Variatie in sieraden wijst op stamverband Cro Magnonmensen

In de sieraden (kralen, hangers) uit de oudste 'moderne' Europese cultuur, tijdens de laatste IJstijd (het Aurignacien, van ca. 38.000 tot 28.000 jaar geleden), blijken duidelijk te onderscheiden culturele tradities te bestaan. Deze conclusie trekken twee Franse onderzoekers, Marian Vanhaeren en Francesco d'Errico, uit hun analyse van in totaal 157 kralen en hangers afkomstig uit 98 Aurignacien-opgravingen (Journal of Archaeological Science , augustus). Naar regionale cultuurverschillen in deze cruciale tijd in de Europese prehistorie is tot nu toe weinig onderzoek gedaan. Dat juist in de sieraden zo'n duidelijke culturele variatie wordt gevonden is voor Vanhaeren en d'Errico een sterke aanwijzing voor een langdurige etnolinguistische diversiteit. Juist sieraden gelden in de antropologie als dragers van stamsymbolen.

Ornamenten uit het Aurignacien. Illustratie journal Arch. science

Het Aurignacien is de periode waarin nog altijd Neanderthalers in Europa leefden en ook de moderne mensen verschenen: Homo sapiens-kolonisten uit Afrika. Waarschijnlijk is de Aurignacien-cultuur, met haar geavanceerde werktuigen en eerste rotsschilderingen, werk van Homo sapiens, maar helemaal zeker is dat nog altijd niet. Volgens sommige prehistorici verschenen de moderne mensen (in Europa ook wel Cro Magnons genoemd, naar hun eerste vindplaats) voor het eerst ca. 40.000 jaar geleden in Centraal-Duitsland (Schwaben), vanwaaruit ze zich verder verspreidden.

De ornamenten zijn vooral gemaakt van schelpen (62) maar ook van tanden (31), ivoor (30), steen (11) en gewei (7). In die kralen zijn 15 sets te onderscheiden: clusters van meer dan drie vindplaatsen met dezelfde combinatie van kraaltypen. Het belangrijkste onderscheid in de sets is tussen Noord-Europa en het Middellandse-Zeegebied, die geen enkele kraaltype gemeenschappelijk hebben. West- en ZuidFrankrijk en Spanje vormen een menggebied, met elementen uit beide andere gebieden.

De cultuurverschillen zijn niet te verklaren uit de beschikbaarheid van de basismaterialen. De dieren waarvan de tanden gebruikt werden (o.a. vos, wolf, leeuw, rund) kwamen overal voor. In sommige kustgebieden worden overvloedig aanwezige schelpen juist niet gebruikt, en sommige schelpen duiken 300 km landinwaarts op. Ook zijn de verschillen niet terug te brengen op chronologische verschillen.

De variatie in persoonlijke elementen staat niet in verband met de andere bekende verschillen in materiële cultuur, zoals variatie in werktuigvormen of pijlpunten. Maar dat is ook niet zo bij jagers-verzamelaarsculturen uit historische tijden. En volgens Vanhaeren en d'Errico zijn juist ornamenten bij uitstek symbolen voor de eigen identiteit. De kralendatabase die ze nu hebben opgebouwd, inclusief geavanceerde geografische coördinaten, moet de basis worden van verder onderzoek naar stamverbanden in deze verre prehistorie, hopen ze.

Hendrik Spiering

    • Hendrik Spiering