteerden in het blad worden langzaam maar zeker vervangen door audio- en videofabrikanten als Panasonic en Sony, die ook fotografie aan hun productlijn hebben toegevoegd, en producenten van printers, software of geheugenkaarten.

„De ontwikkelingen in de fotografie zijn met moeite bij te benen”, zegt Dirk van der Spek, uitgever en hoofdredacteur van Focus. „Het is een hele interessante tijd.” Vorige week maakte de uitgever bekend dat Focus het blad Digifoto heeft overgenomen. „Digifoto richtte zich meer op de cultuur van de fotografie, terwijl wij toch veel pagina’s inruimen voor technische verhalen en testen”, vertelt Van der Spek. Door de overname mag Focus rekenen op een solide basis van 9.000 abonnees.

De kleine redactiestaf van Digifoto lukte het niet om het hoofd boven water te houden, zegt Van der Spek. „Ze hadden de boot gemist bij de opkomst van de digitale fotografie en hielden te lang hun ogen gesloten voor de ontwikkelingen.”

Van der Spek toont juist een aanstekelijk enthousiasme: „Allerlei disciplines schuiven naar elkaar toe, software, video, fotografie. Ik ben nu een camera aan het testen waar een complete speelfilm in zit. Die kun je dan bekijken op het schermpje van het toestel zelf.”

Het lezersbestand van Focus bestaat volgens de hoofdredacteur uit vrijetijdsfotografen die zich vakfotograaf dromen. „We bespreken portfolio’s van topfotografen, maar geven ook uitleg over Photoshop en nieuwe software.” Het informatieaanbod op internet over fotografie ziet Van der Spek niet als een bedreiging: „Internet heeft snelle berichtgeving, is als aanvulling heel handig, maar is vaak ook vluchtig en soms ongenuanceerd.”

Wel vermoedt hij dat nieuwe abonnees dankzij surfen op internet bij Focus terechtkomen. Van der Spek denkt dat hobbyfotografen graag een fysiek blad in handen hebben. „Om rustig onze testen te kunnen naslaan, in de begrijpelijke taal die wij hanteren. Kwaliteit is het belangrijkste.”