Heel Yogya blijft buiten, bang voor naschokken ‘Ik moet helemaal opnieuw beginnen’

De aardbeving van zaterdag op het Indonesische eiland Java heeft aan ongeveer 5.000 mensen het leven gekost en 200.000 mensen dakloos gemaakt. „We zijn arme mensen, maar ons leven is nog steeds belangrijk.”

Een inwoner van Bantul, waar ruim 2.000 inwoners zijn omgekomen, zoekt tussen de resten van ingestorte huizen naar zijn bezittingen Foto AFP A resident searches belongings amongst the rubbles of his destroyed house in Bantul Yogyakarta, 28 May 2006, a day after a devastating earthquake shattered the region. As dawn broke over Indonesia's city of Yogyakarta, rescue workers searched for survivors of the 6.2 magnitude quake that killed at least 3,000 people. With whole villages reduced to rubble, the death toll was expected to rise as countless victims lie dead or injured, trapped in the wreckage of their homes, after the nation's worst catastrophe since the 2004 Asian tsunami. AFP PHOTO/Jewel SAMAD AFP

De 35-jarige Sorjono uit Yogyakarta heeft zijn vrouw en zijn twaalfjarige dochtertje verloren bij de aardbeving die afgelopen zaterdag het midden van het Indonesische eiland Java trof. Nu zit hij naast zijn hoogbejaarde vader die bewegingloos op een matras ligt, op de modderige grond van het binnenterrein van het Sardjito-ziekenhuis in Yogyakarta. Alleen een dunne sarong moet bescherming bieden tegen de regen die aanhoudend valt. Maar liever buiten de nacht doorbrengen dan binnen, met het gevaar van een nieuwe schok, zegt Sorjono.

Sorjono is niet de enige die er zo over denkt. Het Sardjito-ziekenhuis is overspoeld met slachtoffers van de aardbeving. De meesten van de 1.600 gewonden liggen net als Sorjono’s vader naast elkaar in lange rijen op de paden van het ziekenhuisterrein, terwijl familieleden hen zo goed en zo kwaad als het gaat bijstaan. We doen ons best, zeggen ook de autoriteiten, maar er is nog aan alles een tekort: aan verplegend personeel, aan verbandmiddelen en medicijnen en aan tenten om de daklozen te laten schuilen tegen de regen.

Ruim 48 uur na de beving, met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter, is nog onduidelijk hoeveel doden er precies zijn gevallen in een gebied van enkele honderden vierkante kilometers ten zuiden van Yogyakarta. Eerder meldden de Indonesische autoriteiten dat het dodental de vijfduizend was gepasseerd. Vanmorgen werd dat cijfer naar beneden bijgesteld, maar rond het middaguur werd toch weer melding gemaakt van vijfduizend doden. Naar schatting 200.000 mensen zijn dakloos geworden. Hun huizen zijn ingestort of zo zwaar beschadigd dat ze er niet meer naar binnen durven.

Het zwaarst getroffen is de stad Bantul. Daar is 80 procent van de huizen met de grond gelijkgemaakt, en daar zijn ook verreweg de meeste doden, meer dan 2.000, te betreuren.

Inmiddels begint de (internationale) hulpverlening op gang te komen. Uit de hele wereld komen hulptoezeggingen binnen. Vanochtend landde op het vliegveld van Solo een eerste toestel van Unicef met onder andere tenten, waterzakken en kookgerei. Het vliegveld van Yogyakarta is beschadigd, maar gisteren leverde de Singaporese luchtmacht daar al medisch personeel en medicamenten af. Toch verwachten hulpverleners dat veel inwoners van het getroffen gebied ten zuiden van Yogyakarta voorlopig nog op zichzelf blijven aangewezen, gezien de logistieke problemen. „Het is erg moeilijk om de afgelegen gebieden te bereiken. De weggetjes zijn er erg smal. Dat vormt een flessenhals bij het verspreiden van de hulp”, aldus een woordvoerder van de aan de VN gelieerde Internationale Organisatie voor Migratie. WFP, de voedselhulporganisatie van de VN, is naar eigen zeggen begonnen met het uitdelen van etenspakketten in de zwaar getroffen districten Bantul en Klaten.

De Indonesische regering zelf heeft voor een periode van drie maanden de noodtoestand afgekondigd voor het getroffen gebied. Het leger is ingezet om de bevolking bij te staan, maar erg effectief lijkt dat niet te verlopen. Om te tonen dat hij de slachtoffers niet in de steek zal laten, heeft president Susilo Bambang Yudhoyono zijn kantoor tijdelijk verplaatst naar Yogyakarta. Zaterdag bracht hij al een bezoek aan het gebied. De regering wil „volledige” wederopbouw binnen een jaar hebben gerealiseerd.

Na afloop van een spoedberaad van het kabinet zei vice-president Jusuf Kalla gisteravond dat de kosten van hulpverlening en wederopbouw ongeveer 100 miljoen euro zullen bedragen.

Overal in de dorpen is hetzelfde beeld te zien van mensen die wanhopig in puinhopen zoeken naar overlevenden of die stil voor zich uit staren, geschokt door het verlies van verwanten. De doden worden, naar islamitisch gebruik, snel begraven.

„Ik moet weer helemaal opnieuw beginnen”, zegt Poniral die zaterdagmiddag zijn vijfjarige dochtertje heeft begraven in het dorpje Jamprit. De nacht heeft hij met de andere dorpelingen doorgebracht in de open lucht, een beetje schuilend onder stukken plastic. Op zondagochtend is er soep die enkele vrouwen hebben bereid. De 63-jarige Budi Wiyana zegt dat zijn huis is ingestort. „We hebben overal tekort aan, kleren, eten, water, alles is weg. We zijn arme mensen, maar ons leven is nog steeds belangrijk”, zegt hij. Een dorpsgenoot gelooft dat de beving een straf van God was. „God is boos op het volk en op de leiders van het land”, zegt hij. „Dit was een waarschuwing.”

Behalve hulpverleners proberen ook veel familieleden naar het rampgebied te komen, op zoek naar informatie over verwanten of om hulp te komen brengen.

Afgelopen zaterdag vertrokken zo’n 5.000 passagiers met de bus vanuit Jakarta naar Yogyakarta, vijf keer zoveel als op een gewone zaterdag. Ook op de treinstations was het een stuk drukker dan normaal.

Het centrum van Yogyakarta is minder zwaar getroffen dan de omliggende regio, maar enkele historische gebouwen zijn wel beschadigd. Dat geldt onder andere voor de Prambanam Tempel, een hindoe-tempel uit de tiende eeuw en voor het paleis van de sultan, waar eeuwenoude gamelan instrumenten werden bedolven onder het instortende dak van een museum. (AP, Reuters, AFP)