Jongeren plunderen in Oost-Timor

Jongeren hebben vanochtend in de Oost-Timorese hoofdstad Dili een opslagplaats voor voedsel geplunderd van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Hulporganisaties waarschuwden dat het aanhoudend geweld van gewapende benden in Oost-Timor de hulpverlening in het land in gevaar brengt.

Tienduizenden mensen zijn de afgelopen dagen op de vlucht geslagen. Ze worden opgevangen in tentenkampen. Aan voedsel en drinkwater bestaat een nijpend tekort.

Volgens de Australische militairen die als onderdeel van een internationale vredesmacht te hulp zijn geschoten, heeft hun komst onmiddellijk een matigend effect gehad op het geweld. Ze voerden patrouilles in de hoofdstad uit. In Dili was het vanochtend aanzienlijk rustiger dan vorige week. Wel werden op sommige plaatsen in de stad nog huizen leeggeroofd en in brand gestoken.

Een woedende menigte verzamelde zich vanmorgen voor het presidentieel paleis in Dili, waar president Xanana Gusmão crisisberaad hield met premier Mari Alkatiri. De meute eiste het aftreden van de premier die werd uitgemaakt voor ‘terrorist’. De demonstratie was een steunbetuiging aan de president, die al geruime tijd op gespannen voet staat met zijn premier.

De onrust in Oost-Timor begon in maart toen 600 stakende soldaten werden ontslagen. Ze ontvluchtten de hoofdstad en dreigden met een guerrilla als het leger hen niet weer zou opnemen. Dat geschil is uit de hand gelopen. Minister van Buitenlandse Zaken José Ramos-Horta heeft erkend dat de regering de onvrede binnen de strijdkrachten heeft onderschat en niet goed heeft aangepakt.

Het geschil in het leger is overgeslagen naar de bevolking, die weinig sociale en culturele samenhang kent. Bewoners zijn in de eerste plaats loyaal aan de eigen tribale groep. Tussen de verschillende bevolkingsgroepen bestaat een grote verdeeldheid die soms eeuwenlang teruggaat. De afstand tussen de plattelanders en de stedelijke elite is groot. (AP, Reuters)