Heimwee naar familie, vrienden en frikadellen

Na een geruchtmakende schietpartij in Den Helder moest een Curaçaos gezin van de gemeente terug naar hun geboorte-eiland. Moeder Laurine is tevreden, de kinderen niet.

Lezen en schrijven kan ze niet goed. In Den Helder werd Laurine (43) ooit bijna haar huis uitgezet, omdat ze – zo bleek later – daar zelf voor had getekend. „Ik kon dat papier niet lezen”, zegt de Curaçaose. „Gelukkig heeft de sociale dienst me toen geholpen.” Een van de weinige keren, dat wel. Want met de sociale dienst heeft ze in Nederland vooral problemen gehad.

Laurine zit op de veranda van haar ouderlijk huis in het dorp Boca San Michiel. Het ruikt er naar vis. Samen met haar ouders leeft ze van de verkoop van gewervelde zeedieren, zoals zoveel bewoners van het dorp. Haar 75-jarige vader, tandeloze lach onder een petje van een politieke partij, is nog dagelijks aan het werk.

Bijna twee jaar geleden verhuisde Laurine vanuit Den Helder terug naar Curaçao. Kort daarvoor, het was mei 2004, schoot haar oudste zoon de 20-jarige Sam Faries dood voor het station in de marinestad. Vorig jaar werd haar zoon (20) veroordeeld tot vijf jaar cel en tbs met dwangverpleging.

De schietpartij voor het station leidde tot veel ophef in Den Helder. Het werd gezien als een wraakactie voor de moord op Nishmael Dorothea, een vriend van Laurine’s zoon. Dorothea werd in 2003 vermoord door de oudere broer van Sam Faries.

De spanningen in de Antilliaanse gemeenschap in Den Helder waren voor Laurine aanleiding om terug te gaan naar Curaçao. Bang voor een verdere escalatie van de familievete – er deden geruchten de ronde over een dodenlijst – besloten enige tijd later ook haar dochter Saskia (25) en haar zuster ‘Ninja’ (37) Den Helder voor Curaçao te verruilen.

Laurine betaalde zelf voor de verhuizing. Saskia en Ninja kregen van de gemeente Den Helder tickets en zakgeld om terug te gaan. Op voorwaarde dat ze een aantal jaar niet meer in Nederland komen, zo bleek begin dit jaar uit een onderzoeksrapport naar de omvang van criminaliteit in de Antilliaanse gemeenschap in Den Helder. Saskia heeft inmiddels werk gevonden op Curaçao, haar twee kinderen van zes en een jaar zijn ondergebracht in een pleeggezin. De oudste twee kinderen van Ninja gaan sinds kort naar school.

Laurine benadrukt dat zij niet door de gemeente is geholpen. „Nederland is heel streng geworden. Het is nu een papierland, je moet alles opsturen, helemaal geen persoonlijk contact meer met een ambtenaar of zo. Dat is moeilijk voor mij”, zegt ze. Vroeger, in de jaren tachtig, vond ze het veel leuker in Nederland. Toen was er minder controle.

Nu is het alleen nog leuk in Nederland als je werk hebt en met een man woont, vindt ze. Maar Laurine heeft geen geluk met mannen: „Ze slaan me altijd.” Geld verdienen gaat haar op Curaçao beter af. Ze haalt haar portemonnee uit haar tas, laat een flink pak briefjes van honderd zien. „Hier kan ik sparen, want met vis verkopen en pasteitjes maken kan je hier best veel geld verdienen. Ik ben goed met mijn handen, daar kom je verder mee op Curaçao, maar in Nederland heb je er niets aan.”

Ze haalt een familieportret tevoorschijn. Negen zussen en drie broers, veelal modieus gekleed. Ze woonden toen alle twaalf in Nederland, zeker vijf hadden hun thuisbasis in Den Helder. „Ik heb wel heimwee naar Nederland”, zegt Laurine. Ze mist haar familie daar, haar vrienden, het uitgaansleven en patat met frikadel. Haar twee jongste zoons, 10 en 12 jaar oud, willen graag terug naar Nederland. Ze missen het internaat waarop ze zaten, het voetballen met vriendjes. In Boca is weinig begeleiding voor ze. Laurine’s moeder vindt dat de jongens beter af zijn in Nederland. „Mijn moeder verkoopt nog steeds vis”, zegt Laurine, „dat is moeilijk met die kinderen erbij. Mijn zoons luisteren niet zo goed.”

Beneden aan de trap naar de veranda maakt wijkregisseur Marlon Regales een praatje met Laurine’s vader. Hij heeft ervaring met Laurine’s zoons, die hij heeft aangesproken nadat ze spullen hadden vernield in het buurtcentrum. „Ik heb ze duidelijk gemaakt”, zegt Regales, „dat het hier geen Nederland is. Op Curaçao doe ik geen aangifte bij de politie, maar pak ik ze gewoon zelf aan.”

Regales geeft Laurine een lift naar haar huis, hoog op een heuvel boven het vissersdorp. Laurine’s huis is zelf gebouwd, zonder toestemming van de overheid. Water en licht zijn vooralsnog niet aangesloten. In de donkere woonkamer staan kasten tegen kale, uit betonblokken opgetrokken muren. „Voor ieder betonblok”, zegt Regales op de terugweg, „heeft ze keihard gewerkt. Iemand die zonder vaste baan of niets al zo’n huis kan bouwen, die bloeit met een beetje begeleiding helemaal op.” De wijkregisseur is niet bang voor de komst van meer Antilliaanse probleemgezinnen. „Laat ze maar komen”, vindt Regales, „zolang het druppelsgewijs is en ze begeleiding krijgen, kunnen we dat als samenleving best hebben.”

    • Miriam Sluis