Het schandaal is een schande

Vormen van overdrijving zijn belangrijk om iets tot een schandaal te verheffen.

Tegenstanders doen dat ook. Het schandaal krijgt zo een plot met talloze sub-plots.

Terugkijkend op de affaires rond Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk valt op dat niemand eraan ontkomt partij te kiezen. Iedereen is voor of tegen. Maar wat is nou werkelijk het schandaal? De ‘ontmaskering’ door Zembla? De ‘leugens’ van Ayaan? Het snelle ‘besluit’ van Verdonk? De Tweede Kamer die eensgezind over Verdonk heen walst? Of toch het Nederlandse asielbeleid?

Het antwoord is: geen van alle. Het werkelijke schandaal is die onbeheersbare dynamiek die na de eerste ‘onthulling’ op gang komt. Geen van de betrokkenen kan zich nog onttrekken aan het actie-reactiepatroon van beschuldiging, verontwaardiging, ontkenning, tegenaanval, verdachtmaking, nieuwe onthulling, etc. Ze worden acteurs in het toneelstuk ‘Het Schandaal’, en spelen hun rol volgens de logica van het schandaal.

Voordat een schandaal kan ontstaan, dient er sprake te zijn van een ‘delict’ waarover brede verontwaardiging kan ontstaan. Typerend voor schandalen is dat datgene wat aan de kaak wordt gesteld niet buitengewoon schokkend, ernstig of strafbaar hoeft te zijn. Veel belangrijker is het morele kader waarin de ‘laakbare’ feiten wordt geplaatst. En dat referentiekader verandert, waardoor het kan voorkomen dat dezelfde feiten, waarover men een paar jaar geleden nog achteloos de schouders ophaalde, nu leiden tot grote verontwaardiging.

Sinds Ayaan Hirsi Ali in 2002 op tv vertelde dat ze had gelogen over haar vluchtverhaal is er veel veranderd in Nederland. In die tijd was het niet opportuun daarop door te gaan – niet voor de politiek, niet voor de media. Nu, in 2006 – met het strenge asielbeleid, de ‘26.000’ en de affaire-Pasic – is dat wel zo. De redactie van Zembla heeft vervolgens niet zozeer totaal nieuwe onthullingen gedaan, als wel feiten die al min of meer bekend waren zodanig ingekleurd, aangescherpt en ingekaderd dat ze een nieuwe betekenis kregen.

Een schandaal dat op gang komt, dwingt alle betrokkenen onmiddellijk tot een standpunt. Uitstel kan niet, dat roept grote argwaan op en vermoedens van doofpotten en vriendjespolitiek. Als vervolgens blijkt dat de eerste onbekookte reactie (‘Ayaan heeft niets te vrezen’) geen stand houdt, vormt dat een belangrijke impuls voor het schandaal. De aankondiging onderzoek te gaan doen, bevestigt definitief dat er blijkbaar iets ernstigs aan de hand is.

Intussen zoeken medestanders van het object van het schandaal de publiciteit om de aanval te openen op de boodschapper (Zembla) en op minister Verdonk die zo meegesleurd dreigt te worden in het schandaal rondom Ayaan Hirsi Ali. Het besluit van Verdonk het resultaat van haar onderzoek (het Nederlanderschap is in feite nooit verleend wegens identiteitsfraude) zo spoedig mogelijk bekend te maken, is een gevolg van de dilemma’s die schandalen creëren. Vermoedelijke achtte Verdonk de kans op politieke schade groter bij geheimhouding dan bij openheid. Bovendien zag zij haar mededeling niet als een beslissing om een paspoort in te trekken maar als een ‘constatering’ dat het naturalisatiebesluit niet rechtsgeldig was.

Het paradoxale is dat vrijwel ieder ander besluit ook schandaalversterkend zou zijn geweest, zij het dat dan anderen Verdonk aan de schandpaal zouden hebben genageld. Typerend voor schandalen zijn de angst voor besmetting, vormen van ‘group think’ en het isoleren van de hoofdpersoon. Uit angst besmeurd te raken door het schandaal proberen hoofdrolspelers (zoals de VVD-top) de afstand tot het middelpunt (Verdonk) zo groot mogelijk te maken. Minder invloedrijke ‘spelers’ zullen zich aansluiten. Dat was de oorzaak van de Kamerbrede coalitie tegen de minister. Het resultaat was een politiek geïsoleerde minister met een groeiende populariteit buiten de Kamer.

Opvallend in de berichtgeving over Verdonk is de sterke nadruk op haar starre persoonlijkheid als verklaring voor haar opstelling. Ook dat is kenmerkend voor schandalen: niet meer de omstandigheden waarbinnen mensen handelen is doorslaggevend, maar hun onbetrouwbare karakter met bijbehorende egoïstische motieven. Verdonk slachtoffert Hirsi Ali uit eigenbelang. Dat geldt ook de beeldvorming rondom Hirsi Ali: een aangepast vluchtverhaal en nu deugt ze niet meer als persoon. Zo leiden schandalen tot karaktermoord.

Overdrijving en schandaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Degene die iets tot schandaal probeert te verheffen, maakt gebruik van allerlei vormen van overdrijving om zijn morele gelijk aan te tonen. De tegenstanders doen hetzelfde en proberen andere zaken zoals de opstelling van Verdonk als schandalig te labelen. In één moeite door raakt Hirsi Ali niet alleen haar paspoort, maar ook haar nieuwe vaderland, haar huis en haar persoonsbeveiliging kwijt. Omgekeerd is de Zembla-uitzending ook een voorbeeld van overdrijving. In de uitzending krijgen sommige details overdreven veel aandacht.

Het schandaal wordt voortgestuwd door het uitwaaieren van beschuldigingen over en weer. De kleinste details krijgen voor de media een grote nieuwswaarde omdat ze bepaalde posities kunnen ondersteunen of ondergraven. Veel onthullingen in deze fase gaan over de vraag wie op welk moment over welke informatie kon beschikken en wat er met die informatie is gedaan. Zo ontwikkelt zich een conglomeraat van deelaffaires die zich zelf voortplanten. Het schandaal krijgt een eigen plot met talloze subplots die op weer andere personen in het schandaal betrekken.

Dit hele proces doet sterk denken aan Middeleeuwse heksenvervolgingen. Alleen het ritueel van de duivelsuitdrijving en het vertrek van een hoofdrolspeler kan een eind maken aan het voortwoekerende schandaal. Dan volgt het ruimen van de scherven, want de schade staat in geen enkele verhouding tot het oorspronkelijke ‘delict’. Het schandaal is een schande.

Peter Vasterman is mediasocioloog aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek berichtgeving over crisis, schandalen, rampen en risico’s.

    • Peter Vasterman