Huaca Cao Viejo

In Huaca Cao Viejo, een 1600 jaar oude piramide in het noorden van Peru, is het gemummificeerde lichaam gevonden van een vrouw van hoge afkomst. Toen het graf vorig jaar door Peruaanse archeologen werd geopend, was haar gezicht bedekt met een omgekeerde gouden schaal. Haar armen zijn getatoeëerd met mythologische figuren.

Ze stierf rond het jaar 450 na Christus, toen ze achter in de twintig was. De vrouw was een Moche. Dit militaristische volk beheerste in de eerste zeven eeuwen van onze jaartelling, dus lang vóór het Incarijk (dat ontstond in de vijftiende eeuw), het noordelijke kustgebied van Peru, rond het huidige Trujillo. De Moche waren vaardige pottenbakkers en bouwmeesters. In hun hoofdstad, Huaca del Sol, staat het grootste bouwwerk van adobe (ongebakken, in de zon gedroogde stenen) van heel de Andes.

„Dit is het rijkste vrouwengraf van de Mochecultuur dat ooit is gevonden”, zegt John Verano, een Amerikaanse fysisch-antropoloog, die samenwerkte met de onderzoekers uit Peru. Het meest opvallend aan de grafvondst, die onlangs wereldkundig werd gemaakt door de National Geographic Society, zijn de attributen die om het gedroogde lichaam lagen: weefmateriaal en naalden, maar ook twee ceremoniële strijdknotsen en 28 stokken waarmee speren met extra kracht werden geworpen.

De vrouw had kinderen ter wereld gebracht, blijkt uit de resten van haar bekken. De onderzoekers sluiten niet uit dat zij een krijger was. Maar misschien zijn de wapens grafgeschenken van mannen, die daarmee de hoge status van de vrouw wilden onderstrepen.