‘Ring van vuur’ ontlaadt zich

Zaterdag trof een zware aardbeving het Indonesische eiland Java. Ruim 5000 mensen kwamen om. In de hele Stille Oceaan was de aardkorst dit weekeinde onrustig. Is er een verband?

Rotterdam, 29 Mei. - Terwijl iedereen op Java zit te wachten op een uitbarsting van de vulkaan Merapi vindt vijftig kilometer verderop, vlak bij Yogyakarta, een verwoestende aardbeving plaats. Dat was zaterdag. Zondag waren er opnieuw krachtige bevingen in de Stille Oceaan. Eerst bij het eiland New Britain, ten noordoosten van Papua Nieuw Guinea, met een kracht van 6,2 op de schaal van Richter. Een half uur later werd het 4.000 kilometer oostelijker gelegen Tonga getroffen door een beving met magnitude 6,7. Ten noorden van de Filippijnen was zondag een beving, magnitude 5,3.

Toeval? Of is er een verband?

Wat de bevingen van zondag betreft, die hebben naar alle waarschijnlijkheid weinig of niets met elkaar te maken. En volgens geofysici staan ze ook los van de beving (magnitude 6,3) op Java, al valt niet uit te sluiten dat een zware aardbeving in het ene gebied ‘tektonische activiteit’ in het andere opwekt. Met tektonische activiteit wordt bedoeld dat opgehoopte spanningen in tegen elkaar schuivende stukken aardkorst zich ontladen. Dat kan in de vorm van aardbevingen of vulkanisme. Op aarde vinden aan de lopende band aardbevingen plaats. De US Geological Survey Earthquake Program houdt ze keurig bij (earthquake.usgs.gov).

Toch bestaat er een overeenkomst tussen de vier aardbevingen en de Merapi-vulkaan, en wel hun locatie: op de Pacifische ‘Ring of Fire’. Die omsluit de Stille Oceaan en markeert de scheidslijnen tussen een aantal van de tektonische platen waarin de aardkorst in de loop der tijden is gefragmenteerd. Die platen drijven op het vloeibare inwendige van de aarde. Door de convectiestromingen in dat inwendige liggen ze niet stil maar bewegen ze naar opzij en botsen tegen elkaar op. Met als resultaat dat zo’n negentig procent van de aardbevingen ter wereld langs die ring van vuur plaats grijpt.

De beving op Java, 25 kilometer buiten Yogyakarta, vond plaats in de vroege ochtend, lokale tijd. Inmiddels zijn in het gebied honderden naschokken gevoeld.

Oorzaak van het natuurgeweld is de botsing van de Eurazische plaat tegen de Indo-Australische plaat, waarbij de Indo-Australische plaat over een lengte van circa tweeduizend kilometer met enkele centimeters per jaar onder de Eurazische duikt. Deze zogeheten subductie gaat gepaard met ophopingen van mechanische spanning in de aardkorst. Spanning die zich kan ontladen via aardbevingen en vulkanisme.

De aardbeving bij Yogyakarta vond plaats op de relatief geringe diepte van 10 kilometer – tezamen met de hoge bevolkingsdichtheid reden voor het grote aantal slachtoffers (ruim 5.000) en de enorme schade. Zo’n ondiepe beving op die plaats is ongewoon. Kenmerkend voor het subductieproces is dat de aardbevingen aan de oceaankant van de breuklijn ondiep zijn, en die aan de landzijde juist diep.

Behalve met aardbevingen gaat subductie van aardplaten ook gepaard met vulkanisme. De zuidkant van de Indonesische archipel ligt bezaaid met tientallen vulkanen. Een daarvan is de Merapi. Die behoort tot de beruchtste van de ‘ring van vuur’ en is al lange tijd actief.

Over de vraag of de aardbeving bij Yogyakarta invloed heeft op de Merapi zijn deskundigen het niet eens. Direct na de aardbeving is de activiteit van de vulkaan toegenomen. De lokale bevolking dacht aanvankelijk dat de aardbeving de langverwachte vulkaanuitbarsting betekende.

Na een aardbeving onder de bodem van de oceaan, bestaat er een kans op een vloedgolf of tsunami.

Eind 2004 eiste zo’n vloedgolf buiten de kust van Indonesië meer dan tweehonderdduizend levens, verspreid over kustgebieden in de Indische Oceaan.

    • Dirk van Delft