pensioen

De overheid wil vroegpensioen niet meer fiscaal ondersteunen. Wat betekent dit voor een lijfrenteverzekering?

Lijfrente en vroegpensioen

Ik heb een paar jaar geleden een lijfrenteverzekering afgesloten voor een inkomen in de periode tussen mijn 60ste en 65ste. Indertijd kon je de premies nog gemakkelijk aftrekken. Tegenwoordig kan ik de premie niet meer volledig aftrekken, want elders bouw ik in een loondienstverband ook nog ouderdomspensioen op. Gelukkig is het grootste deel van de premie nog wel aftrekbaar. Als ik had geweten dat die aftrekbaarheid afgeschaft zou worden, was ik er niet aan begonnen. Maar nu doet het volgende probleem zich voor. De overheid wil vroegpensioen niet meer fiscaal ondersteunen. Dat zal toch niet betekenen dat ik pas na mijn 65ste aan mijn geld mag komen?

(G.H.)

U hebt dubbel pech. Net als veel andere mensen hebt u een lijfrenteverzekering afgesloten in de veronderstelling dat de premie aftrekbaar is. Nu de premie aftrekken tegen een hoog belastingtarief en straks de lijfrentes ontvangen tegen een laag tarief, maakt de lijfrenteverzekering voor veel mensen aantrekkelijk. Zodra de premie niet meer aftrekbaar is en het fiscale voordeel verdwijnt, is zo'n product vaak ongunstig. Verzekeraars brengen veel kosten in rekening, vooral de eerste jaren. Beleggen is bijna altijd aantrekkelijker. Maar u kunt gelukkig het grootste deel van de premie nog aftrekken. Vervolgens wordt u gedupeerd door de nieuwe pensioenwetgeving die bepaalt dat premies voor vroegpensioen niet meer aftrekbaar zijn. De nieuwe wetgeving heeft geen gevolgen voor de premies die u al betaald hebt. Het kapitaal dat u tot 2006 bij de verzekeraar hebt opgebouwd, plus het rendement, kunt u straks gewoon gebruiken voor een overbruggingspensioen tussen uw 60ste en 65ste. Met de premies die u vanaf 2006 betaalt, werkt het anders. Die kunt u blijven aftrekken als u met de verzekeraar regelt dat u de lijfrentes die hieruit betaald worden pas vanaf uw 65 laat ingaan. En voor zover uw jaarruimte dat toelaat natuurlijk. U kunt ook doorgaan met de opbouw van uw overbruggingspensioen. In dat geval zijn de premies niet aftrekbaar. Maar dan betaalt u straks ook geen inkomstenbelasting over het gedeelte van uw overbruggingspensioen dat gefinancierd is uit premies die vanaf 2006 betaald zijn.

U schrijft dat u ook nog ouderdomspensioen opbouwt in loondienstverband. In veel pensioenregelingen vindt met ingang van 2006 extra opbouw plaats. Dit geld kunnen werknemers vaak benutten om alsnog eerder te stoppen met werken. Deze extra opbouw is waarschijnlijk nadelig voor de aftrekbaarheid van uw lijfrentepremies. Er is een vastgestelde hoeveelheid fiscale ruimte. Naarmate een groter deel van die ruimte benut wordt voor de pensioenopbouw bij uw werkgever, blijft er minder over voor aftrek van uw lijfrentepremie. Maar als er toch nog aftrekmogelijkheden overblijven, is het misschien handig om via uw verzekeraar geen overbruggingspensioen meer op te bouwen, maar de lijfrente in te zetten voor de periode na uw 65ste. Vervolgens haalt u straks, als uw pensioenfonds die mogelijkheid biedt, een deel van uw gewone ouderdomspensioen naar voren. Dan gaat u op uw 60ste met pensioen. Uw inkomen bestaat dan uit uw gewone pensioen en uit de overbruggingslijfrente, waarvan u de premies tot 2006 aftrok. Vanaf het moment dat u 65 bent, laat u uw gewone ouderdomspensioen weer aanvullen met de lijfrentes waarvoor u de premies in 2006 en later hebt betaald. Dat is een hoop gedoe en er komt veel rekenwerk aan te pas. Uw pensioenfonds en uw verzekeraar kunnen u hierbij helpen.

Recht op pensioen?

Mijn partner en ik gaan na ruim tien jaar samenwonen uit elkaar. Dat gebeurt niet bepaald harmonieus. Ik werk aan mijn dissertatie en verdien minimaal. Zij heeft een goede baan. Heb ik recht op een deel van haar pensioen?

(M.M.)

Alleen mensen die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, hebben wettelijk recht op een deel van elkaars pensioen als zij uit elkaar gaan. Het pensioenfonds keert dit rechtstreeks uit aan beide partners, tenzij de ex-partners afstand doen van dit recht. Samenwonenden moeten zelf weten of zij hier afspraken over maken. Als zij besluiten hun pensioen te delen, moeten ze dit onderling regelen. De ene partner keert dan uit aan de ander en het pensioenfonds staat er buiten. U bent dus afhankelijk van de welwillendheid van uw partner.

Wilma van Hoeflaken

De vragenrubriek behandelt om de week pensioenvragen en fiscale vragen.

    • Wilma van Hoeflaken