Topinkomens bij overheid opnieuw sterk gestegen

De inkomens voor topfunctionarissen uit de ambtelijke en semi-publieke sectoren zijn het afgelopen jaar opnieuw fors gestegen. Dit blijkt uit gegevens die het weekblad Intermediair jaarlijks verzamelt.

Niet alleen de bestuurders van energiebedrijven, onderwijs- en zorginstellingen en interim-managers, maar ook topambtenaren zagen hun inkomens soms met tientallen procenten toenemen. De bruto-inkomens van de hoogste ambtenaren bij de departementen bedroegen vorig jaar ruim 162.000 euro (Binnenlandse Zaken) tot 186.000 euro (Algemene Zaken). Deze bedragen liggen ruim boven het inkomen van de premier en ministers (123.500 euro), dat als richtsnoer voor de ambtelijke top geldt. Ook de directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst verdient meer dan de premier.

Bij de bestuurders van zorginstellingen, woningcorporaties, de publieke omroepen, universiteiten en toezichthouders was eveneens sprake van aanzienlijke stijgingen. In totaal ontvingen vorig jaar zo’n 120 topbestuurders meer dan een ministerssalaris.

De tien bestbetaalde topbestuurders in de semi-publieke sector waren vorig jaar Boersma (Essent), Van Halderen (Nuon), Vermeulen (Bank Nederlandse Gemeenten), Cerfontaine (Schiphol), Kortenhorst (Connexxion), Veenman (NS), NOB Holding (Jonkhart), Blom (Eneco), Docters van Leeuwen (AFM) en Koemans (Waterschapsbank). Hun bruto-inkomens bedroegen tussen een half miljoen en 873.000 euro. Ten opzichte van 2004 zagen ze bijna allemaal hun inkomen stijgen.

In de marktsector zijn de bestuurdersbeloningen vorig jaar ook toegenomen. De totale beloning van de topbestuurders van beursgenoteerde bedrijven steeg bijna 30 procent. Vooral prestatiegerelateerde beloningen in aandelen namen toe. Met 10,8 miljoen euro, waarvan bijna de helft in effecten, kreeg Jan Bennink van Numico het meest betaald, zo blijkt uit het overzicht dat de Vereniging van Effectenbezitters bijhoudt.

Kamerlid Bakker (D66) neemt stelling tegen de hoogte van topsalarissen in de publieke en semi-publieke sector en spreekt van „een onbestaanbare gang van zaken”. Hij wil nog deze week premier Balkenende en minister Remkes ter verantwoording roepen.