'Onverschilligheid is het ergste'

'Het was midden in de nacht, we keerden terug van een gevaarlijke militaire operatie en ik hoorde de commandant zeggen: 'Het allerbelangrijkste is dat jullie allemaal veilig terug zijn.' Toen begon het me te dagen dat ik bedonderd werd. Ik dacht: als onze veilige terugkeer het allerbelangrijkste is, waarom zijn we dan niet gewoon thuis gebleven? Ik heb dienst genomen in een elite-eenheid omdat ik de moeilijkste opdrachten op de gevaarlijkste plekken wilde uitvoeren. Mijn doel is toch niet dat ik veilig thuis moet komen?

Elik Elhanan: 'Hoe ik de dood van mijn zusje heb verwerkt? Gewoon, net als iedereen.' Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 20-05-2006 Elik Elhanan is een dienstweigeraar of refusenik wiens zuster gedood werd in een zelfmoordaanslag. hij is lid van Courage to refuse en het FamilyÕs Forum. Deze laatste organisatie verenigt Palestijnse en Isra‘lische ouders die kinderen verloren in het conflict en streven naar verzoening. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS vroegere Israëlische soldaat Cremers, Roger

Als Israëlische jongen van achttien jaar heb je allerlei opwindende visioenen wanneer je bij zo'n elite-eenheid komt. Ik zag mezelf 's nachts door het struikgewas kruipen met een mes tussen mijn tanden. Maar toen ik doorkreeg wat er werkelijk gebeurde in het leger, voelde ik me verraden. Mijn meerderen waren onverantwoordelijke types, om niet te zeggen gevaarlijke cynici. Ik was bereid mijn leven op het spel te zetten om burgers te beschermen, maar onze aanwezigheid bracht mensen juist in gevaar.

Op een bepaald moment moest mijn eenheid een operatie uitvoeren, waarbij ze diep in Libanees grondgebied moest doordringen. Ik was er niet bij en daar baalde ik ontzettend van. Maar die teleurstelling duurde niet lang, dat kan ik je wel vertellen. De hele operatie bleek namelijk gebaseerd op een vergissing. En die vergissing kostte drie kinderen en twee oude mensen het leven. Toen dacht ik: ik wil geen moordenaar worden in een of andere stomme oorlog die niet de mijne is.

Vervolgens gebeurde er iets vreselijks in mijn familie. Mijn zusje kwam om het leven tijdens een zelfmoordaanslag. Ik nam deel aan een militaire oefening toen ik hoorde dat er een aanslag was geweest in Jeruzalem, waar mijn familie woont. Toen ik naar huis belde, zeiden mijn ouders dat mijn zusje naar het centrum was gegaan om schoolboeken te kopen en dat ze niet was teruggekomen. Mijn moeder had de eerste beelden van de aanslag op de televisie gezien en meende het levenloze lichaam van mijn zusje te hebben herkend. Ik vroeg permissie om naar huis te gaan. Toen ik thuis kwam, was mijn vader net naar het mortuarium om het lichaam van mijn zusje te identificeren. Het was twee weken voor haar veertiende verjaardag.

Hoe ik de dood van mijn zusje heb verwerkt? Gewoon, net als iedereen. Na een tijdje realiseer je je dat de wereld niet is opgehouden met draaien en dat je verder moet of je het leuk vindt of niet. Maar deze gebeurtenis betekende wel het definitieve einde van het kleine beetje respect dat ik nog voelde voor het Israëlische leger en de Israëlische politiek.

Omdat mijn familie een vooraanstaande Israëlische familie is - mijn grootvader was de bekende generaal Matti Peled - kwamen er allerlei politici naar ons huis om ons te condoleren. Natuurlijk begeleid door televisieploegen. Ze zeiden dingen als: 'we zullen de daders zwaar straffen' en 'Israël zal uiteindelijk overwinnen'. Ze hadden werkelijk niets intelligents te melden. Hun namaak-medelijden maakte me misselijk. Ik werd warm omhelsd door de mensen die zelf schuld hadden aan de dood voor mijn zusje. Mijn moeder, die een zeer uitgesproken vrouw is, heeft tegenover de voltallige pers verklaard dat zij niet de Palestijnen maar de Israëlische regering aansprakelijk stelde voor de dood van haar dochter. Dat deed enig stof opwaaien.

Kort daarna belde een orthodoxe man met een gebreid keppeltje op zijn hoofd bij ons aan. Hij heette Yitzhak Frankenthal en was van Parents Circle, een organisatie van mensen die een zoon of dochter hebben verloren in het conflict en die zich juist daarom sterk maken voor vrede en dialoog. Mijn vaders hoofd stond helemaal niet naar dit soort bezoek en hij werkte hem beleefd de deur uit. Maar toen Frankenthal hem een jaar later uitnodigde voor een bijeenkomst, ging mijn vader daar toch op in. Die dag veranderde zijn leven. Hij was altijd de grootste cynicus geweest als het om politiek ging. Mijn hele jeugd heb ik gehoord dat alle politici klootzakken zijn. Maar plotseling werd mijn vader politiek actief. De bijeenkomst van Parents Circle had hem ervan overtuigd dat het mogelijk was iets te veranderen aan de situatie in Israël. Dat hij zijn persoonlijke tragedie kon gebruiken om mensenlevens te redden door een boodschap van verzoening en vrede uit te dragen.

Ikzelf heb ondanks alles mijn dienstplicht afgemaakt en aan het einde daarvan ontving ik het speciale ereteken van mijn eenheid. Die badge had ik ooit beschouwd als de mooiste overwinning die ik zou kunnen behalen. Volgens de Neanderthal-rituelen in het leger krijg je na het opspelden van het insigne een stomp op je borst van de commandant. Maar bij mij ging het mis: de man sloeg per ongeluk met zijn vuist op de badge en het ding brak. Droom aan duigen, badge aan duigen. Ik heb nog een tijdje rondgelopen met die gebroken badge. Totdat mijn commandant zei: 'Of je speldt een nieuwe op, of ik laat je in de gevangenis gooien'. Toen heb ik hem afgedaan. Hij maakt nu deel uit van Objects in Conflict, een tentoonstelling van persoonlijke objecten en verhalen over het Israëlisch-Palestijnse conflict die nu in Amsterdam te zien is.

De dag voordat Sharon zijn wandelingetje over de tempelberg maakte, ging ik naar Parijs om literatuur te studeren. Vanuit Europa volgde ik hoe de tweede intifada begon. De situatie in Israël werd slechter en slechter en ik dacht: ze zijn daar helemaal gek geworden. Maar er was niemand die iets zei. De onderdrukking van de Palestijnen kon ongestoord doorgaan.

Ondertussen was mijn vader naar Londen gekomen om daar gesprekken te voeren met Palestijnen uit Gaza die net als hij een zoon of dochter hadden verloren in het conflict. Het is zo ingewikkeld voor Israëliers en Palestijnen elkaar te ontmoeten, dat de simpelste en meest ontspannen oplossing een bijeenkomst in Londen was. Ik ging ook naar Londen, eigenlijk alleen om mijn vader te zien. Maar daar ontmoette ik ook zijn Palestijnse gesprekspartners. Het was fascinerend. Ik kwam oog in oog te staan met mensen die mij niet haatten, die mij niet wilden doden, die me niet tegemoet traden met racistische vooroordelen, maar oprecht vrede wilden. Ik zag het opeens heel duidelijk: Israël heeft wel degelijk een gesprekspartner voor vrede. En als wij, Israëliers en Palestijnen die dierbare familieleden hebben verloren, met elkaar kunnen praten, dan kunnen alle Israëliers en Palestijnen met elkaar praten. Vanaf die dag besloot ik: ik moet in actie komen. Ik kan niet langer mijn mond houden.

Ik heb toen meegeholpen met het organiseren van honderden bijeenkomsten in Europa waarbij Israëliers en Palestijnen samen over vrede spraken. Maar dat was niet genoeg voor mij, want die bijeenkomsten hadden plaats in Europa en niet in Israël. Anderhalf jaar geleden ben ik daarom teruggegaan naar Israël, waar ik actief werd voor Families Forum, zoals Parents Circle nu heet. Palestijnen en Israëliers van Families Forum bezoeken samen scholen om hun verhalen te vertellen en te laten zien dat we precies dezelfde hoop en precies dezelfde pijn hebben. En dat we wel degelijk met elkaar in gesprek kunnen komen.

Sinds vorig jaar ben ik, samen met andere Israëlische veteranen, gaan praten met Palestijnse oud-strijders die net als wij tot de conclusie zijn gekomen dat de gewapende strijd nergens toe leidt. Deze Palestijnen hebben vaak lange tijd in de gevangenis gezeten waar ze slecht zijn behandeld. Toch zien ze in dat geweld alleen maar tot meer geweld leidt.

Ik hoef je niet uit te leggen dat ik me tijdens mijn eerste ontmoeting met die Palestijnse oud-strijders bijzonder ongemakkelijk voelde. Ik bevond me voor het eerst ongewapend op Palestijns grondgebied. Dat was een vreemde, beangstigende gewaarwording. Ik had het gevoel dat ik in een val liep.

Ik vond het heel moeilijk mezelf een houding te geven. Deze mannen had ik tot dan toe alleen door het vizier van mijn geweer gezien. Er was wantrouwen over en weer. Ik wist niet wat ik wel en niet kon zeggen, hoe eerlijk ik kon zijn. Maar het was ongelofelijk hoe snel het ijs brak. Ongelofelijk hoe snel ik me thuis voelde in het huis van een Palestijn. We bleken veel meer gemeen te hebben dan we dachten. We zijn allemaal bereid geweest ons leven op het spel te zetten voor een zaak waarin we geloofden. En we hebben allemaal ingezien dat geweld niets oplost.

Inmiddels hebben ongeveer honderd Israëli's en honderd Palestijnen zich aangesloten bij Combatants For Peace. Tijdens onze ontmoetingen is de sfeer nooit formeel en altijd vriendschappelijk. We vertellen elkaar onze verhalen. Dat is emotioneel, want je vertelt je verhaal wel aan de mensen op wie je het ooit had voorzien. We vertellen wat het moment was waarop we tot inkeer zijn gekomen. We luisteren naar elkaar, we lachen met elkaar en we dragen samen onze boodschap uit.

Ik steek nu al mijn energie in Combatants For Peace. Ik heb een vriendin en ik studeer Hebreeuwse letteren in Tel Aviv, maar verder gaat al mijn tijd hier in zitten. Ik kan je dit zeggen: het is het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan. De Israëlische pers besteedt liever geen aandacht aan ons. Ze vinden het dubieus wat we doen en vragen zich af wat er is misgegaan met deze Israëlische soldaten dat ze willen praten met 'terroristen die bloed aan hun handen hebben'.

Het grootste probleem is niet de vijandigheid van mensen. Want zoals je begrepen zult hebben, kan ik mezelf goed verdedigen. Het grootste probleem is onverschilligheid. Mensen zijn moe. Het conflict heeft hen murw gemaakt. Ze geloven niet dat er ooit nog een einde aan de problemen komt. Ikzelf ben ook niet optimistisch. De toekomst van Israël jaagt me angst aan. Maar ik weet wel dat een dialoog de enige oplossing is. Dat is dan ook mijn boodschap. Als wij, Israëlische en Palestijnse veteranen, die een persoonlijke prijs hebben betaald in het conflict, met elkaar kunnen praten, dan kunnen alle Palestijnen en Israëli's met elkaar praten. En dan heeft niemand het recht om niet te praten.'

Opgetekend door Renate van der Zee De tentoonstelling 'Objects in conflict' in Arti et Amicitiae in Amsterdam is tot 4 juni te zien.www.combatantsforpeace.org

    • Renate van der Zee