Pak de verzoening binnen naties aan

De Europese staten mogen verzoend zijn met elkaar, ze zijn nog niet helemaal in het reine met zichzelf, en speciaal met hun behandeling van minderheden.

Op 10 mei is in Frankrijk de afschaffing van de slavernij herdacht. Op 27 januari is, ter gelegenheid van de bevrijding van Auschwitz in 1945, de Holocaust herdacht. Over een paar dagen wordt met het nodige ceremonieel herdacht dat honderd jaar geleden de veroordeling de joodse van kapitein Alfred Dreyfus wegens spionage, in een rechtszaak die Frankrijk tot op het bot verdeelde, werd herroepen.

Met name Frankrijk, maar ook Europa als geheel, lijkt aan het herdenken en berouwen te zijn geslagen. De behoefte om gemeenschappen binnen landen te integreren en hen met hun verleden te verzoenen om hen rond een gemeenschappelijke identiteit - en dus een gemeenschappelijk toekomstproject - te scharen, lijkt in de plaats te zijn gekomen van de voltooide Europese missie om oude vijanden als Duitsland en Frankrijk met elkaar te verzoenen.

Tientallen jaren lang was 'verzoening' - en wel speciaal haar grootste prestatie, de Frans-Duitse toenadering - hét kenmerk van het streven om in Europa een steeds nauwere eenheid tot stand te brengen. Ze is nu voor de Europeanen van nu vanzelfsprekend. Behalve op de Balkan heerst tussen de meeste Europese landen vrede. De oorlogsgenen worden nu uitgeleefd op het voetbalveld.

Onlangs is het eerste Frans-Duitse geschiedenisboek uitgebracht. Volgens de samenstellers was er wel onenigheid tussen de Franse en de Duitse medewerkers, doch niet over het verleden en de nazitijd, maar over het heden, speciaal de betrekkingen met de Verenigde Staten. Dus als er nog leven zit in de verzoeningsmissie, dan richt die zich nu op andere dingen. De Europese staten mogen dan verzoend zijn met elkaar, ze zijn nog niet helemaal in het reine met zichzelf, en speciaal met hun behandeling van minderheden.

De geschiedschrijvers van het Europese verleden zullen waarschijnlijk ooit tot de conclusie komen dat de holocaust en de Europese relatie tot de joden de aanzet hebben gegeven tot dit proces van inkeer. De Poolse historicus en politicus Bronislaw Geremek heeft opgemerkt dat de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945 moet worden gezien als één van de momenten waarop de grondslagen van het huidige Europa zijn gelegd. De stilte rond de overlevenden van de holocaust in de eerste jaren van Europese wederopbouw na de oorlog heeft plaatsgemaakt voor betuigingen van schuldbewustzijn en pogingen om het goed te maken.

De verantwoordelijkheid voor zowel passieve als actieve misdaden is erkend. Vrome leugens zijn ontmaskerd.

Een halve eeuw geleden, toen de Koude Oorlog opdoemde, wist Charles de Gaulle de Fransen er gemakkelijk van te overtuigen dat zij helden waren geweest, omdat híj een held was geweest. François Mitterrand daarentegen kon de Fransen alleen maar verzekeren dat ze nog zo kwaad niet waren geweest, want hij, Mitterrand, had alvorens zich aan te sluiten bij het verzet een rol gespeeld in het collaborerende Vichyregime van maarschalk Pétain.

In de ogen van de geschiedschrijvers zal de dappere poging van president Jacques Chirac om door middel van een nationaal proces van berouw Frankrijks gekwetste minderheden te verzoenen met hun verleden en met de Franse natie, naar alle waarschijnlijkheid zijn grote pluspunt blijven. Het begon met de joden en met de erkenning dat het Vichy-regime wel degelijk de Franse staat belichaamde. 'Frankrijk' was dus zelf medeplichtig aan de misdaden van het nazi-regime.

Thans probeert de 'zwarte' minderheid in Frankrijk zich net zo te organiseren als de joodse. Ze heeft diverse organisaties ondergebracht onder een overkoepelende instantie. Ook heeft ze geconcludeerd dat de eeuwen van slavernij vergelijkbaar zijn met de holocaust. De Europese erkenning van de misdaden tegen de joden moeten dan ook, zo betogen zij, worden gevolgd door een schuldbekentenis jegens de zwarte minderheden van dit werelddeel. Waarschijnlijk heeft het geweld dat in het najaar van 2005 in vele Franse steden en buitenwijken is losgebarsten - waarin jonge, werkloze zwarten een grote rol speelden - Franse overheidsfunctionarissen gestimuleerd om met deze historische erfenis in het reine te komen. Maar Frankrijk moet ook op veel plaatsen in zijn voormalige Afrikaanse rijk, een niet-neokoloniale maar moderne manier van optreden aanmeten. Als verzoening met het verleden een voorwaarde is voor een harmonieuze toekomst, dan heeft Frankrijk nog veel te doen voor een andere minderheid, wier historische positie grotendeels lijkt te zijn verstard: met de Fransen van Algerijnse afkomst, en niet te vergeten met Algerije zelf, lijkt verzoening nog het moeilijkst te realiseren. Er zal meer nodig zijn dan een paar rolmodellen, zoals Zinedine Zidane, Frankrijks grootste voetbalcoryfee, om de frustraties te sussen en de gevoelens van wrok te beteugelen.

Maar is de erkenning van schuld uit het verleden alleen maar een manier om de integratie van minderheden te vergemakkelijken? Of maakt ze ook deel uit van een proces om de deuren van het Europese 'paradijs' te sluiten voor iedereen die er nog binnen wil komen? Verzoening tussen naties is waarschijnlijk eenvoudiger dan verzoening binnen naties. Voor die opgave staat een groot deel van de huidige democratische wereld, niet alleen in Frankrijk en in Europa als geheel, maar ook in de Verenigde Staten.© Project Syndicate

Oprichter van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI) en hoogleraar aan het Europees College in Natolin (Warschau).