Israël neemt bases Libanon onder vuur

Israëlische gevechtsvliegtuigen hebben gisteren aanvallen uitgevoerd op bases van een door Syrië gesteunde Palestijnse organisatie en de shi’itische Libanese organisatie Hezbollah. Bij de aanvallen, de hevigste sinds Israël zich zes jaar geleden uit het zuiden van Libanon terugtrok, werden een Palestijnse en een Hezbollah-strijder gedood. Er vielen vijf gewonden.

De aanvallen vormden een reactie op raketaanvallen op Noord-Israël, eerder gisteren. Daarbij werd een Israëlische soldaat licht gewond. Volgens Israëlische autoriteiten werden vanuit Zuid-Libanon zes tot acht katjoesja-raketten afgevuurd, waarvan er drie op Israëlisch gebied terecht kwamen. Een ervan belandde op een militaire basis van de Israëliërs op de berg Miron. De verantwoordelijkheid voor die raketaanvallen is door niemand opgeëist. Eind vorige week werden in Zuid-Libanon twee leden van de Palestijnse organisatie Islamitische Jihad gedood; Islamitische Jihad liet toen weten wraak te zullen nemen.

Bij hun vergeldingsactie – Israël bestempelde de beschieting met de katjoesja’s als een „aanval op grote schaal” – schoten de Israëlische vliegtuigen zes raketten af op een basis van de door Syrië gesteunde Palestijnse organisatie Volksfront voor de Bevrijding van Palestina – Algemeen Commando (PFLP-GC), in het oosten van Libanon. Twee van die raketten ontploften niet. Andere toestellen schoten raketten af op een Hezbollah-basis aan de Libanese kust. Volgens de Libanese regering werden de Israëlische gevechtsvliegtuigen door Libanees luchtdoelgeschut onder vuur genomen.

Israël wil bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een klacht tegen Libanon indienen wegens de katjoesja-aanvallen.

Bij een vuurgevecht met Israëlische soldaten is vandaag een Palestijn gedood op de grens van de Gazastrook en Israël. De Palestijn maakte deel uit van een groep leden van de Comité’s van het Volksverzet. (Reuters, AP, AFP)