EU-landen willen af van ‘grondwet’

De EU-ministers van Buitenlandse Zaken willen af van het beladen begrip ‘Europese Grondwet’. Zij hopen dat het zo mogelijk zal zijn in 2009 alsnog een nieuw Europees verdrag te kunnen invoeren.

Tot die conclusie zijn de ministers gekomen tijdens een tweedaags informeel beraad in het Oostenrijkse Klosterneuburg.

Het is vandaag precies een jaar geleden dat een meerderheid van de Fransen in een referendum de Europese Grondwet verwierp. Enkele dagen later deden de Nederlanders hetzelfde. Sindsdien verkeert de invoering van de grondwet, die was bedoeld om de EU doelmatiger en doorzichtiger te laten werken, in een impasse.

De ministers zijn het erover eens dat de na het Franse en Nederlandse ‘nee’ afgekondigde reflectieperiode van een jaar met nog eens een jaar moet worden verlengd. De EU moet deze tijd benutten om te bezien hoe aan de verlangens van de diverse lidstaten kan worden tegemoetgekomen. Het grondwettelijk verdrag kan pas worden ingevoerd als alle 25 lidstaten ermee hebben ingestemd. Inmiddels hebben vijftien landen dat al wel gedaan.

De Duitse minister Frank-Walter Steinmeier noemde het schrappen van de benaming ‘grondwet’ een mogelijk vertrekpunt. Het gaat er volgens hem om dat de „politieke substantie” van de Europese Grondwet behouden blijft. Zijn Nederlandse collega Bot zei eveneens dat het „geen zin” heeft om over grondwetten te praten.

Tegelijk erkende Bot dat verdragswijzigingen nodig zijn om Europa te kunnen laten functioneren. Dit is door de andere ministers als positief signaal opgevat. In andere Europese landen werd het Nederland kwalijk genomen dat men na de afwijzing van vorig jaar niet verder kwam dan de mededeling dat de grondwet „dood” was.

Volgens minister Ursula Plass-nik van Oostenrijk (momenteel voorzitter van de EU) is de lucht ten aanzien van de Europese Grondwet „opgeklaard”.

grondwet: pagina 5

hoofdartikel:pagina 7