Afluisteren verdachte journalisten mag

Journalisten zijn niet gevrijwaard van onderzoek door het openbaar ministerie of de inlichtingendienst AIVD als zij verdacht worden van strafbare feiten. Zij hebben wel verschoningsrecht als dat nodig is om hun bronnen te beschermen.

Dat schrijft minster Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) in antwoord op Kamervragen over het afluisteren door de AIVD van twee journalisten van De Telegraaf. Zij worden verdacht van het schenden van staatsgeheimen.

Remkes gaf zelf persoonlijk toestemming voor het afluisteren van de twee journalisten, zo blijkt uit zijn beantwoording. Dat is hij verplicht. De betrokken journalisten zijn kortgeleden als verdachten gehoord. Ze hebben volgens Remkes ermee ingestemd hun vingerafdrukken af te staan.

De journalisten publiceerden op basis van uitgelekte BVD-rapporten die in het criminele circuit circuleerden. De AIVD deed in overleg met Remkes aangifte. Volgens Remkes moet strafrechtelijk onderzoek uitwijzen hoeveel vertrouwelijke informatie van de inlichtingendienst op die manier is uitgelekt omdat „de integriteit en het effectief functioneren van de AIVD” in het geding kan zijn.

Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren heeft Remkes om opheldering gevraagd over het afluisteren van journalisten. Volgens Remkes gelden hiervoor geen bijzondere regels, hoewel hij schrijft dat journalisten „vanwege hun bijzondere positie in een democratische rechtstaat, vergaande bescherming genieten”.