Aanstoot en aanpak

De Britse krijgskundige Lawrence Freedman heeft eens de Amerikaanse wijze van ordehandhaving in vredesoperaties vergeleken met die van de Britten. De vergelijking pakte slecht uit voor de Amerikanen. Ze zijn bedreven in het voeren van grote oorlogscampagnes, maar hebben weinig op met wederopbouw en vredeshandhaving. Het geduld en de zorgvuldigheid die hiervoor nodig zijn, zijn hun vreemd. Volgens Freedman is de terughoudendheid van de ‘Europese’ militaire doctrine bij vredesoperaties in landen als Irak en Afghanistan veel effectiever dan de Amerikaanse strategie, waarin inmiddels traditioneel de gewelddadigheid prevaleert.

Freedmans les is slecht geleerd, getuige de recente gebeurtenissen in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Daar braken gisteren ernstige rellen uit na een dodelijk verkeersongeluk waarbij een Amerikaans legerkonvooi was betrokken. Tijdens de ongeregeldheden vuurden Amerikaanse en Afghaanse militairen op de betogers. Er vielen doden en gewonden.

Het incident markeert een betreurenswaardig punt in de tijd. Het is voor het eerst sinds de verdrijving van het Talibaan-bewind, nu ruim vier jaar geleden, dat op zo’n grote schaal en met zulke gewelddadige gevolgen gedemonstreerd is tegen de aanwezigheid van buitenlandse troepen. En zoals dat gaat, komen meteen andere ongenoegens naar buiten. Over president Hamid Karzai van Afghanistan; over de geringe mate van economische vooruitgang; over corruptie en bureaucratie – kortom, over een regering die in de ogen van velen machteloos is en faalt. De Amerikaanse troepen, met hun veelal botte aanpak worden in dit overwegend negatieve klimaat allang niet meer door iedereen gezien als bevrijders. Ze geven aanstoot. En dat is nu precies wat niet moet bij vredeshandhaving.

Deze ontwikkeling is des te verontrustender nu het geweld en de onrust in heel het land lijken toe te nemen. In de zuidelijke provincies roeren de Talibaan-strijders zich die niet verdreven zijn. Elders zijn in toenemende mate bendeleiders actief die gewapenderhand hun papaver- en opiumbelangen verdedigen. In dit krachtenveld moet Nederland na de zomer met circa 1.500 manschappen gaan proberen om de orde te handhaven in de provincie Uruzgan.

Het zal niet eenvoudig zijn de lokale bevolking ervan te overtuigen dat Nederlandse militairen anders werken dan Amerikaanse. Ook de Nederlanders staan immers onder bevel van de NAVO, waarin de Amerikanen naar algemene perceptie de dienst uitmaken. Gelet op de weerzin tegen de wijze waarop zij zich manifesteren, zou het goed zijn als de NAVO haar militaire strategie in Afghanistan bij vredesoperaties afstemt op die van de Europese partners in de alliantie.

Het blijft zorgwekkend dat 26 NAVO-lidstaten en tien overige landen nog altijd niet meer dan circa 9.000 militairen bijeen hebben kunnen brengen voor de dienst in Afghanistan. De verplichting die de wereld hier onder Amerikaanse leiding is aangegaan – en die allang niet meer kan worden afgeschoven – staat in schril contrast tot de hoeveelheid geleverde troepen. Dat zijn er te weinig, en onder hen zijn er ook nog eens te veel die schieten voordat ze nadenken.