Judoka’s berusten in hun lot bij Europese titelstrijd Finland

Tampere, 29 mei. - Als de ‘zachte weg’ betitelden de Japanse grondleggers het judo, ontstaan uit jiujitsu. Maar voor menig topjudoka is de blessuregevoelige sport een lijdensweg. De routiniers Mark Huizinga (32) en Dennis van der Geest (30), twee boegbeelden van het Nederlandse topjudo, kunnen erover meepraten. Hoewel hun lichaam in hun carrière relatief ongeschonden bleef en beiden, mede daardoor, willen doorgaan tot en met de Olympische Spelen van Peking (2008).

Na de klap waarmee Huizinga tijdens de halve finale van de Europese kampioenschappen op de mat belandde, was het even doodstil in de ijshockeyhal in het Finse Tampere. Na een fenomenale worp van de Russische krachtpatser Ivan Pershin kwam Huizinga bovenop op zijn rechterknie terecht. Hopend op een een finaleplaats judode hij de partij nog wel uit. Tevergeefs, waarna hij zich afmeldde voor de strijd om de bronzen medaille in de klasse tot 90 kilo, en zodoende na tien EK-medailles op rij ditmaal buiten de prijzen viel.

Huizinga wilde niet het risico lopen dat de – waarschijnlijk – ingescheurde binnenband volledig zou afscheuren. „Als het om een olympische finale ging, zou ik zeggen: ‘Inpakken die handel en we zien wel waar het eindigt.’ Maar brons op een EK is het risico niet waard”, zei de viervoudig Europees kampioen zaterdag na zijn voortijdige uitschakeling.

Een dag later bekeek Huizinga, met ingezwachtelde knie, vanaf de tribune de verrichtingen van zijn landgenoten. Onder wie zwaargewicht Van der Geest (+100 kg), die nu ruim een jaar met een slepende liesblessure kampt en wiens deelname aan het toernooi al een klein wonder was. „Ten opzichte van jiujitsu is judo een zachte weg’’, glimlachte Huizinga. „Maar af en toe is het afzien. De revalidatieperiodes zijn nooit leuk.”

Wat dat betreft was 2003 een moeilijk jaar voor de luchtmachtofficier. Huizinga brak zijn linkerwijsvinger die daarna ontstoken raakte en die hij niet meer kan buigen. Na de EK scheurde hij tijdens de training de binnenband van zijn linkerknie. Verder heeft Huizinga, en met hem vele judoka’s, een niet zo fraai ‘bloemkooloor’. Andere blessures tijdens zijn imposante loopbaan? „Een gescheurde kruisband in mijn linkerknie en wat kleine dingen, zoals een gebroken teen of een duim uit de kom.”

Van der Geest heeft, afgezien van zijn chronische liesblessure, wat meer geluk gehad. „Ik heb bijna geen blessures gehad, ben redelijk heel gebleven. Ja, ik heb nog mooie oren omdat ik meer op afstand judo”, vertelde hij gisteren na zijn voortijdige uitschakeling. De tweevoudig Europees en regerend wereldkampioen (open klasse) somde wat ‘kleine dingetjes’ op, zoals kneuzingen, een gebroken teen en een vinger uit de kom.

Verder nog iets? „Oh ja, ik heb mijn enkel een keer stukgetrapt tegen een Hongaar. Er was een botje gebroken. En ik liep een keer een tijdje met een band, nadat ik een zware gozer met mijn nek had opgevangen.”

Dat Dennis van der Geest de ongemakken lachend relativeert, tekent zijn bereidwilligheid om tot het uiterste te gaan voor zijn sport. Ondanks een voorbereiding die bestond uit kracht- en conditietraining – maar zonder judotraining om zijn lies te sparen – stapte hij gisteren de mat op. „Om weer eens lekker een potje te knokken.”

Het getuigde van moed, gelet op zijn vaak kolossale opponenten zoals de Poolse reus Janus Wojnarowicz, van wie Van der Geest in zijn tweede partij verloor. „Natuurlijk was ik bang dat mijn liesblessure erger zou worden. Maar ik heb wel vaker gekke dingen gedaan’’, wees Van der Geest op de vorige Europese titelstrijd. Ook toen was hij al geblesseerd aan zijn lies en had hij weinig zogeheten ‘judoritme’, maar behaalde hij wel de bronzen medaille. Ditmaal miste hij echter „de scherpte en de power om zulke zware gasten als die Pool te gooien.”

Daarmee bleef Van der Geest, in navolging van Huizinga, verstoken van een medaille. En zo zijn er meer overeenkomsten. Beiden verkeren in de herfst van hun topsportcarrière, hebben een imposante erelijst opgebouwd en willen vooralsnog niets weten van een afscheid. Ook al omdat ze de laatste jaren hebben bewezen, dat ze – mits fit en mentaal optimaal geprepareerd – nog goed genoeg zijn om op het hoogste niveau mee te strijden om de medailles.

    • Pieter de Vries