Voetbalstadion is vooral evenemententempel

Gevoetbald wordt er nauwelijks in het Stade de France in Parijs. Volgens scheidend directeur Pascal Simonin moet daar verandering in komen om het stadion te doen opleven.

Pascal Simonin Foto AFP le directeur général du consortium Stade de France, Pascal Simonin, répond aux questions des journalistes, le 07 octobre 2001 à Paris, lors d'une conférence organisé après l'irruption de spectateur sur la pelouse de la rencontre amicale de football France-Algérie entraînant l'arrêt du match. AFP PHOTO MARTIN BUREAU AFP

Het is niet per se ongevaarlijk om een voetbaltempel binnen de gemeentegrenzen te hebben. Dat merkten twaalf gemeenteraadsleden van Saint-Denis, de Noord-Parijse randgemeente waar het Stade de France ligt, toen ze deze maand overvallen werden door twee gewapende en gemaskerde mannen. Of de burgemeester even kaartjes kon leveren voor de Champions League-finale tussen Arsenal en Barcelona. De overvallers vertrokken met lege handen - en zonder te schieten.

Het incident zorgde er in elk geval voor dat directeur Pascal Simonin in de aanloop naar de laatste grote finale voordat hij vertrekt, nog even naar voren trad in de Franse pers. Hij waarschuwde nog maar eens dat supporters die op de zwarte markt tussen duizend en tweeduizend euro betalen grote kans lopen dat ze niet het stadion in komen. De 80.000 zitplaatsen in het Stade de France worden op naam verkocht.

Veiligheid, en een goede band met de buurt. Die twee kenmerken had de 49-jarige ingenieur nu juist als grote troeven genoemd van het grootste stadion van Frankrijk, in zijn ruime werkkamer op de tweede verdieping.

Het Stade de France, dat geen vaste 'bespeler' heeft, maakt al zolang het bestaat - acht jaar - winst. Niet zonder hulp, dat is waar: jaarlijks geeft de Franse overheid het stadion een schadeloosstelling van 12 miljoen euro ter compensatie van het ontbreken van een vaste club. 'Maar wij betalen wel vier miljoen meer aan belastingen', zegt Simonin. 'De staat verdient zijn geld dus ruimschoots terug.' De omzet ligt rond de 92 miljoen euro.

Simonin mag graag zeggen dat de Arena in Amsterdam een 'voorbeeld' is voor het Stade de France: een 'lieu de vie' waar sportwedstrijden worden afgewisseld met muziekconcerten, theater en dagelijkse geneugten zoals twee restaurants en een museum.

Maar minstens evenveel als de Arena wordt het Stade de France tegenwoordig zelf als voorbeeld genoemd in steden waar nieuwe multifunctionele stadions verrijzen. Van Nice tot Londen, waar Arsenal net afscheid heeft genomen van Highbury. En al die stadions hebben een vaste club. Het Stade de France is meer dan welk stadion ook een evenementenhal geworden. Er zijn popconcerten en musicals, maar ook paardenraces, autoraces, een sneeuwbaan in de winter en een kunststrand in de zomer, dat ook 40.000 bezoekers trekt.

Het programma moet wel gevarieerd zijn, zegt Simonin. Dat vragen de huurders van de 168 skyboxen met tien tot 28 plaatsen elk - onder wie de meeste topmannen van de grootste beursgenoteerde bedrijven

De Champions League-finale is zo'n evenement waarvoor het Stade de France in zijn geheel voor een vaste - geheime - prijs is verhuurd aan de UEFA. Voor Simonin is een voetbalfinale heel wat minder werk dan bijvoorbeeld het spektakelstuk Ben Hur, dat dit najaar in het stadion opgevoerd wordt. 'Ik ben tachtig procent van mijn tijd bezig met andere evenementen dan sport.'

Toch kan ook het Stade de France niet van evenementen alleen leven. Simonin kijkt niet voor niets uit naar de voetbaloefeninterland Frankrijk-Mexico, die morgen in het stadion wordt gespeeld. Dat is niet alleen 'zijn' laatste wedstrijd als directeur, het is vooral ook de laatste wedstrijd van Zinedine Zidane in het Stade de France. 'Hadden we zo afgesproken', glimlacht Simonin. Dan in ernst: 'Elke stadion heeft één magisch moment nodig om een legendarische status te krijgen. Voor het Stade de France was dat de finale in 1998 tegen Brazilië, waarin het Franse elftal aan de hand van Zidane wereldkampioen werd.'

De vraag is hoe lang het Stade de France op die wedstrijd kan blijven teren. Het stadion heeft zijn deel aan wereldkampioenschappen gehad: voetbal in 1998, atletiek in 2003 en in 2007 rugby. Dit seizoen speelde Lille er drie poulewedstrijden voor de Champions League. Jaarlijks zijn er Franse bekerfinales, de nationale voetbal- en rugby-teams zijn 'onze eigenlijke vaste bespelers'.

Maar de komende tien jaar gaat het Stade de France het moeilijk krijgen, verwacht Simonin. 'Op een gegeven moment ben je wel voor alle grote internationale ontmoetingen aan de beurt geweest.' Hij heeft daarom geen moeite om het 'ergste moment' aan te wijzen van de vijf jaar dat hij bij het Stade de France werkte: 'De dag dat we de Olympische Spelen misliepen.' De Spelen van 2012 hadden het stadion een nieuwe toekomst kunnen geven. Nu moet het tweede leven van iets anders komen. Elk jaar de Champions League finale in Parijs? 'Graag, maar welk stadion wil dat nou niet? Dat zal de komende zes zeven jaar nog wel niet lukken.'

Het Stade de France heeft volgens Simonin een club nodig, 'om het stadion te doen opleven'. Paris Saint Germain heeft hij uitgenodigd. Tot nu toe zonder succes, maar de kansen kunnen keren. PSG heeft net een nieuwe eigenaar.

Andersom heeft ook het Stade de France voorwaarden. 'Een club die bij het Stade de France past, moet meedoen om de grote prijzen in de wereld. En dat niet alleen: wekelijks 50.000 toeschouwers is wel nodig om het economisch rendabel te maken.'

En nog iets: de beruchte supportersschare van PSG moet beteugeld worden. Want veiligheid en een goede band met de buurt zijn belangrijke troeven.

    • René Moerland