Duizenden vluchten uit hoofdstad Oost-Timor

Tienduizenden mensen zijn de afgelopen dagen op de vlucht geslagen voor het geweld van gewapende bendes in de Oost-Timorese hoofdstad Dili. Velen zochten bescherming in kerken, ambassades of bij het vliegveld. Maar de meesten verlieten de stad die wordt geteisterd door rivaliserende bendes die elkaar met kapmessen te lijf gaan en huizen plunderen en in brand steken.

De aanwezige Australische militairen, onderdeel van een internationale vredesmacht van ruim 2.000 soldaten, leken niet bij machte het geweld en de wetteloosheid te stoppen. Ze voerden patrouilles uit in Dili waardoor de gewapende bendes voor even uit elkaar werden gedreven. De speciale gezant van de Verenigde Naties in Oost-Timor, Sukehiro Hasegawa, zei dat meer militairen nodig zijn om een einde te maken aan de wetteloosheid.

Ongeveer 27.000 Oost-Timorezen zijn gevlucht naar opvangkampen, aldus Robert Ashe, regionale vertegenwoordiger van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN. Maar de omstandigheden in de tentenkampen zijn slecht: voedsel, drinkwater en sanitaire voorzieningen ontbreken.

Vandaag staat een bijeenkomst van het Oost-Timorese kabinet gepland. Er wordt gespeculeerd over een mogelijke val van de regering of de ontbinding van het parlement. Premier Mari Alkatiri heeft het geweld al een georganiseerde poging genoemd om hem omver te werpen. VN-gezant Hasegawa riep de leiders van Oost-Timor op de haat niet verder aan te wakkeren. „Ze hebben een verschil van mening over hoe het land geleid moet worden en de situatie is zeer precair”, aldus Hasegawa.

De onrust in Oost-Timor begon in maart toen 600 ontevreden soldaten werden ontslagen. Daarop ontvluchtten ze de hoofdstad en namen posities in de omliggende heuvels in. Ze dreigden met een guerrillaoorlog als ze niet mochten terugkeren in het leger.

Wat begon als een breuk in het leger is overgeslagen naar de bevolking, die weinig sociale en culturele samenhang kent. Een nationaal gevoel bestaat er nauwelijks. Loyaliteiten liggen eerder bij tribale groepen. Van oudsher zijn er veel bloedvetes, die vaak ver teruggaan. De afstand tussen de dorpen en de stedelijke elite, vaak deels van Portugese afkomst en met Portugese namen, is groot. Premier Alkatiri heeft weinig steun onder de bevolking. (AP, Reuters)