Verzekeraar heeft soms baat bij slechte zorg

De ene groep chronische patiënten krijgt wel een collectieve verzekering, de andere niet. Ten onrechte, zeggen deskundigen. De nieuwe wet moet verbeterd.

Is het de bedoeling dat diabetespatiënten een voordelige verzekering krijgen aangeboden, en op hen toegespitste zorgarrangementen, terwijl verzekeraars minder hun best doen voor mensen met migraine of een schildklieraandoening? Nee, dat is het niet. Deskundigen zeggen dat het een onvolkomenheid is in het nieuwe zorgstelsel die opgeheven moet worden.

Een jaar geleden voorspelde een groep wetenschappers van de Erasmus Universiteit Rotterdam het al. Risicoselectie is voor zorgverzekeraars profijtelijk en vrijwel niet tegen te houden.

De eerste aanwijzingen zijn er nu: verzekeraars bieden sommige patiëntenorganisaties geen collectief contract aan omdat zij weten dat zij op die groepen forse verliezen zullen maken. Op deze manier kunnen verzekeringsmaatschappijen onaantrekkelijke klanten als groep weren, wat in vaktermen risicoselectie heet.

Mensen met migraine, psychische aandoeningen, artrose en bepaalde maagklachten, kunnen daar de dupe van worden.

Het is niet zo moeilijk om verzekerden te selecteren op de kosten waarmee zij de verzekeraar in de toekomst zullen opzadelen. Volgens de nieuwe zorgverzekeringswet zijn verzekeraars verplicht iedereen te accepteren voor de basisverzekering, maar voor een aanvullende of collectieve verzekering niet. Het is hun goed recht gezondheidsverklaringen te vragen en verzekeraars zijn geheel vrij patiëntenorganisaties geen groepskorting te geven als zij daar geen brood in zien.

Maar het is nooit de bedoeling geweest van de marktwerking dat verzekeraars geprikkeld worden slechtere zorg te leveren aan patiënten die verliesgevend zijn. Integendeel. Marktwerking moest de kwaliteit van de zorg juist verbeteren.

Volgens de onderzoekers van de Erasmus Universiteit levert dertig procent van de bevolking zorgverzekeraars een voorspelbaar verlies op van gemiddeld 800 euro per jaar. Zeventig procent levert de maatschappijen een voorspelbare winst op van gemiddeld 350 euro per jaar. Maar doordat verzekeraars achteraf gedeeltelijk financieel gecompenseerd worden voor hun dure zieken in hun klantenbestand, worden deze bedragen globaal gehalveerd.

Zij krijgen een compensatie omdat de politiek de solidariteit tussen verzekerden tot een van de pijlers van het zorgstelsel heeft willen verheffen. Die solidariteit moet onder meer worden gewaarborgd door een ingewikkeld risicovereveningsstelsel. Geld van verzekeraars met veel gezonde klanten, wordt volgens dat principe overgeheveld naar concurrenten met veel brekebenen.

Dat systeem bestaat al sinds 1991 en is een van de beste ter wereld. Maar deskundigen noemen het imperfect. De econometrist René Goudriaan, die minister Hoogervorst (Gezondheidszorg) op dit gebied regelmatig adviseert, zegt: „Verbetering is mogelijk. Het is een punt van zorg als bepaalde patiëntenorganisaties worden benadeeld. Dat is niet de bedoeling.”

Het stelsel is imperfect omdat sommige ziekten wel worden verevend en andere niet. Dat heeft te maken met objectieve identificeerbaarheid van aandoeningen. Suikerziekte is makkelijk aantoonbaar, maar hoofdpijn niet. Het ministerie van Volksgezondheid laat weten voortdurend aan een eerlijkere verevening te werken. Zo krijgen verzekeraars volgend jaar naar verwachting ook een compensatie voor hun klanten met psychische aandoeningen.

De huidige onevenwichtigheid had vroeger al tot problemen kunnen leiden, ware het niet dat verzekeraars door de toegenomen concurrentie in de zorg de laatste tijd steeds meer worden gedwongen op hun resultaten te letten. En nu het fenomeen van de collectieve contracten is geïntroduceerd, ontdekken zij dat zij geld kunnen besparen door voor voorspelbaar verliesgevende klanten minder hard te rennen.

De klacht van patiëntenorganisaties richt zich niet zozeer op de groepskorting die zij mislopen. Zij zijn gefrustreerd omdat verzekeraars de kwaliteit van de zorg voor anderen proberen te verbeteren maar voor hen juist niet. Want als een verzekeraar de reputatie zou krijgen dat hij goede zorg op maat levert voor, zeg, migrainepatiënten, dan loopt hij het risico dat alle mensen in Nederland met zo’n aandoening naar hem toesnellen. En dat wil de verzekeraar niet.

De verzekeraar heeft er vanuit financieel oogpunt zelfs baat bij om slechte zorg te leveren aan groepen op wie hij zeker verlies zal maken. Dat is het tegengestelde van wat minister Hoogervorst beoogt. Hoogervorst wil verzekeraars juist stimuleren om zich in te spannen voor chronisch zieken.

    • Antoinette Reerink