Niet de burger, maar de EU moet leven beteren

”Aan Europa stellen we veel hogere eisen dan we aan de Nederlandse overheid stellen”, schrijft Heleen Mees (Opiniepagina, 19 mei). Deze stelling kan de toets van de dagelijkse praktijk in Brussel echter niet doorstaan.

Als journalist heb ik sedert 1963 voor uiteenlopende media de bestuurlijke niveaus (gemeente, provincie, nationaal parlement, Europese Unie) intensief gevolgd, sedert 1975 vanuit Brussel. Daarbij valt mij (al jaren) op dat het niveau `EU` qua bestuurlijk management verreweg het slechtst functioneert. De media berichten regelmatig over het gebrekkige functioneren van de Europese instellingen. De Rekenkamer van de EU geeft al elf jaar achtereen geen `betrouwbaarheidsverklaring` af over de manier waarop de EU met haar omvangrijke financiën (120 miljard euro per jaar) omgaat. Kennen wij één gemeente, één provincie, land of internationale instelling waaraan dat stigma kleeft?

De gebrekkige werking van de EU leidde in 2000 tot een crisis. Vijf onafhankelijke `Wijze Mannen` analyseerden toen het functioneren van de Europese Commissie als sturend orgaan. Hun conclusie: ”Het wordt moeilijk in de Europese Commissie nog iemand te vinden die nog enig gevoel voor verantwoordelijkheid heeft.” Die conclusie leidde tot de onmiddellijke val van de Commissie. Veel is er sedertdien echter niet verbeterd. Zie bijvoorbeeld de fraudes en het gesjoemel rond de renovatie van Berlaymont, het Europese hoofdkwartier te Brussel.

De kritische houding van ons als `verwende kiezers` is niet betreurenswaardig en hoeft ook niet te veranderen, zoals Mees wil. De burgerij voelt prima aan hoe Europa (niet) functioneert. Wel is haar conclusie `Europa moet` juist. Maar dan moet dat Europa eindelijk eens gewoon gaan functioneren zoals de andere overheden. Dus netjes omgaan met ons geld en niet alsmaar verder blijven uitbreiden (qua taken, wetgeving en aangesloten landen). Pas dan zal het vereiste vertrouwen terugkeren.

    • Dr. Jan Werts