Fellner gevoelig in Schuberts late sonates

Concert: Till Fellner, piano. Late pianosonates van Schubert. Gehoord: 29/ 5 Musis Sacrum Arnhem. Herhaling: 31/5 De Doelen Rotterdam; 2/6 De Singel Antwerpen; 4/6 Concertgebouw.

Toen Beethoven in 1827 werd begraven, behoorde Schubert tot de acht uitverkorenen die zijn kist mochten dragen. Tijdens de rouwdienst weerklonk het Requiem van Mozart. Op dat moment wist Schubert dat ook hijzelf niet lang meer zou leven. Koorts en hoofdpijn terroriseerden zijn laatste jaren, totdat hij in 1828 aan de syfilis en de tyfus bezweek.

„Wie vermag na Beethoven nog iets te schrijven?”, had Schubert zich ooit afgevraagd. Juist hijzelf zou echter kort voor zijn dood een poging wagen de ongenaakbare schoonheid van Beethovens pianosonates te evenaren.

In zijn drie late Pianosonates (nrs 19, 20 en 21), die gisteren in Arhem aan het begin van een korte tournee van de Weense meesterpianist Till Fellner intelligent en sensitief werden vertolkt, worstelde Schubert formeel met het genre en emotioneel met de dood. Toen hij het hartverscheurende drieluik aan een uitgever aanbood, luidde het antwoord: „Geen interesse.” Pas tien jaar na zijn dood zouden deze sonates worden uitgegeven. Waarop de algemene kritiek luidde dat Schubert „geen Beethovensonates” had geschreven. Terecht, want de dramatische ontwikkeling van contrasterende thema’s had plaatsgemaakt voor de ongrijpbare tragiek van het eindeloos voortspinnende ‘pianolied’.

Volgens Alfred Brendel heeft zijn leerling Fellner alles in huis om een groot pianist te zijn. Hij overdrijft niet. Want Fellner toonde gisteren in deze late Schubert instrumentale beheersing, feilloze concentratie, gevoelige integriteit en nimmer haperende beweging. En hij toonde een overweldigend arsenaal aan doorleefde stemmingen, rijkdom aan klankkleuren, glasheldere fraseringen, uitgebalanceerde stemvoering en coherente esthetiek. Fellner (1972) behoort inderdaad tot de top van de jongere generatie pianisten.

    • Wenneke Savenije