Denk als een musicus

Deze week begint de nieuwe directeur van het Concertgebouw, Simon Reinink. Nog geen veertig, en al de baas van de drukst bezochte concertzaal ter wereld. Reinink werkte er sinds zijn 26ste aan om op deze plek te komen.

Het Concertgebouw in Amsterdam. Foto Leo van Velzen Amsterdam, 24/05/06. Details en geheel van het exterieur van het Concertgebouw. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Al dertien jaar terug is Simon Reinink bij Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders op de thee geweest. Eén vraag had hij. Hoe word ik directeur van het Concertgebouw? Hij was toen 26 jaar. Sanders advies: denk als een musicus, versta je vak. Zorg dat je verstand krijgt van management, personeelszaken, financiën. Het advies bleek te werken. Reinink begint donderdag als Sanders’ opvolger. Tot die tijd delen ze de directeurskamer.

De benoeming van Simon Reinink tot algemeen directeur van de drukst bezochte concertzaal ter wereld, veroorzaakte enige verbazing. Hij is in de wereld van de klassieke muziek onbekend, een jurist en bovendien nog geen veertig. Er werd gesproken van een benoeming via het Utrechtse ‘Old Boys Network’. Reinink was in zijn studententijd rector van het Utrechtse Studenten Corps, en maakte zo kennis met AKZO-topman Aarnout Loudon, die als oud-lid van diezelfde vereniging lid was van de Raad van Advies. Toen Loudon – inmiddels ook commissaris van het Concertgebouw NV – moest nadenken over een kandidaat voor de opvolging van Martijn Sanders, dacht hij opeens aan Reinink.

Simon Reinink maakte carrière als advocaat, uitgever en manager, maar professionele muziekpodia kende hij vooral van vóór de schermen. Vader Reinink, een gedreven liefhebber van klassieke muziek, nam zijn drie kinderen Simon, Merel en Adriaan van jongs af aan mee naar concerten. „Vooral Simon en Adriaan gingen graag”, vertelt zijn jongere zus Merel. „Tijdens het Festival Oude Muziek stonden er soms wel drie concerten op een dag op de agenda.”

In zijn studietijd volgt Reinink, puur voor de lol, een jaar colleges en practica muziekwetenschap. Hij denkt met genoegen aan dat jaar terug: „Veel nieuwe muziek ontdekken.” Daar zal hij straks zeker plezier aan beleven – ook al is het zo dat de functie van algemeen directeur inhoudelijk drastisch is veranderd. Waar Martijn Sanders zelf de programmering van de Grote Zaal deed, ligt vanaf het aantreden van Reinink de dagelijkse verantwoordelijkheid voor de gehele programmering bij artistiek adjunct-directeur Anneke Hogenstijn. „Maar dat verandert niets aan mijn betrokkenheid”, vindt hij. „De eindverantwoordelijkheid voor de programmering – die ligt nog steeds bij mij.”

Simon Reinink heeft een stamboom waarin cultuur al generaties lang een rol speelt. Zijn grootvader, Hendrik Jan Reinink (1901-1979), stond als secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap in 1947 aan de basis van het Holland Festival. Vader Wessel Reinink (1933) is jurist en emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis. Hij werd in 1969 bestuursvoorzitter van de Stichting Linschoten, een landgoed bij Woerden dat door een oom werd nagelaten met de bedoeling het tot het algemeen nut te behouden.

Reinink woonde vanaf zijn derde deels in het koetshuis van dat landgoed, omringd door koeien en het eeuwenoude parkbos. Merel Reinink: „Simon ging als jongen graag op avontuur, of hielp de boer op de boerderij. School interesseerde hem minder dan kattenkwaad. Maar eenmaal in de pubertijd was hij zijn wilde haren opeens kwijt.”

Hij doet eerst de havo. Het landleven op Linschoten boeit hem zodanig dat hij de Hogere Landbouwschool overweegt. „Maar op mijn vijftiende ontdekte ik dat ik ook best goed kon leren als ik een beetje oplette.”

Tijdens zijn schooltijd is Reinink ook actief met muziek bezig – hij speelt viool, cello, gitaar – en dat laatste fanatiek. In het Franse Castrés volgt hij masterclasses bij meestergitarist Eduardo Falú. Tegenwoordig blijft de gitaar – een nieuwe, in de hoop dat er na de verhuizing van Utrecht naar Amsterdam wél tijd voor is – meestal in de kist. „Maar voor feestjes kan Simon op zijn gitaar de beste liederen in elkaar flansen”, zegt zijn vriend en jaarclubgenoot Gaius Voûte.

Na ‘goede gesprekken’ met de hartsvriend van zijn vader, de Utrechtse hoogleraar rechtssociologie Toon Peters, besluit Reinink rechten te studeren in Utrecht; misschien dat een combinatie van recht en milieu iets voor hem is? Hij wordt lid van Veritas. Maar tijdens zijn eerste jaar hoort hij de zigeunerkapel Tzigane van het Utrechtsch Studenten Corps spelen, en besluit hij over te stappen naar het corps. De propedeuse rechten heeft hij na tien maanden op zak; er resten vijf jaar studiefinanciering voor drie jaar rechtenstudie.

In Tzigane speelde violist Jan Hazewinkel met Reinink samen. „Simon was vrij wild. Een grappenmaker, een uitgesproken aanwezige persoonlijkheid binnen de club”, zegt hij. De ‘zigeuners’ van toen spelen nog steeds samen, als gelegenheidsstrijkje De Gevulde Koeken. „Dan is het meteen weer zoals toen”, zegt Hazewinkel. „Beetje spelen, rosétje drinken, veel lachen. Gewoon, mannen onder elkaar.”

Reininks vrienden uit die tijd noemen hem een ‘atypisch’ corpslid. Gaius Voûte: „Berekenend klinkt te negatief, maar Simon wist wanneer het tijd voor gezelligheid was, en wanneer voor serieuze dingen. Velen van ons konden, zeker toen, die afweging minder goed maken.”

In 1990 werd Reinink gevraagd rector te worden van het corps. Dat jaar was bepalend en vormend – dat zeggen zijn vrienden en jaarclubgenoten allemaal. En niet alleen door de gezelligheid. Twee bedienden in dienst van het corps kwamen in werktijd om het leven bij een auto-ongeluk. Reinink was als rector hoofdverantwoordelijk. Vriend en destijds senaats abactis Pieter Leerink: „Simon kreeg te maken met personeel, pers, een uitvaart die moest worden geregeld. En een bezoek aan de nabestaanden, twee families. Er waren senaatsleden die niet durfden, maar Simon tolereerde dat niet. Hij heeft nog steeds contact met die gezinnen.”

Reininks rectorsjaar bracht ook leuke ontmoetingen. „Contacten leggen, dat is Simons grote kracht”, zegt Leerink. „Hij kan zich zo presenteren dat mensen zich hem later herinneren.” De lustrumdag waarop alle reünisten langskwamen – onder wie veel bestuurders en topmannen uit het zakenleven – was voor hem een hoogtepunt, zegt Leerink. „Simon wist al tevoren heel precies wie iedereen was. Hij was wat dat betreft een ambitieuze jongen.”

Gaius Voûte: „Een keurige jongen, zou mijn moeder zeggen. Hij weet wat hij wil, en werkt daar doelgericht naartoe. De baan die hij nu heeft, ambieert hij al minstens tien jaar. Ik heb het er vaak met hem over gehad.”

In 1991 studeert Reinink af als jurist. Nederlands Recht, richting privaatrecht/auteursrecht. „Om vaardigheden te leren” wordt hij advocaat-stagiair bij het grote kantoor De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam. „Simon had de kwaliteiten die je nodig hebt voor de advocatuur. Daadkracht, de humor die nodig is om afstand te nemen en je niet door anderen van je stuk laten brengen. En gevoel voor theater in zijn optreden”, zegt Reininks toenmalige baas Evert-Jan Henrichs. Hij herinnert zich vooral hoe Reinink ‘de hele sectie’ een keer ontving op Landgoed Linschoten. „Daar stiefelde hij op rubberlaarzen heel tevreden door de landerijen en vertelde vol liefde over de boeren en hun bedrijfsvoering. Totaal onverwacht voor zo’n stedelijk iemand.”

Landgoed Linschoten blijft belangrijk voor Reinink. Met zijn broer Adriaan organiseert hij er concerten tussen 1992 en 2000. In 2003 volgt hij zijn vader op als bestuursvoorzitter, waar hij nog steeds ‘een paar dagdelen per week’ mee kwijt is. Moet kunnen, ook naast het Concertgebouw, vindt hij. „Je bent het als Concertgebouwdirecteur aan je stand verplicht zo breed mogelijk cultureel actief te zijn. Sanders deed er veel naast, zakelijk directeur Erik Gerritsen en directeur fondsenwerving Jan Deiters óók. Het Concertgebouw is ook gebaat bij een directie met een groot netwerk.”

Reinink zat en zit in veel culturele besturen, vriendenverengingen, ouderraden. Zus Merel: „Ik zou van de helft van wat Simon doet al moe worden.”

Vriend Gaius Voûte: „Wij gingen vroeger vaak hardlopen. Simon verlengde dan de route, omdat hij anders zijn energie niet kwijt kon.”

Vriend Pieter Leerink: „Op vakantie is hij net zo. Niet uitslapen, maar hup, vroeg eruit, Siena bekijken.”

Fusien Verloop, voorzitster van de vriendenvereniging Museum van Speelklok tot Pierement, noemt Reinink als medebestuurslid „scherp”. „Als er geld is voor een aankoop, is iedereen vooral dolenthousiast. Simon is dan degene die het hoofd koel houdt. Als ik hem ’s avonds bel en vraag of de kinderen al in bed liggen, zegt hij: ‘Natuurlijk. Het is half negen.’ Naar bed is naar bed in huize Reinink. Benijdenswaardig.”

Na vier jaar neemt Reinink afscheid van advocatenkantoor De Brauw. „Je zes weken verliezen in één zaak was te vluchtig voor hem”, zegt Evert-Jan Henrichs. „Hij is meer iemand voor management, grote lijnen.” Reinink stapt over naar het uitgeefvak. Eerst als programmamanager Hoger Onderwijs (specialisatie: juridische databanken) bij Wolters Kluwer, daarna bij hetzelfde bedrijf in zwaardere managementfuncties.

Het laatste anderhalf jaar werkte hij als directeur-uitgever bij ThiemeMeulenhoff. Zijn kracht: het mobiliseren en enthousiasmeren van mensen, vindt Jacob Molenaar – in die periode Reininks directe collega. „Simon gaat uit van de expertise van de mensen met wie hij werkt, en zorgt ervoor dat ze die zo goed mogelijk kwijt kunnen. Daarin is hij doelgericht en zeer direct; ik heb hem wel eens een olifant in de porseleinkast genoemd. Maar het maakt ontzettend uit of het een vrolijke olifant is, zoals Simon is, of een gemene.”

Reinink was bij ThiemeMeulenhoff goed op zijn plek, vindt Molenaar. „Zijn taak was een team te formeren en aan te sturen. Simon is een netwerker pur sang. Als we ergens iemand nodig hadden, kende hij altijd wel weer het juiste mannetje of vrouwtje.”

Dat netwerk leidde indirect ook tot de volgende stap in Reininks cv; de benoeming tot algemeen directeur van het Concertgebouw. Voor de opvolging van Martijn Sanders schakelde de sollicitatiecommissie van het Concertgebouw NV verschillende headhunters in, maar het was commissaris Aarnout Loudon die Reininks naam opperde. Na hun kennismaking via het Utrechtse corps hielden Loudon en Reinink contact via de Vereniging Rembrandt, waar Reinink in de Raad van Advies zat, Loudon in het bestuur. „Als mensen zijn benoeming met het ‘Old Boys Network’ associëren, vind ik dat nogal dommig”, zegt Loudon. „Als commissaris was het mijn taak na te denken over een geschikte kandidaat, maar het is de sollicitatiecommissie, waar ik niet inzat, die hem unaniem heeft gekozen. Reinink maakt op mij een ondernemende indruk. Hij luistert goed en handelt weloverwogen – zeker voor zo’n jonge vent. Ik denk dat hij goed is in het creëren en laten functioneren van een team.”

Dat Reinink geen ervaring heeft in het kunstmanagement, is volgens Loudon geen bezwaar. „Martijn Sanders was ook jong, kwam ook uit een andere hoek. Voor deze baan moet je vooral een goede manager zijn, met liefde voor mensen en voor muziek.”

Precies om die reden is Reininks ‘inner circle’ niet verbaasd over zijn benoeming. Mede-zigeuner Jan Hazewinkel: „Als je ziet hoeveel relaties Simon heeft...

” Vriend Gaius Voûte: „Ik geloof niet dat er mensen zijn die Simon een vervelend type vinden, al is hij vrij gereserveerd en kan hij als leider – juist omdat hij weet wat hij wil en waarover hij het heeft – pedant overkomen. Maar hij camoufleert zijn gedrevenheid met humor. Dat maakt hem zo succesvol.”

Voor Reinink is Sanders’ staat van dienst moeilijk te evenaren. Sanders maakte de zaal tot de drukst bezochte ter wereld, realiseerde zonder subsidie een programmering met grote namen, wist grote sponsors te binden aan het Concertgebouw en organiseerde grote muziekevenementen als het Mahler Feest, het Vocaal Festival en het China Festival.

Simon Reinink wil de vergelijking met Martijn Sanders dan ook niet aangaan. „Ik heb om te beginnen 25 jaar minder ervaring dan hij nu. En ik doe het dus op míjn manier.” Dat betekent niet dat hij de succeskoers van het Concertgebouw wil wijzigen. „Het Concertgebouw staat voor topprogrammering en topservice. Het is mijn taak die kwaliteiten te behouden en uit te bouwen. Dat klinkt conservatief, maar topkwaliteit moet je elke dag bevechten.”

Concrete plannen? „Ik wil me eerst het gebouw een beetje eigen maken. Maar de internetservice kan zeker beter. En in het seizoen 2007/08 is het tijd voor weer een mooi, groot festival.”

    • Mischa Spel