Slauerhoff achterna op Chinees lente-eiland

Pal tegenover Taiwan, aan China's oostkust, ligt autovrij Gulangyu, uitvoerig beschreven in de jaren twintig door J.J.Slauerhoff. Willem Offenberg verdwaalt er, net als de dichter destijds

Het moet in 1926 geweest zijn dat dichter/scheepsarts Slauerhoff het overbevolkte Amoy ontvlucht, na een zoveelste overtocht uit Batavia aan boord van de stomer Tjileboet. Weg uit de donkere krochten waar hoeren en bedelaars hem de doorgang beletten. Weg uit de stinkende stad met zijn 'holbewoners in hun werkplaatsen, waar de eeuwige nacht heerst'. In een smalle boot met 'een levende mummie' aan het roer zet hij koers naar het eilandje Gulangyu, dat drijft 'rein op de kalme zee, heuvelen, witte huizen en bomen dragend. Hoe onbereikbaar'. De melancholicus vindt rust op deze plek, ooit een Europese enclave, en verliest zich 'in de eeuwige stilte'. Hij verdwaalt meermalen, ongetwijfeld ingegeven door gevoelens van weemoed en romantiek. 'De oude grijze muren, die schaduwen dragen als een nooit gewisseld kleed, lommer als een immer groene haardos. Zij bieden zich grootmoedig aan, de wandelaar te begeleiden langs de lanen en tegelijk te beschermen tegen zon en wind. Wie zou niet volgen?' schrijft hij voor het tijdschrift Het Indische Leven in een feuilleton genaamd 'Langs Chinese kusten'.

gulangyu nu

Anno 2006 is Gulangyu gemakkelijk te bereiken, tien minuten varen hooguit per veerboot vanaf de kade van Amoy. De smerige stad van weleer is veranderd in een hypermoderne metropool en heet nu Xiamen. Bij een toevallige ontmoeting heeft de IJslandse ondernemer in ruste Olafur Jonsson zijn adres op Gulangyu op een vodje gekrabbeld. Zijn handschrift is slecht leesbaar en mijn Chinese uitspraak laat veel te wensen over. De meeste passanten aan wie ik het vraag verwijzen naar een ander laantje dan het aangegeven Guxin Lu. Het is niet ver, zeggen ze erbij, het ligt aan de westkant van dit wandelaarseiland, formaat Terschelling. Maar het adres blijft onvindbaar. Ook na uren dolen, met Slauerhoff in gedachten. Langs statige achttiende-eeuwse koopmanshuizen achter wild begroeide muren gaat het, door poortjes en stegen met winkels vol snuisterijen, oosterse kruiden, kleine schelpdieren, langs souvenirstalletjes, oude mannen in theehuizen en nog oudere banjambomen - omzwervingen zoals Slauerhoff ze beschrijft wanneer hij de weg kwijtraakt en steeds weer belandt op dezelfde vijfsprong: 'Verdwaald. Wat doet het ertoe?'

Ook ik beland bij een pleintje waarop vijf paden uitkomen, met een oude boom en een verweerde klokkentoren die allang de tijd niet meer aangeeft. In het bloemrijke perkje staat een man te fotograferen in opzichtig trainingspak. Het is Olafur Jonsson. Hij is hier eind vorig jaar neergestreken met zijn hele familie, zoons, dochters en kleinkinderen, twintig blonde IJslanders samen op zoek naar een nieuw leven in China. Van Slauerhoff hebben ze nooit gehoord.

tropisch eiland

Olafur gaat voor, met aan de hand een onwillig kleinkind van zeven. Nee, het jochie vindt het helemaal niet leuk hier, hij mist zijn schoolvriendjes in IJsland. Olafur lacht en koopt een ijsje voor hem. Hij is in goeie doen, verdiende een fortuin met een patent op een milieuvriendelijke autoband en nog zo wat. Bij een eerste bezoek, een jaar terug, is hij smoorverliefd geraakt op het tropische Gulangyu, extreme tegenpool van het koude IJsland. Olafur woont in een bakstenen huurpand ter grootte van een weeshuis, maar is alweer op zoek naar nog grotere behuizing; in een van de vele koopmanshuizen wellicht, die in rap tempo in oude staat worden hersteld of ruwweg nagemaakt aan de hand van vergeelde bouwtekeningen. Hij schenkt Chinees bier, Tsjingtao, in een prieeltje op het dak met uitzicht over de baai, de Zuid-Chinese zee en aan de overkant de wolkenkrabbers van Xiamen glinsterend in de ochtendzon.

De eerste maanden heeft hij niets anders gedaan dan fotograferen. Elke uithoek van het eiland heeft hij verkend, zowel de zandstranden met bunkers uit de tijd van Chiang Kai-shek als het pianomuseum vol oude klavieren, nagelaten door een schatrijke Amerikaanse verzamelaar. Gulangyu staat bij Chinezen ook wel bekend als 'piano-eiland'. Van de 20.000 bewoners zou er een op vier piano spelen. Van jong tot stokoud, ze poseren gewillig voor Olafurs camera. Hij legt alles en iedereen vast, ook een markante rotspunt beschreven door Slauerhoff. Na een droef stemmend bezoek aan een kerkhofje met Deense en Duitse zeemansgraven verzucht Slauerhoff 'Hier ruht in Gott, ver van hun wadden en fjorden' terwijl hij 'de reuzensteen in 't oog [houdt] die het eiland somber en waardig kroont'.

Tegenwoordig prijkt op net zo'n rots een wanstaltig beeld van krijgsheer terzee Koxinga, China's eigen Michiel de Ruyter. Slauerhoff noemt hem Ko Tsin Ga in 'Legende van de zee', een vertelling waarin de veroveraar als een blok valt voor Lorelei-achtige halfgodin Ah Mao. De climax is zijn verdrinkingsdood in een storm die al zijn veroverde schatten mee de diepte in sleurt.

nederlandse kolonisten

Er is ook een naar Koxinga vernoemd museum met aandenken aan verdreven Nederlandse kolonisten die in de zeventiende eeuw met de VOC probeerden hier voet aan wal te krijgen. Verjaagd uit Macao door de Portugezen deden deze zeeschuimers vanaf een fort op het eilandje Penghu (behorend tot Taiwan) uitvallen naar Amoy en Gulangyu. Willem Ysbrantszn. Bontekoe, schipper van de Groningen, heeft deze expedities fraai beschreven. Het was Koxinga die de hong mao (roodharigen) op gezag van de Ming-keizers in Peking van China's kusten verdreef. Ze trokken zich aanvankelijk terug in Fort Zeelandia aan de westkust van Taiwan, maar moesten na een beleg van negen maanden in 1662 het veld ruimen. Tot aan 1857, toen de Hollanders vlak na de opiumoorlogen een consulaat openden op Gulangyu. Britten, Amerikanen en Duitsers waren hen voorgegaan. Tientallen welgestelde kooplieden lieten er protserige residenties bouwen. In dit openluchtmuseum toeren nu nieuwrijke Chinezen rond in elektrische wagentjes. Ze fotograferen elkaar zelfbewust voor Koxinga's standbeeld. Ambachtslieden verkopen bij de aanlegsteiger naar Xiamen heel kunstig in graniet gegraveerde souvenirs. Op de pont terug - heenweg gratis, terugtocht 1 yuan, nog geen 10 cent - bieden dichtregels van Slauerhoff troost:

Eenzaam staat het paviljoen,

Eeuwig trouw aan dode dichters

Op 't verboden lente-eiland.

    • Willem Offenberg