Gouden Palm Loach voor politieke film

Het epos The Wind That Shakes the Barley kreeg gisteren in Cannes de Gouden Palm voor de beste film. De belangrijkste festivalprijs ging daarmee verrassend naar de Britse veteraan Ken Loach.

Zijn verbeelding van de vroegste geschiedenis van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) werd algemeen geprezen als een evenwichtige en vakkundige film, maar door vrijwel niemand gezien als serieuze kanshebber voor de belangrijkste prijs van het filmfestival.

Loach en scenarioschrijver Paul Laverty creëerden het verhaal van twee Ierse broers die samen strijden voor een onafhankelijk Ierland, maar die door het verdrag tussen Groot-Brittanië en Ierland van 1921 verdeeld raken. De jury was unaniem in zijn beslissing, zei voorzitter Wong Kar-wai in een toelichting. „Ieder jurylid werd geraakt en geroerd door de film.”

De prijs voor beste regie ging naar de Mexicaan Alejandro González Iñárittu. Zijn Babel (met onder meer Brad Pitt en Cate Blanchett) stond op vele lijstjes als festivalfavoriet. Het Engelstalige Babel is een ambitieus drama dat de wereld omspant. Een geweerschot in Marokko heeft gevolgen in Amerika, Mexico en Japan. De stijl van Iñárittu – hij maakte ook Amores Perros en 21 Grams – is krachtig en dwingend als altijd. Anders dan bij Loach is hier de boodschap duidelijk ondergeschikt aan de vorm.

Voor het eerst in de bijna zestigjarige geschiedenis van Cannes werden de acteerprijzen uitgereikt aan twee ensembles. De zes belangrijkste actrices van Volver (‘Terugkeren’) van Pedro Almodóvar deelden de eer. Almodóvar kreeg ook de prijs voor het beste scenario. De prijs voor de beste acteur ging naar de overwegend Frans-Algerijnse cast van Rachib Boucharebs Indigènes (‘Inboorlingen’). In de film vormen de vijf acteurs een groep Algerijnse infanteristen die het ‘moederland’ helpen bevrijden van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

‘Troostprijzen’ gaf de jury aan twee sobere films. Het oorlogsdrama Flandres van de Fransman Bruno Dumont kreeg de Grote prijs en het psychologisch drama Red Road, de debuutfilm van de Britse Andrea Arnold, kreeg de juryprijs. Op Indigènes na waren alle bekroonde films al voor het festival aangekocht door Nederlandse distributeurs voor bioscoopvertoning.

De Camera d’or – prijs voor het beste debuut – ging naar de Roemeen Corneliu Porumboiu en zijn A Fost sau n-a fost?, een bitterzoete terugblik op de revolutie tegen Ceausescu.

Geen prijs voor de enige Nederlandse film in Cannes. De korte afstudeerfilm van Jaap van Heusden dong mee in de sectie Cinéfondation voor pas afgestudeerde studenten van de filmacademies. In deze categorie won de Argentijn Gustavo Riet met Ge & Zeta.