Europees navelstaren

De Europese Unie geeft zichzelf nog een jaar de tijd om na te denken over de bestuurlijke gevolgen van de verwerping van de EU-grondwet in Nederland en Frankrijk. Dat is nu een jaar geleden – en Europa likt nog steeds zijn wonden. Dit laatste was afgelopen weekeinde ook weer zichtbaar op een bijeenkomst van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken over de grondwet. Het extra jaar is onvermijdelijk, gelet op het feit dat in Frankrijk en Nederland in de eerste helft van 2007 verkiezingen zijn. Men kan van alles bedenken om de grondwet te revitaliseren, maar als er dadelijk nieuwe politieke leiders zijn, kan de vlag ineens heel anders wapperen.

Duitsland zette wat dat betreft de toon. Bondkanselier Merkel zei kortgeleden dat het voorlopig geen zin heeft over de grondwet te praten. Ze zal dat ook niet doen tijdens het Duitse voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2007. Het is het beste om het woord ‘grondwet’ voorlopig te mijden, misschien zelfs te schrappen. Feitelijk is het onjuist. Het ‘verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa’ is een verdrag en geen grondwet. Het is een te ambitieuze, onoverzichtelijke maar wel nuttige samenvatting van alle eerdere verdragen op basis waarvan de EU wordt bestuurd. Voor het door de Fransen en Nederlanders weggestemde grondwettelijke verdrag zal iets nieuws moeten komen om de EU goed te laten functioneren. Tot die tijd draait de Unie gewoon door op de oude verdragen.

Is dat een ramp? Neen. Soepel loopt het niet, en Europa verkeert ontegenzeggelijk weer eens in een crisis. Maar dat heeft vooral te maken met het onvermogen van politieke leiders om helder uiteen te zetten waarom de EU belangrijk is en welke koers Europa de komende jaren moet varen. Intussen staat de Unie nog steeds garant voor vrede en welvaart, en dat gedurende een lange periode in een vanouds gewelddadig werelddeel. De Luxemburgse premier Juncker herinnerde er terecht aan, toen hij onlangs in Aken de Karel de Grote-prijs voor Europese verdiensten kreeg, dat een maand oorlog duurder is dan twintig jaar Europese Unie.

Europa heeft een jaar aan navelstaren gedaan. Veel is er niet uitgekomen. Nu wordt, afgedwongen door de stembus, aan deze contemplatieperiode nog een jaar vastgeplakt. Anders dan in het afgelopen jaar zal de Unie hierna met resultaten moeten komen. Anders verloopt het tij echt. Het heeft geen zin om steeds weer over die grondwet te beginnen. Aan te grote ideeën als een ‘Verenigde Staten van Europa’, zoals de Belgische premier Verhofstadt onlangs opperde, is ook geen behoefte. Net zo min als aan een directoraat van grote landen, steevast naar voren gebracht in tijden van crises. Zonder de kleine gaat het namelijk niet.

De EU heeft behoefte aan resultaten op voor iedereen herkenbare terreinen als werkgelegenheid, sociale politiek, veiligheid, telecommunicatie en betaalbare energie. Die kunnen met politieke wil heel goed zonder een grondwet worden bereikt.