Psycholoog laat zich aanklagen 'Ik kon niet ingrijpen'

Op verzoek van kinderpsycholoog R. Bullens zelf heeft de beroepsgroep NVO een klacht ingediend over zijn handelen als deskundige bij de Schiedamse Parkmoord waarbij een tienjarig meisje werd vermoord. Het college van toezicht van de Nederlandse Vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) zal eind volgende maand uitspraak doen. Dit blijkt uit het verweerschrift van Bullens tegen de klacht dat in het bezit is van deze krant.

Volgens Bullens maakt zijn beroepsgeheim het hem onmogelijk publiekelijk in te gaan op de beschuldigingen. De enige manier om zijn handelen in deze zaak te toetsen, zegt hij, is als zijn beroepsgroep de klacht behandelt.

De opsporing en vervolging in de Schiedamse Parkmoord leidden tot een crisis bij justitie en politie toen bleek dat de verkeerde man was veroordeeld voor de moord. Uit onderzoek van de commissie-Posthumus bleek dat politie en justitie ernstige fouten hadden gemaakt. Posthumus concludeerde ook dat de rol van deskundige Bullens in het begin van het opsporingsonderzoek 'sturend' is geweest.

Kinderpsycholoog Ruud Bullens werd twee weken na de moord op een tienjarig meisje in het Beatrixpark in Schiedam door officier van justitie Edelhauser gevraagd als deskundige. Bullens werd gevraagd aanwezig te zijn bij de verhoren van de 11-jarige Maikel, het vriendje van het meisje dat aanwezig was bij de moord in het park en de aanval overleefde door zich dood te houden. De taak van Bullens was het 'welzijn' van Maikel te controleren. Bullens is bij drie van de acht verhoren (het vierde, vijfde en zesde) achter de schermen aanwezig geweest.

Hij zou het vermoeden van de politie hebben bevestigd, namelijk dat Maikel mogelijk (mede)-dader was van de moord.

bullens 'Ik kon niet ingrijpen'

Bullens rapporteerde na een eerste gesprek met Maikel aan de politie dat hij 'een bijzonder kind is, dat mogelijk een groot geheim heeft' .Die observatie was volgens het rapport-Posthumus voor de politie de 'reden en rechtvaardiging om Maikel bij herhaling stevig aan te pakken'.

De commissie-Posthumus stelt dat vooral het vijfde verhoor, waarin de rechercheurs met Maikel 'naspelen' hoe hij door de dader werd verwurgd met een schoenveter 'ontoelaatbaar' was en dat het 'onbegrijpelijk' is dat Bullens niet heeft ingegrepen. Later sprak minister Donner (Justitie, CDA) in de Tweede Kamer zijn onbegrip uit over Bullens' handelen.

Bullens zegt dat zijn rol bij de politieverhoren wordt overschat. 'De wijze van verhoren is de verantwoordelijkheid van politie en justitie. Zij hebben de expertise. Ik moest Maikels welzijn in de gaten houden. En Maikel gaf zelf aan dat hij er goed tegen bestand was.' Volgens Bullens is het ondenkbaar dat een deskundige ingrijpt tijdens een verhoor. 'Wat nu als ik achter de glaswand vandaan was gesprongen en tussen de politie en Maikel was gaan staan. Wellicht stonden ze net op het punt om hem tot een bekentenis te brengen. Dan had ik het onderzoek onherstelbaar verstoord.' Bullens dringt aan op betere regelgeving voor de inzet van deskundigen.

In de periode van de verhoren van Maikel was er nog geen dader gevonden. Bullens: 'De atmosfeer was gespannen. Er liep iemand rond die een kind had vermoord. Alle opties stonden open, óók de mogelijke betrokkenheid van Maikel. Het belang van de opsporing ging in dit geval bóven het belang van het kind.'

Volgens Bullens was Maikel niet getraumatiseerd door de ervaring in het park. Hij deed een maand na de moord een persoonlijkheidsonderzoek bij Maikel en concludeerde dat hij hoogstwaarschijnlijk niet medeplichtig was en dat zijn verklaringen betrouwbaar waren. Dat rapport is door de officier van justitie niet toegevoegd aan het strafdossier. Bullens heeft erop aangedrongen bij de vader van Maikel een klacht tegen hem in te dienen. De vader eist van Bullens excuses. Deze weigert. De vader van Maikel weigert een aanklacht in te dienen uit vrees dat zijn zoon opnieuw moet worden verhoord.

    • Sheila Kamerman Rinskje Koelewijn