Ivan Basso blijft onaantastbaar in Ronde van Italië

Wielrenner Ivan Basso won gisteren de 89ste Ronde van Italië met de grootste voorsprong sinds veertig jaar. Met dank ook aan zijn ploegleider, de Deen Bjarne Riis.

Hij schudde iedereen van zich af, in een etappe over mythische bergen als Gavia en Mortirolo. Hield op de streep een foto omhoog van zijn pas geboren zoon. In de voorlaatste rit liet Ivan Basso nogmaals zien dat hij in de 89ste Ronde van Italië een klasse apart was. De 28-jarige Italiaan won vier ritten (inclusief ploegentijdrit), reed twee weken in de leiderstrui en kwam geen moment in problemen. Voorsprong in het eindklassement? Ruim negen minuten op nummer twee José Enrique Gutierrez, twaalf op Gilberto Simoni. De rest op meer dan achttien minuten.

De kopman van CSC maakte het verschil vooral bergop. À la Lance Armstrong sloeg hij direct toe in de eerste bergetappe naar Maieletta. In de tijdritten (per ploeg en individueel) won hij op z’n concurrenten. In de loodzware slotweek toonde Basso opnieuw zijn uitzonderlijke klimmerscapaciteiten. Tot halverwege de laatste col hielden ploeggenoten Sastre of Cuesta meestal het tempo hoog. Vervolgens ging Basso, al of niet uitgedaagd door een versnelling van een tegenstander, even op de pedalen staan en moest de rest lossen. De laatste kilometers bergop was hij superieur. Zittend in het zadel, volledig geconcentreerd, geen enkele overbodige beweging. Alleen de benen maalden, zo’n negentig omwentelingen per minuut. Ex-Girowinnaars als Simoni, Cunego en Savoldelli hadden geen schijn van kans.

Simoni toonde zich een slecht verliezer. Hij noemde Basso's prestaties ‘buitenaards’, waarmee hij dope-gebruik insinueerde. Verder beschuldigde hij Basso ervan geld te hebben geboden voor winst in de voorlaatste etappe. Bewijzen kon hij niets.

Basso had zijn eerste eindzege in een grote ronde gepland als een militaire operatie. Hij trok naar Boston, om aan het Massachusetts Institute of Technology zijn houding op de fiets te perfectioneren. Tijdens het traditionele survival-kamp van zijn ploeg CSC in de winter werkte hij aan zijn positie als leider van de groep. Hij deed zwemoefeningen om zijn rug- en buikspieren sterker te maken. Hij verkende alle cruciale beklimmingen, Plan de Corones zelfs te voet. De individuele tijdrit rond Pontedera reed hij liefst acht keer. De finale van de zware bergetappe naar de Passo del San Pellegrino deed hij ‘slechts’ vijf keer. Hij trainde bergop zelfs achter de motor van ploegleider Bjarne Riis.

De Deense oud-Tourwinnaar speelt een cruciale rol in het succes. Basso gold al als groot talent sinds hij op z’n zevende met wielrennen begon. In 1998 werd hij in Valkenburg wereldkampioen onder 23 jaar. Bij de profs stokte de zegereeks. Basso kwam in handen van ervaren ploegleiders, Boifava en later Ferretti. De laatste stuurde Basso naar de Tour, maar ondanks winst van het jongerenklassement en top-tienklasseringen was hij niet tevreden. „Geen uitstraling, geen winnaar.”

Riis zag dat wel, en haalde hem in 2004 naar CSC. Basso won direct een bergrit in de Tour en eindigde in Parijs als derde. Een jaar later werd hij tweede achter Armstrong. Velen zien in Basso de opvolger van de zevenvoudig winnaar. Riis maakte van een goede ronderenner een winnaar, vooral door zijn oog voor details. Als een van de weinigen zag hij Basso deze Giro een foutje maken. Bovenop de Colle San Carlo vergat zijn kopman een regenjasje aan te trekken. Maar zelfs de perfectionist Riis kon uiteindelijk niet anders dan jubelen over de manier waarop zijn kopman de eindzege in de Giro greep. „Deze Basso had Armstrong aangekund”, zei hij na de etappe naar de Monte Bondone.

    • Maarten Scholten