Als de poortjes maar hufterproof zijn

De ov-chipkaart kan veilig worden ingevoerd , blijkt volgens de grote vervoersbedrijven uit onderzoek. Volgens reizigersvereniging Rover klopt het onderzoek niet.

Rotterdam mei 2005 Tourniquette-Poortjes , metrostation Voorschoterlaan Foto: Walter Herfst Herfst, Walter

Het hele openbaar vervoer in Nederland kan over twee jaar zijn overgeschakeld op één geavanceerd betaalsysteem, de ov-chipkaart, dat alle andere kaarten moet vervangen. Nergens ter wereld bestaat zo’n nationaal geïntegreerd systeem. De vijf grote vervoersbedrijven NS, Connexxion (bussen), RET (Rotterdam), GVB (Amsterdam) en HTM (Den Haag) werken sinds 2002 samen in het project. De aanloopkosten zijn meer dan een miljard euro.

Sinds december vorig worden in de proefregio Rotterdam ov-chipkaarten verkocht. Wat vonden de gebruikers ervan, wilde minister Karla Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA) weten – de ervaringen van de reizigers zouden een belangrijke factor vormen bij het besluit de kaart al dan niet in te voeren. Daarom lieten RET en Connexxion op Peijs’ verzoek een onderzoek uitvoeren door het Nipo onder gebruikers van de kaart. 75 procent van de ondervraagden gaf de ov-chipkaart een voldoende: gemiddelde een 6,4. De 25 procent die niet tevreden was noemde de vele storingen, verwachte kostenstijgingen en beperkte bruikbaarheid als grootste bezwaren. Ook voor blinden en slechtzienden is het systeem nog niet optimaal.

Toch was de uitkomst van het onderzoek veel beter dan directeur Pedro Peters van RET en Connexxion-directielid Rob van Holten hadden verwacht.

Peters: „Het gaat om een testsituatie, een onderzoek onder de eerste 30.000 mensen die ermee reizen. Storingen zijn kinderziektes die we kunnen oplossen. En allicht kun je de kaart nu nog niet overal gebruiken, maar in de loop van 2008 wel, de ov-chip is juist bedoeld voor alle openbaar vervoer in heel Nederland.”

Van Holten: „We hebben hoog gescoord bij incidentele reizigers en dat is verrassend. Ook ouderen hadden veel minder moeite met het systeem dan wij dachten. Zoals een oudere mevrouw zei: ‘Ik hoef mijn tasje niet meer open te doen’. Want het is een contactloze kaart, die in je portemonnee of je tas kunt laten zitten om hem langs de scanner te halen.”

Peters: „Op grond van dit onderzoek kan de minister zeggen: ‘Tweede Kamer, ik neem de beslissing door te gaan.’ Dat betekent dat de strippenkaart in dit land in de tweede helft van 2008 verdwijnt.”

Reizigersvereniging Rover zegt in een reactie dat het onderzoek veel te beperkt is geweest. „Het is uitsluitend uitgevoerd onder reizigers die regelmatig de chipkaart gebruiken. Zij die nog geen zin hadden in de chipkaart, omdat ze het onhandig vonden, onbetrouwbaar of duur, lieten de test aan zich voorbijgaan, en zitten dus niet in het onderzoek”, zegt een woordvoerder.

Rover heeft vooral bezwaar tegen de verwachte tariefsstijging. Dat terwijl een andere voorwaarde van Peijs was dat het openbaar vervoer bovenop de gebruikelijke prijsstijgingen niet duurder mocht worden. „Geen reiziger heeft nog in de gaten dat hij straks veel duurder uit is met de overstap tussen metro/tram/bus en trein. Nu mag dat met een strippenkaart of een abonnement van minimaal drie sterren, zonder extra basiskosten. Met de ov-chip moeten reizigers opnieuw de vaste voet betalen bij overstappen”, stelt Rover.

Volgens de vereniging is niet aan de ‘niet-duurder-voorwaarde’ van Peijs voldaan. „Dus kan een go-/no go-besluit nog niet worden genomen.”

RET-directeur Pedro Peters bestrijdt deze visie, de ov-chipkaart zou de tarieven juist inzichtelijker maken. „We hebben nu een zone-systeem. Mensen die vlakbij een zonegrens wonen betalen nu voor een korte reis het tarief van twee zones. Met de chipkaart geldt de gemeten kilometerafstand, dat is eerlijker en in veel gevallen goedkoper.”

Hoe zit het met de beheersbaarheid? Als het systeem in heel Nederland is uitgerold en er komen storingen, houdt de massa zich dan koest?

Peters: „Het systeem met poortjes is op zich niet nieuw, dat is allang uitgetest in steden als Londen en Parijs. Bovendien: alle poortjes zijn aangesloten op een centrale. Bij een blokkade zijn ze in één keer te ontgrendelen.”

Maar Nederland is kennelijk anders dan andere landen. Poortjes, automaten en ander materieel moesten, zoals jullie het omschrijven ‘hufterproof’ worden gemaakt.

Peters: „In Singapore en Hongkong kun je zo over de poortjes heen stappen, maar niemand doet het, er heerst daar een andere mentaliteit. Als je naar Rotterdam kijkt is het eigenlijk van de zotte: we bouwen poortjes van 1,80 meter hoog en ik vrees dat ze die nog steeds kapot kunnen krijgen. Dat gebeurt helaas in Nederland.”

Ook over de prijs van de kaart is al veel gedoe geweest. Aanvankelijk wilden de ov-bedrijven de volle kostprijs doorberekenen aan de klant: 7,50 euro per persoon. Dat is alleen de aanschafprijs van de kaart (vijf jaar geldig), zonder reistegoed. Maar dat bedrag schrikte eerste kopers af, vandaar dat Peijs voor de proef in Rotterdam subsidie heeft gegeven.

Connexxion en RET gaan ervan uit dat ze dit ook landelijk zal gaan doen. Van Holten: „De minister heeft gezegd dat ze ‘een beetje wil meehelpen’. Ik verwacht dat de kaart ongeveer 3,50 gaat kosten, minder dan de prijs van twee biertjes.”

Invoering van de kaart kost zeer veel. Levert het ook iets op?

Van Holten: „Ja, de ov-chip kost meer dan een stempeltje bij de chauffeur. Onze vaste kosten komen hoger te liggen. Voor ons moet de winst komen uit de meeropbrengsten: als het gemak van de kaart wordt onderkend zal dat leiden tot reizigersgroei. Ik ben ervan overtuigd dat er straks oneindig veel meer mensen met zo’n chipkaart in hun zak lopen dan nu met de strippenkaart. Ook incidentele reizigers, ook heren in driedelig grijs zullen hem aanschaffen.”

    • Lolke van der Heide