Wegkijken om het landschap te schilderen

Museum Folkwang in Essen toont een groot overzicht van het werk van Caspar David Friedrich (1774-1840), meester van de stemmige landschappen, waarin hij natuur, fictie en religieus gevoel met elkaar vermengde.

'Das Eismeer' (1823/24, 96,7 x 126,9 cm) schilderij van Caspar David Friedrich

Caspar David Friedrich is een rage. Iedereen kent zijn stemmige landschappen, de majestueuze bergtoppen van het Riesengebirge, de wandelaars in stilte verzonken bij de aanblik van de maan boven zee. Dat wil zeggen, ze zijn vooral bekend van ansichtkaarten. De schilderijen zelf zijn verspreid over heel Europa in musea en privé-verzamelingen en worden zelden uitgeleend.

Er wordt wel gezegd dat het werk van Friedrich beantwoordt aan het maatschappelijk verschijnsel van individualisering sinds de jaren '80 van de twintigste eeuw. Voor de entertainment-industrie, waar de musea nu deel van uitmaken, biedt Friedrich precies de juiste mix van natuurschoon, fictie en religieus gevoel.

Vóór de tentoonstelling ter gelegenheid van Friedrichs 200e geboortejaar, in 1974 in Hamburg, had het grote publiek amper van hem gehoord. Friedrich (1774-1840) was al tijdens zijn leven in de vergetelheid geraakt. Hij verkocht in zijn laatste tien jaar alleen enkele doeken aan de Kunstverein in zijn woonplaats Dresden en aan de tsaar van Rusland. Friedrich had de grootste moeite om het hoofd boven water te houden. Aan het begin van de vorige eeuw werd hij door kunsthistorici herontdekt.

Museum Folkwang in Essen toont nu een groot overzicht met ongeveer 80 schilderijen en ruim 100 tekeningen en aquarellen. Veel van de belangrijkste werken, zoals Krijtrotsen op Rügen (uit het museum van Winterthur) zijn aanwezig. Maar niet allemaal: het bekendste schilderij, Monnik aan Zee, en zijn pendant Abdij in het Eikenwoud, zijn in de Nationalgalerie in Berlijn gebleven.

In de Kersttijd van 1807 nodigde Friedrich vrienden en bekenden uit om zijn eerste olieverfschilderij te komen bezichtigen. Het Tetschener Altaar veroorzaakte een grote rel en maakte hem op slag beroemd. Het toont een crucifix op een bergtop, waarachter een bundel gestileerde zonnestralen de wolken rozerood kleurt. Het schilderij vormt één geheel met een dikke, vergulde, neogotische lijst. In de lijst zijn symbolische en christelijke motieven verwerkt, wijnrank en korenaren, cherubijnen en een alziend oog in een driehoek met lichtstralen. Friedrich exposeerde het doek in een verduisterd atelier, voor een verhoogde mystieke sfeer.

Kort hierop schreef kamerheer Basilius von Ramdohr een vlammende kritiek over het altaarstuk. Het gáát niet over de kruisiging, schreef hij, het gaat over het landschap. Het vertelt niet het verhaal van Christus op Golgotha, maar toont een metaalachtige crucifix die ook nog eens van ons is afgewend. Maar de dennennaalden van de bomen zijn uiterst precies weergegeven, alsof dat het echte onderwerp is.

De vermenging van twee beeldtradities, landschap en devotiestuk, was inderdaad revolutionair. Ook doorbrak Friedrich de conventie van het schilderij als open venster op de werkelijkheid, omdat de lijst nu een onderdeel is van de wereld van het werk én van de wereld van voorwerpen hier. De tegenstelling van veraf (de crucifix) en nabij (de dennenbomen) was precies waar het Friedrich om te doen was. Deze tegenstelling is het belangrijkste kenmerk van zijn schilderkunst. Hij bracht in praktijk wat Friedrich Schlegel omschreef als het 'wezenlijke' van de kunst: 'De dingen tegelijkertijd te idealiseren en te realiseren.' Nabijheid en verte, huiselijkheid en onbegrensdheid, tegelijk.

Het meest extreem zijn nabijheid en verte in Krijtrotsen op Rügen (ca. 1818). Vooraan is ieder afzonderlijk bloemetje weergegeven. Daarachter schieten de witte rotsen naar beneden, de blik tuimtelt de diepte in, naar zee waar twee minuscule zeiltjes van schepen de afstand aangeven. De zee lijkt vervolgens naar een nevelige horizon weer omhoog te rijzen.

De ervaring van onmetelijkheid en afgrond is typisch voor de Romantiek en betekent een breuk met de wereld van de Verlichting. Friedrich brengt bij de beschouwer die 'aangename huiver' teweeg. Of in de woorden van Schiller: 'Wehsein und Frohsein'.

Friedrichs figuren zijn steevast op de rug geschilderd en staan symbool voor ons, de beschouwer. Ze zijn passief aanwezig, geven zich over aan het sublieme van het moment. Behalve in Krijtrotsen op Rügen. Ik heb vaak voor dit schilderij gestaan, maar nu zag ik voor het eerst dat de vrouw links, zich vasthoudend aan een tak van de boom en naar beneden wijzend waar rode bloemen staan, de man in het midden ertoe verleidt ze te plukken. Hij kruipt naar de rand van de afgrond en zal vallen. Een heropvoering van Adam en Eva in het Paradijs. De man rechts is verstandig: hij contempleert de wereld, zich onbewust van de concrete dingen om zich heen.

Friedrichs landschappen zijn constructies die zich heen en weer bewegen tussen natuurlijkheid (fotografische weergave van details, atmosferische verten) en gekunsteldheid. In de catalogus wijst Werner Hofman op de veelvuldige aanwezigheid van hyperbolen in deze landschappen, holle of bolle curven die de hemelboog of kromming van de aarde aanduiden. Soms sluiten de twee bogen zich, zodat er een imaginair oog ontstaat. Soms verwijderen ze zich van elkaar en begint een beweging tot in de oneindigheid, een kosmische weidsheid.

De geometrische ordening is overal voelbaar, zo sterk zelfs dat een aantal van Friedrichs landschappen volkomen kunstmatig en schematisch is. Hij begon ieder schilderij als een abstracte compositie van lijnen en vlakken. De bevriende schilder Georg Friedrich Kersting portretteerde Friedrich werkend in zijn atelier, gewapend met lineaal en tekenhaak, attributen die voor hem minstens even belangrijk waren als penseel en palet. De geometrie is 'de innerlijke vorm' van het schilderij. Veel composities, zoals het Tetschener altaar, zijn opgezet volgens de proporties van de gulden snede.

Vervolgens bekleedde Friedrich dit geraamte met landschappelijke motieven. Hiertoe gebruikte hij natuurstudies en schetsen die hij, jaren geleden, tijdens wandeltochten door het Riesengebirge en de Harz had gemaakt. Er zijn prachtige studies bij, van groepen dennenbomen of gedetailleerde lijntekeningen van bladeren. Vaak op heel verschillende plekken en tijdstippen ontstaan, voegde hij ze samen tot een nieuw, visionair geheel. Met hun fotografische en kunstmatige karakter en melancholieke ondertoon wijzen zijn schilderijen regelrecht vooruit naar het werk van die grote Dresdener schilder van nu, Gerhard Richter.

Voor Friedrich is het grote in het kleine vervat. Een kleine ijsschots omvat de hele ijszee, een zandkorrel bergt het universum in zich. Het goddelijke is overal.

De Verlichting en de Franse Revolutie hebben de werkelijkheid, volgens de romantici, onttoverd, en de mens vervreemdt van de natuur. Hem rest niets dan heimwee naar de verloren samenhang, waarvan hij nog slechts de brokstukken waarneemt. De kunst moet deze samenhang weer oproepen en tegelijkertijd de pijn van het gemis voelbaar maken.

Soms ontaardt dit bij Friedrich in pathetiek: Anton Pieck-achtige raven op grafstenen en uilen in vervallen kerktorens. Dat geldt ook voor zijn transparante schilderijen, geschilderd met aquarel en dekkende verf op transparant papier. Ze werden van achteren belicht en dienden getoond te worden in een verduisterde, met tapijt beklede kamer, begeleid door de zoete, pingelende tonen van een glasharmonica uit de aangrenzende kamer. Eén van die Transparentbilder is bewaard gebleven en is in Essen onder de voorgeschreven omstandigheden, mét glasharmonica, te zien.

In een advies aan schilders schreef Friedrich: 'Sluit je lichamelijke oog, zodat je je schilderij eerst met je spirituele oog kan zien. Breng dan tevoorschijn wat je in het donker hebt gezien, zodat het zijn uitwerking op anderen kan hebben.' Friedrich keerde zich van de werkelijkheid af om zijn landschappen te schilderen. Zo creëerde hij een vervoerende, metafysische, nooit eerder getoonde wereld. Het indrukwekkendste schilderij is wel De IJszee (ca. 1823) dat als geen ander werk uit de Romantiek de ervaring van het Sublieme belichaamt. Scherpe ijspunten priemen omhoog, het is alles wit, licht, hard. Wonderschoon en ongenaakbaar, een hyperrealistische wereld die beangstigt en vervreemdt. Terzijde ligt, nietig, een gekapseisd schip dat /verpletterd wordt door het kruiend ijs. Friedrich heeft in het donker grootse visioenen gezien en tevoorschijn gebracht.

Caspar David Friedrich: De uitvinding van de Romantiek. Tentoonstelling in Museum Fokwang, Goethestrasse 41, Essen. Tot 20 augustus. Di - zo 10-20 uur, vrij 10-24 uur. InfoCDF@museum-folkwang.de. Catalogus, 385 blz., 29 euro.