Poledna test de grenzen tussen echt en kopie

De eerste expositie onder de nieuwe directeur van Witte de With, Nicolaus Schafhausen, is veelbelovend. Mathias Poledna (Wenen, 1965) maakte op de bovenste verdieping een installatie waarin twee van zijn films, Western Recording (2003) en Version (2004) centraal staan. Ook zijn er een aantal kunstwerken en voorwerpen die op de films betrekking hebben.

Videostill 'Western Recording' van Mathias Poledna (2003, 16 mm)

Western Recording, een tien minuten durende film die in een loop draait, toont een zanger die een popliedje zingt in een opnamestudio. Zijn kleding en haar situeren de gebeurtenis aan het eind van de jaren zestig. Ook de inrichting van de studio, met veel houtkleurig formica, verwijst naar die tijd. Het blijkt de beroemde Studio 3 van United Western Recorders in Los Angeles te zijn, die sinds begin jaren zestig onveranderd bleef.

De zanger, koptelefoon op het hoofd, zingt het nostalgische nummer City Life dat in 1969 opgenomen is door popzanger Harry Nilsson. We horen de zanger in de studio, zonder begeleiding van instrumenten, en zien hem in close-up. Door het wachten, de intervallen, en vooral door de merkwaardige uithalen van zijn stem is het duidelijk dat hij de begeleiding wel hoort. Na vijf minuten horen we in de geluidscabine het zingen met instrumenten, en zien we langzame beelden van de studio.

Enscenering en encadrering zijn zeer precies en de cameravoering is statisch. De aandacht wordt vastgehouden door het gestileerde en kunstmatige beeld. Het is onduidelijk wat dit nu eigenlijk is: een historische gebeurtenis of een reproductie ervan? Er wordt gesuggereerd dat we 'live' bij de opname aanwezig zijn. Tegelijkertijd is alles zo over-geconstrueerd dat het onttrokken lijkt aan de historische context, een nabootsing die perfecter is dan de werkelijkheid ooit geweest kan zijn, raadselachtig en vervreemdend.

In de ruimte ernaast zet dit kopiëren van de werkelijkheid zich voort. Twee grote wandpanelen van banen grijze wollen stof (300 x 400 cm) lijken te zijn ontleend aan de opname studio, ze hebben dezelfde kleur en 'stijl', misschien is het geluiddempend materiaal. Evengoed kan het een voorbeeld zijn van Amerikaanse minimal art uit de jaren zestig. Ook hangt er een te klein schilderij van Frank Stella uit de jaren zestig, een re-make van kunstenaar Elaine Sturtevant, getiteld Study for Stella Getty Tomb (Second Version) uit 1989.

De expositie van Poledna draait om de vraag naar origineel en kopie, naar werkelijkheid en citaat, naar historische waarachtigheid. In Version, een zwartwit film zonder geluid van tien minuten dansen jonge mensen op onhoorbare muziek- misschien een langzaam popnummer. Ze dansen het beeld in en uit, in zichzelf gekeerd en met een ondoorgrondelijke uitdrukking op het gezicht. Bij deze film exposeert Poledna in vitrines oude platenhoezen van The Ash Recordings, een archief van geluidsmomenten uit de geschiedenis van onze cultuur. Behalve Jamaican Cult Music (1954), Music of the Shakers (1976) en Ragas songs of India (1957) zit er ook een opname bij van 'Bertold Brecht before the Committee of Un-American Activities' (Brecht vluchtte daarna in 1963 naar Oost-Duitsland).

De tentoonstelling van Poledna is enorm geconcentreerd, ieder onderdeel is tot in detail doordacht. Een haast mystieke sensatie van een verhevigde werkelijkheid is daarvan het gevolg. Maar het gaat verder dan dat. Impliciet komen allerlei vragen aan de orde, zoals die naar de betekenis van het Modernisme en de twintigste-eeuwse cultuur, en hoe cultuuruitingen veranderen wanneer ze gearchiveerd worden.

Als Schafhausen zijn tentoonstellingsbeleid op dit niveau weet te handhaven, dan wordt Witte de With misschien weer de belangrijke plek voor hedendaagse kunst die het was.

Tentoonstelling: Mathias Poledna. In Witte de With, centrum voor hedendaagse kunst, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Tot 11 juni. Di-zo 11-18 uur. www.wdw.nl. Catalogus Western Recording, 156 blz., 25 euro.