Begrotingsoverschot vastleggen in Grondwet

Twee behartigenswaardige stellingen in het hoofdartikel `Politiek moet Wellinks boodschap waarmaken` (NRC Handelsblad, 13 mei) zijn een nadere beschouwing waard.

1. `Omdat het tijdens de goede jaren politiek onhaalbaar bleek een overschot te bereiken, [...] moest later midden in de economische neergang extra worden bezuinigd.` Ligt dat niet aan onszelf? Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat sommige landen, zoals Zwitserland en Zweden, gedisciplineerd genoeg zijn en voldoende vertrouwen hebben in hun overheid om wel degelijk zo`n overschot te bewerkstelligen.

2. `Bovendien is een structureel begrotingsoverschot van tegen de 2 procent nodig om de toekomstige vergrijzingskosten op te vangen`. Dat moet dus jaar in jaar uit gehandhaafd worden. In overeenstemming met (1) twijfelt u aan de zelfbeheersing van het kabinet om dit te bereiken.

U doet echter geen suggesties hoe dit - en volgende - kabinetten het probleem zouden kunnen oplossen. Wordt het geen tijd om hierover iets in de grondwet op te nemen?