Burger Service Nummer levert weinig service en veel risico’s

Met het Burger Service Nummer, de opvolger van het sofi-nummer, wordt nog grootschaliger koppeling van gegevens mogelijk gemaakt. Daarmee introduceert de overheid een nieuwe ‘virtuele dwangbuis’. Een gevaarlijke ontwikkeling, betoogt Laurens Mommers.

Vrijheid is geen groot thema meer in Nederland. Het wordt overvleugeld door terrorismedreiging en een controlerende overheid. Het gevaar van een overheid die ons doen en laten aan banden legt is reëel, vooral in elektronische dienstverlening.

Een snel veranderend politiek klimaat onder invloed van onder meer de aanslagen op het World Trade Centre in New York, en in Nederland de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, heeft al geleid tot een reeks antiterreurwetten.

Niet alleen is het Wetboek van Strafrecht gewijzigd, maar ook is de identificatieplicht ingevoerd, en wordt spoedig een bewaarplicht voor verkeersgegevens van telefoonbedrijven en internetproviders geïntroduceerd. Met de groeiende mogelijkheden van informatie- en communicatietechnologie heeft de wetgever instrumenten in handen om grootschalig – gericht én ongericht – in te grijpen in het leven van burgers.

De overheid legt daarnaast de inhoud van de informatie-uitwisseling met de burger aan banden. De belastingdienst accepteert al jaren geen bijlagen bij elektronische aangiften voor de inkomstenbelasting. De aangifte moet volledig binnen de aangegeven grenzen van de aangiftesoftware blijven: voor nadere uitleg en vragen is geen ruimte.

Wie zich in het ziekenhuis laat behandelen, krijgt voor die behandeling een rekening op basis van een diagnose-behandelingscombinatie (dbc). Als een arts een behandeling wil uitvoeren waarvoor geen dbc bestaat, kan hij die behandeling wel uitvoeren, maar krijgt hij er geen geld voor.

Dergelijke ‘virtuele dwangbuizen’ belemmeren de vrijheid waarmee de burger met zijn overheid in contact kan treden. Waar je vroeger desnoods in de kantlijn van een formulier nog een opmerking kon plaatsen, wordt nu de communicatie strikt ‘afgeknepen’ tot de beschikbare vakjes in elektronische formulieren. Dat leidt tot rigiditeit en de onmogelijkheid van werkelijke communicatie, waardoor de kwaliteit van diensten en producten van de overheid afneemt.

De overheid is bezig met de invoering van het Burger Service Nummer (BSN); behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer vindt binnenkort plaats. Zo’n identificerend nummer kan de burger enig werk schelen als hij bij een instantie aanklopt en niet opnieuw z’n adresgegevens hoeft op te geven. Maar wat gaat dat nummer diezelfde burger kosten?

Het College Bescherming Persoonsgegevens legde vorige week in een brief aan de Tweede Kamer onder meer nadruk op de mogelijkheid van ongebreidelde inzet van het nummer bij al het handelen van de overheid, en wellicht van het bedrijfsleven – nu het wetsvoorstel niet langer van het publiekrechtelijk handelen van de overheid rept.

Waarom zou je tegen zo’n nummer zijn? Koppelen van gegevens kan handig zijn voor de burger, en biedt de overheid mogelijkheden om fraude aan de kant van de burger aan te pakken.

Het probleem is dat we voor goed gebruik van het Burger Service Nummer moeten uitgaan van een volstrekt integere overheid, die gegevens nooit voor andere zaken gebruikt dan die strikt noodzakelijk zijn, en ze ook nooit ongewenst aan anderen verstrekt. En bovendien moeten we aannemen dat het wenselijk is om altijd overal de juiste gegevens voorhanden te hebben.

Deze twee veronderstellingen zijn onjuist. Stel: een vrouw woont samen en wordt mishandeld. Om die reden verhuist zij naar een blijf-van-m’n-lijfhuis. Om de correspondentie van de overheid te ontvangen, moet die overheid weten waar ze is. Dat betekent in dit geval dat niet alleen de gehele overheid, maar ook bijvoorbeeld scholen, de informatie over je nieuwe adres kunnen ontvangen. Eén van de vele instanties die toegang heeft tot de desbetreffende informatie zou die kunnen lekken.

Daarmee is ook het Burger Service Nummer een virtueel dwangbuis: een universele sleutel die in verkeerde handen levensgevaarlijk is, maar waar je als burger niet omheen kunt.

Als informatie zo snel en gemakkelijk te verkrijgen is als vandaag de dag via elektronische netwerken, wordt het van groot belang die informatie kunstmatig te ‘compartimenteren’. De burger zelf moet meer controle krijgen over welke informatie voor wie beschikbaar is. En daarbij beschermd worden tegen het credo dat mensen die niets te verbergen hebben geen last hebben van privacybeperkende maatregelen.

Er zijn meer legitieme dan illegitieme redenen om iets te verbergen te hebben voor de samenleving, voor delen van de overheid, of voor iedereen. Van (legale) liefhebberijen waar de overheid niets mee te maken heeft tot aan het veilig kunnen verblijven op een geheime plaats.

Alle tekenen wijzen erop dat de overheid de eisen van proportionaliteit (staat het middel in redelijke verhouding tot het doel) en subsidiariteit (is het middel nodig om het doel te bereiken) uit het oog verliest bij haar pogingen om grip te krijgen op de identiteit en digitale handel en wandel van de burger.

Het wordt tijd Nederland te herinneren aan het feit dat vrijheid geen bezitting is, maar een ideaal, en dat we die vrijheid zelf moeten kunnen blijven vormgeven.

Dr. Laurens Mommers is als universitair hoofddocent verbonden aan eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Hij werkt daarnaast bij Legal Intelligence.