‘VS staan aan de goede kant, over het algemeen’

Arlen Specter stemde als enige Republikeinse Senator tegen de benoeming van Michael Hayden tot CIA-directeur. Het was „een proteststem”.

Arlen Specter Foto AFP Senate Judiciary Committee Chairman Arlen Specter (R-PA) speaks duirng a Judiciary Committee hearing on Capitol Hill 03 April, 2006 in Washington, DC. The focus of the hearing is on Immigration litigation reduction. Mark Wilson/Getty Images/AFP = FOR NEWSPAPER AND TELEVISION USE ONLY = AFP

Merijn de Waal

Arlen Specter was vorige week de enige dissidente Republikein in de Amerikaanse Senaat. De senator uit Pennsylvania keerde zich tegen president Bush’ voordracht van luchtmachtgeneraal Michael Hayden als nieuwe directeur van de inlichtingendienst CIA. Samen met nog veertien Democraten stemde hij tegen. Niet dat Specter principiële bezwaren had tegen Hayden, die als NSA-topman verantwoordelijk was voor het illegaal afluisteren van burgers en nu als militair de civiele CIA gaat leiden.

Specter protesteerde met zijn afwijzing „tegen het regeringsbeleid om het Congres niet te informeren. En dan in het bijzonder de juridische senaatscommissie” – waar hij voorzitter van is. De regering verschaft volgens Specter maar geen opheldering over een veronderstelde opdracht aan de NSA om Amerikaanse burgers af te luisteren. Noch geeft ze duidelijkheid over de giga-databank met binnenlandse belgegevens die de veiligheidsdienst na ‘9/11’ zou hebben samengesteld.

Dit weekeinde was Specter in Nederland om de herdenkingsceremonie bij te wonen op de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten, Limburg.

Had u ook ‘nee’ gestemd als u daarmee de nominatie had geblokkeerd?

„Nee, dan had ik Hayden wel gesteund. Ik heb in de Senaat gezegd dat ik een protestsignaal wilde laten horen tegen de obstructie van de regering.

De juridische commissie wil de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) best aanpassen. Maar we hebben dan wel meer informatie nodig van de overheid. Ik heb de telefoonbedrijven [die met de NSA samenwerken, red.] opgeroepen als getuigen, al weet ik niet of ze ons alles gaan vertellen. Van een advocaat van een van die bedrijven kreeg ik te horen dat ze dan staatsgeheimen schenden.”

Gaat de regering u uiteindelijk voldoende informatie geven?

„We moeten het steeds harder spelen. Maar ik weet niet of ze over de brug komt. Het blijft afwachten.”

En is die juridische basis er?

„Het regeringsargument, dat dit onder de FISA kon, is verwerpelijk. Die wet is wel degelijk geschonden. Maar we kunnen pas oordelen hoe de president heeft gehandeld, als we weten wat dat programma inhield. En als ik dat niet kan uitvinden, dan moet het Hooggerechtshof dat maar doen.”

Volgens peilingen is 65 procent van de bevolking helemaal niet tegen zo’n afluisterprogramma. Hoe verklaart u dat?

„Die 65 procent zegt dat het in de strijd tegen terrorisme geoorloofd is. Ik denk dat zij zich geruststellen met een uitspraak als: ‘wanneer Al-Qaeda belt willen we weten wat ze te zeggen hebben’. Ik behoor tot die andere 35 procent die zich wel zorgen maakt. Burgerlijke vrijheden zijn zeer belangrijk. Het gaat om fundamentele principes. Dan moet je als wetgever je rug recht houden.

In Europa bestaat wel ongerustheid. Onder andere wegens de berichten over gesleep met verdachten naar CIA-gevangenissen en misstanden op Guantánamo Bay?

„We hebben inmiddels wetten tegen marteling aangenomen. En er zijn inderdaad berichten over CIA-gevangenissen. We hebben dit nog niet tot op de bodem kunnen uitzoeken. Als het gaat om Guantánamo: we hadden de regels voor behandeling van gevangenen allang via wetgeving moeten aanpassen. Het is discutabel om mensen eindeloos vast te houden, maar we kunnen ze ook niet zomaar vrijlaten. Omdat het Congres niets doet buigt het hof zich er nu over, dat is de laatste waarborg in ons land.”

Maakt het verwijt dat de VS mensenrechten schenden, het voor andere landen verleidelijker dat ook te doen?

„Er zullen altijd landen zijn die elkaar beschuldigen van mensenrechtenschendingen. De War on Terrorism is een harde oorlog. Ik denk dat de VS de mensenrechten naleven, ook in hun buitenlandbeleid, met enkele uitglijders. We staan aan de goede kant in deze kwesties, over het algemeen.”