Verslaafd aan de rauwe ruimte van het eiland

Het aloude eiland Terschelling kent sinds 1982 het theater- en muziekfestival Oerol. Begonnen als festival voor straatartiesten, is het nu uitgegroeid tot een internationaal begrip. Eerst wortel schieten en dan acteren.

Locatieproject van Serge Noyelle in samenwerking met jonge theatermakers en beeldend kunstenaars uit Spanje, Engeland, Frankrijk en Nederland Foto Sake Elzinga Nederland-Terschelling (FR)-14-06-2002. Oerolfestival. Styx Theatre, One day 49 is een locatieproject van Serge Noyellle in samenwerking met jonge theatermakers en beeldend kunstenaars uit Spanje,Engeland,Frankrijk en Nederland. Honderden smoking overhemden sieren het landschap als monderdeel van hun project. ( Voor verhaal Kerster Freriks over locatie theater OEROL KRANT THEMA ) Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Kester Freriks

Ginds in het noorden van Nederland liggen de befaamde Waddeneilanden, aldus Lonely Planet Guide, de reisgids voor de hele wereld in zijn Europese editie. En inderdaad, de gids noemt ‘onze eilanden’ op van west naar oost: Texel, Vlieland, Terschelling... nee, Terschelling heet Oerol in het universum van Lonely Planet en daarna gaat het gewoon verder met Ameland, Schiermonnikoog.

Het aloude eiland Terschelling kent sinds 1982 het theater- en muziekfestival Oerol.

Voor de internationale wereld heet het Waddeneiland niet naar zijn eigen naam, maar naar het festival. Oerol: voor de buitenlandse tongval is dit woord gemakkelijker uit te spreken dan het ingewikkelde Terschelling met die beruchte ‘sch’ en ‘g’ aan het eind.

Oerol dus. Begonnen als festival voor straatartiesten in Oosterburen, de hoofdstraat van Midsland, groeide Oerol snel uit tot een festival met een wereldwijde faam in het buitenland. Sinds het theater in de Elizabethaanse tijd van Shakespeare een evenement is dat zich binnen de beschutting van een houten en later stenen gebouw afspeelt, de schouwburg, is er altijd een grote groep kunstenaars geweest die het theater juist naar buiten wilde brengen. Naar de straat, het marktplein, naar het gewone volk dat voor een uitvoering niet betaalt. Deze zwervende straatartiesten, zigeuners of ook wel saltimbanken staan in de theatergeschiedenis op gespannen voet met het officiële schouwburgtoneel. Op Oerol krijgen zij alle aandacht.

Het is een kleine rekensom waard. Als er in de loop van een kwart eeuw Oerol per jaar zo’n kleine veertig groepen Terschelling aandeden, dan komt dat op duizend toneelgezelschappen. Die spelen gemiddeld tien uur per festival. Dat levert een voorzichtige schatting van tienduizend uren theater op. Verdubbel dat gerust, want Oerol kent straatartiesten die nooit slapen. Dus twintigduizend uur en meer. Die duizenden uren theater kennen een gemene deler: visuele schoonheid in samenspel met fysieke dramatische kracht. Toneel van het beeld. Elke toeschouwer kan het begrijpen, misschien meer met het hart dan met het hoofd.

Het theater op Oerol is in beginsel geen teksttoneel, al komt dat in sommige seizoenen wel degelijk aan de orde. Het theater van Oerol kent nauwelijks taalgrenzen. Het is net zoals dans en performance een kunstvorm die de zintuigen aanspreekt, bedwelmt, tot overgave dwingt.

Voor internationale theatermakers is Oerol allereerst het strand, dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. Zij dromen in hun verre buitenlanden van een voorstelling op die weidse vlakte, onder de overweldigende hemel, in een naamloze uitgestrektheid. Eenmaal op Terschelling gearriveerd deinzen ze terug: zo onheilspellend groots verwacht regisseur noch acteur. De ruimte maakt de speler klein, minuscuul zelfs.

De formule van Oerol is uniek, en op tal van plaatsen in de wereld nagebootst. Oerol is nooit een festival geweest waar straatartiesten en toneelmakers uit alle windstreken zomaar als in een karavaan konden neerstrijken om een spektakel te brengen, dat evengoed elders had kunnen staan. Elke voorstelling is geworteld op Terschelling en toont de band tussen het gebodene en de geschiedenis van het eiland.

Terschelling heeft een historisch landschap, gecreëerd door duinen en dijken. Mensenhanden hebben een belangrijk aandeel in de ontstaansgeschiedenis. Hierdoor onderscheidt Oerol zich van alle andere festivals: of er nu een Spaans gezelschap komt, een groep uit Afrika, Australische Aboriginals, een gezelschap uit de voormalige DDR, Hongarije of een Poolse groep, zij krijgen allemaal ruim bemeten de tijd om de voorstelling ‘wortel’ te laten schieten op het eiland. Internationale groepen die Terschelling aandoen, zijn altijd op zoek naar de fascinerende ontstaansgeschiedenis van het Waddeneiland. Keer op keer krijgt de toeschouwer te zien wat een buitenlands gezelschap ‘doet’ met de geschiedenis van het eiland.

Oeroltheater is landschapstoneel. En in ruimere betekenis: omgevingstheater. Voorstellingen op het eiland, of die zich nu afspelen in boerenschuren, een bunker uit de Tweede Wereldoorlog, in een duinvallei of aan het duizelingwekkend brede strand, vormen voor festivals of gezelschappen uit het buitenland een inspiratiebron. Ik noem een voorbeeld: in 2005 speelde het Hongaarse gezelschap Krétakör het explosieve, sterk dramatische toneelstuk Woyzeck (1837) van de Duitse schrijver Georg Büchner. Het gezelschap had zich voorheen nooit buiten de schouwburg gewaagd. Op Oerol speelde het zowel op het Noordzeestrand als in een bunker in de duinen. Het resultaat was verbluffend: de eenzame rauwheid van de omgeving maakte het toneelstuk over een soldaat die vernederd wordt nog onheilspellender.

Een van de belangrijkste wapenfeiten van Oerol is deelname aan internationale samenwerkingsprojecten als Eunetstar en In Situ. Negen festivals, verenigd in Eunetstar, van Ierland tot Roemenië en van Frankrijk tot Polen, werken samen om het straattheater nieuw elan te geven. Oerol is het oudste festival en vormt de leidraad. Straattheater raakte op een dood spoor aan het eind van de jaren tachtig. Het herhaalde zichzelf, verstarde tot vermaak, deed zelfs een concessie voor het publiek of de commercie. Als een van de eerste festivals onderkende Oerol dit gevaar van zelfbewieroking en egocentrisme. Van Oerol ging een waarschuwingssignaal uit: alleen straattheater dat aan de allerhoogste norm voldeed, mocht op het eiland komen. Vrijblijvendheid was uit den boze. Artistieke durf en innerlijke kracht waren noodzakelijk.

De vlag van Oerol wappert op tal van buitenlandse podia. Festivalplaatsen in Hongarije en Australië, in Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië laten zich door het Oerol-adagium inspireren: maak ‘geworteld’ theater. Rondreizend straattheater is aardig als tijdverdrijf, maar heeft in artistiek opzicht niet de kwaliteit van locatietheater dat gemaakt móet worden. In Aix-en-Provence bijvoorbeeld zijn toeschouwers en voorbijgangers getuige van klassieke Franse toneelteksten, die een nieuwe blik op de traditie werpen. De ontdekking van de openbare ruimte voor theater komt op naam van Oerol.

Het schuurtjestoneel of een voorstelling in alle vroegte in de duinen, zoals Beckett 'n eggs in 2004 door ’t Barre land, zijn maatgevend voor de internationale betekenis van Oerol. Zo kan repertoiretheater ook: drie houten schotten op ruig duinzand, brandende zon of stromende regen, stug helmgras en daar zit de blinde Hamm uit Eindspel in zijn stoel, bijgestaan door Clov als zijn knecht. De laatste moet van zijn meester aldoor door hooggeplaatste ramen naar buiten kijken, en hem vertellen wat hij ziet. Leegte. Oceaan. Niets. Grijsheid.

In de schouwburgzaal is dit kijken altijd een farce, hoe goed gespeeld ook. De toeschouwer weet dat de acteur gewoon naar de stenen binnenmuren kijkt. Buiten, in het open landschap, krijgt dit turen in de verte een andere betekenis. De zee is opeens huiveringwekkend leeg. De beide personages leven in een verontrustende eenzaamheid.

Deze voorstelling van Oerol 2004 kan als metafoor gelden voor honderden voorstellingen op Terschelling. De werkelijke, rauwe ruimte van het eiland – de zee, de duinen, de schuren, de dorpen – is oppermachtig aanwezig in de voorstelling. Buitenlandse regisseurs, acteurs en toeschouwers die getuige zijn geweest van deze band tussen theater en omgeving, environment zoals dat laatste heet, zijn voorgoed verloren en verslaafd.

De buitenwereld dringt de voorstelling binnen en het omgekeerde geldt ook: het toneelspel is zelfs in staat de overweldigende ruimte van een eiland te beïnvloeden. Opeens kijk je anders naar de zee –- hoe beklemmend verlaten die kan zijn.

Oerol heeft tot ver buiten de grenzen van het eiland betekenis. Het festival is de status van straattheater allang ontgroeid. Op internationale festivals is Terschelling aanwezig, al is het maar in de geest. Om schouwburgmuren als het ware te slechten en toeschouwers plaats te laten nemen onder de open hemel getuigt van moed. Die sensatie van ruimte nemen de buitenlandse theatermakers mee naar hun eigen land, en maken daar nieuw en nooit eerder gezien toneel. Zo regeert Oerol de internationale podiumkunsten.