Klassieke muziek downloaden is groot succes

Het downloaden van muziek gebeurt niet alleen in de popsector. Ook klassiek komt goedkoop of duur op de iPod.

In februari werd de miljardste track verkocht via iTunes, de digitale muziekwinkel van computerfabrikant Apple. Het nummer Speed of sound van Coldplay was de gelukkige reeks bits en bytes. Wat in de commotie destijds wat onopgemerkt voorbij ging, was dat Apple ter gelegenheid van die ‘mijlpaal’ ook een beurs beschikbaar stelde aan de Juilliard School of Music in New York, één van de meest prestigieuze conservatoria ter wereld. Met de Alex Ostrovsky Scholarship, genoemd naar de tiener die het miljardste liedje downloadde, kunnen enkele klassieke musici hun opleiding bekostigen.

Het lijkt een rare stap, van een hit naar ernstige kunstmuziek, maar het is precies wat de muziekconsumptie in het digitale tijdperk kenmerkt: veel makkelijker dan via de keurig gesorteerde bakken in gespecialiseerde platenzaken, kan de luisteraar kriskras associërend zijn eigen muziekuniversum samenstellen. De klassieke muziek blijkt daarbij volwaardig mee te doen.

Apples gebaar naar de Juilliard School is in dat opzicht veelzeggend, want de klassieke muziek is een belangrijke groeimarkt. In verhouding tot de hoeveelheid verkochte popmuziek liggen de verkoopcijfers van klassiek online inmiddels hoger dan in de traditionele handel, die in grote delen van het land zelfs lijkt te verdwijnen.

Een succesverhaal is Janine Jansens uitvoering van De Vier Jaargetijden van Vivaldi. Het album, met de violiste als wulpse hoezenpoes, werd met banners en bonustracks flink gehyped op iTunes, en het resultaat mocht er zijn: van alle verkochte exemplaren was driekwart digitaal. Voor een klassieke cd scoorde De Vier Jaargetijden mede daardoor ongewoon hoog in de internationale hitlijsten.

Dergelijke verhalen dringen ook door bij de symfonieorkesten, die staan te popelen om hun muziek digitaal aan de man te brengen. De grote namen zijn allemaal beschikbaar: New York Philharmonic, Wiener Philharmoniker. Het grootste online-aanbod heeft de Berliner Philharmoniker: 115 albums.

Vanuit Nederland draagt ook het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) zijn steentje bij. Chef-dirigent Riccardo Chailly nam bij zijn vertrek ook zijn platencontract met Decca mee, en zijn opvolger Mariss Jansons kwam zonder nieuw contract. Om toch gehoord te blijven worden, ging men zelf cd’s uitbrengen op het label RCO Live. Die zijn allemaal ook via iTunes verkrijgbaar, zoals bijvoorbeeld de recente opname van Mahlers Zesde symfonie en Henze’ s Sebastian im Traum. De oude Decca-opnamen worden eveneens online gezet, zodat van het KCO inmiddels zo’n 27 albums online staan, een aantal dat nog flink zal groeien.

De verkoop is nog niet lucratief, maar stijgt met sprongen, vertelt David Bazen, zakelijk manager en hoofd marketing van het KCO: „Het gaat nog over relatief kleine aantallen, maar per maand gaan de online verkoopcijfers wel vier keer over de kop.”

Toch beschouwt het KCO de digitale verkoop vooral als pr-instrument. Muziekdownloads zorgen voor naamsbekendheid bij potentiële nieuwe luisteraars, die anders niet snel in een concertzaal of klassieke platenzaak komen. Bazen: „Als we er aan verdienen is het natuurlijk leuk, maar de inzet is te zorgen voor onze uitstraling als symfonieorkest.”

In het verlengde hiervan onderzoekt het orkest de mogelijkheden om bijvoorbeeld via pod- en vodcasts, een soort downloadbare radio- en televisieuitzendingen, mensen naar een concert toe te leiden met muziekfragmenten, een interviewtje met de dirigent of beelden van de repetitie. Bazen: „Het is een heel nieuw marketinginstrument waarmee we de wat achterblijvende groep van 25 tot 40-jarigen zouden kunnen bereiken.”

De prijzen online schommelen nogal, ook in vergelijking met de offline prijzen. De meeste KCO Live-cd’s die in de winkel 17,50 euro kosten, gaan op iTunes voor maar 9,99 euro. Er zijn echter ook albums, zoals Mahler VI, die digitaal voor 19,98 euro weggaan, terwijl ze op Super Audio cd 9,50 euro kosten. Losse ‘tracks’ (bijvoorbeeld één deel van een symfonie) kosten altijd €0,99, maar niet elke track is ook los te krijgen – zo kun je wel de losse delen van Henzes Sebastian im Traum kopen, maar moet je voor Mahler VI het hele album aanschaffen. Het KCO, vertelt Bazen, heeft geen invloed op de online prijzen. Apple wil geen commentaar geven.

Er blijft altijd een markt voor de conventionele geluidsdragers, al is het maar omdat die voorlopig nog een superieure geluidskwaliteit bieden. Een maand geleden keerde Maarten Schinkel zich op de kunstpagina onder de titel ‘Meer is minder bij een mp3’ nog tegen het ‘ruwe’ en ‘minder dynamische’ geluid van gecomprimeerde muziek. Bazen beaamt dat er een kwaliteitsverschil is, maar, zegt hij nadrukkelijk: „Die keuze is voor de klant. De ontvangst van Radio 4 is ook niet altijd even briljant.”

Aan het geluid van een high end hifi-installatie zal de iPod inderdaad nooit kunnen tippen. Maar die installatie is wel een stuk minder mobiel. En met goede oordoppen, die bijvoorbeeld buitengeluiden dempen zodat je ook de zachtere passages moeiteloos hoort, klinkt mp3 bijzonder acceptabel. Uiteindelijk moet het ook niet om de klankkwaliteit gaan, maar om de muziek zélf. Om ‘Groot Luisteren’, zoals Elmer Schönberger in zijn Huizingalezing bepleitte. Dat kan nu dus ook onderweg.

iTunes: www.apple.com/nl/itunes

    • Jochem Valkenburg