‘Groene’ hockeyers blijken veerkrachtig

Bloemendaal verovert voor de tiende keer de titel, ten koste van Amsterdam.

Met dank onder meer aan een ‘persoonlijkheidsanalyse’ van alle leden van de selectie.

Bloemendaal viert uitbundig feest nadat Luke Doerner de winnende treffer heeft gemaakt. Foto Mike Dooper Bloemendaal bouwt een feestje nadat zij Amsterdam hebben verslagen. Keeper Jaap Stockmann en Steven van Wijk bouwen op de achtergrond een eigen feestje. Dooper, Mike

Opbeurende woorden sprak de voorzitter voorafgaand aan het derde en beslissende finaleduel. Het hockeyseizoen van Bloemendaal was, ongeacht de afloop van de strijd om de landstitel, al geslaagd, betoogde Quentin Dike ten overstaan van de selectie. Ga maar na: vorige maand al de Europa Cup II gewonnen, en de reguliere competitie afgesloten als onbetwist de beste.

Het goedbedoelde praatje was aan Karel Klaver niet besteed. Vier jaar geleden stond hij met „een gebarsten schedel” langs de zijlijn, en ging de feestvreugde na Bloemendaals negende landstitel grotendeels aan hem voorbij. „Ik speel hier nu vijf jaar en heb in die tijd nog nooit wat gewonnen. Daarom was het nu alles of niets. In dat laatste geval had ik serieus overwogen hier te vertrekken.”

Maar Klaver, destijds geveld door een bal op zijn slaap, blijft nog even bij Bloemendaal, dat gisteren voor de tiende keer sinds 1986 de landstitel opeiste, ditmaal ten koste van Amsterdam. Eigenhandig ‘versierde’ de 27-jarige international gisteren, daags na de afgetekende nederlaag (0-4), een strafbal. Die werd halverwege de tweede helft benut (2-1) door de Australische spits die een dag eerder nog zo opzichtig had gefaald vanaf zes meter veertig: Jamie Dwyer.

Zijn treffer bleek bij nader inzien van cruciaal belang; het verschafte de thuisploeg de geestdrift om – ondanks twee gele kaarten (en dus tijdstraffen voor middenvelders Eby Kessing en Tibor Weissenborn) én de gelijkmaker van Amsterdams strafcornerkanon Taeke Taekema – in de verlenging het hoofd koel te houden. Dwyers landgenoot Luke Doerner voltrok het vonnis door Bloemendaals derde korte hoekslag al na vier minuten raak te pushen: 3-2.

Play-offs vergen „een geheel andere benadering dan de reguliere competitie”, legde Bloemendaal-coach Michel van den Heuvel naderhand nog maar eens uit. „Je moet vechthockey kunnen en durven spelen.” Maar het mes tussen de tanden, dat was tot voor kort niet het handelsmerk van het weliswaar aanvalslustige maar doorgaans wankelmoedige Bloemendaal. Vorig jaar nog liet de ploeg zich in het derde en beslissende finaleduel afbluffen door het – vooral mentaal – geslepen Oranje Zwart.

Die nederlaag was voor Van den Heuvel (41) aanleiding zijn selectie bij aanvang van het nieuwe seizoen „op het persoonlijke vlak” eens kritisch tegen het licht te houden. „Zodat we elkaar beter zouden begrijpen.” Hij onderwierp zijn spelers een voor een aan een psychologische analyse, en de uitkomsten van de 25 vragen tellende enquête verrasten de coach geenszins. „Ze bevestigen wat ik in feite al wist: in deze groep zitten meer groenen dan rooien.”

Zelf is Van den Heuvel „een echte rooie: geen gelul, gas erop”. Maar kom daar eens om bij Bloemendaal. „Wij hebben veel sfeergevoelige jongens in de groep, spelers die een goede sfeer nodig hebben om te kunnen presteren. Teun (aanvoerder en sterspeler De Nooijer, red.) is daar een voorbeeld van. Die kan alleen vlammen als hij goed in zijn vel zit.”

In de voorbespreking speelde Van den Heuvel dan ook vooral in op het gemoed van zijn spelers, die een dag eerder nog tactisch schaakmat waren gezet. „Ik heb ze twee getallen voorgehouden: 26 en 365. Ben je in staat om binnen 26 uur te herstellen, of wil je 365 dagen wachten op de volgende kans op de titel?” Het psychologische trucje werkte. Voor zover dat nodig was. In de halve finales had Bloemendaal immers al bewezen over mentale veerkracht te beschikken; een op het oog hopeloze achterstand (0-3) tegen titelverdediger OZ werd alsnog omgebogen in een overwinning: 4-3.

Tibor Weissenborn, het Duitse dravertje dat vorig jaar overkwam van Berliner HV, voorzag de ploeg dit seizoen van het noodzakelijke gif, erkende Van den Heuvel. „Ook hij is ‘een groene’, alleen merk je dat op het veld niet. Hij neemt alles en iedereen op sleeptouw; hij kreeg vorige week zelfs zijn huisgenoot Nick Meijer zover dat die de wedstrijd uitspeelde met nota bene een gebroken hand.’’