Mijd de optiejungle

Een optie is een ingewikkeld product. Je moet eerst kiezen voor een bepaald aandeel of een andere waarde. Vervolgens tussen een calloptie en een putoptie. Daarna beslissen over kopen of verlenen (schrijven). Een uitoefenprijs selecteren. En dan de looptijd bepalen, want opties hebben niet het eeuwige leven, zoals aandelen. Om maar te zwijgen van een visie op het toekomstige verloop van de koers: naar boven of naar beneden.

Euronext (de beurs) lanceerde afgelopen vrijdag zelfs nieuwe opties van een week op de AEX-index. Deze opties lopen van vrijdag tot de volgende vrijdag. Ze zijn, zo meldt de beurs, uitermate geschikt voor korte termijn strategieën en bieden beleggers een nieuwe manier om te beleggen (lees: gokken, A. Hiele) in de huidige door het nieuws gedreven markten.

Nog meer opties: moet dat nou? Nee. De voorheen Amsterdamse Optiebeurs verwilderde in de afgelopen jaren, door het bedenken van alsmaar nieuwe opties, tot een jungle waar een particuliere belegger geheid de weg, en zijn centen kwijt raakt. En dat is precies de bedoeling van elke beursorganisatie en de handelaren die zorgen voor liquiditeit.

De meute moet in beweging blijven en zo voor omzet zorgen, en weekopties helpen daarbij. Voor je het weet lopen ze af en moet je beslissen over een vervolg.

Opties op aandelen, indexen, obligaties en dergelijke waarden kunnen een nuttige rol spelen bij het beheer van een vermogen of het speculeren op fluctuaties. Dat staat buiten kijf.

Maar nu er ruim drieduizend optieseries (contracten) in de notering zijn, worden de toekomstige vraag en het aanbod (aantal uitstaande contracten) sterk versnipperd over die series.

Daardoor staan er in een bepaalde serie weinig kopers en verkopers tegenover elkaar. Dat gaat bij de latere afwikkeling (inherent aan opties, anders dan bij aandelen) vaak ten koste van de concurrentie tussen beleggers, speculanten en handelaren en daardoor van de liquiditeit en de prijsvorming.

Hierbij past het gezegde: verdeel en heers. De beurs verdeelt (introductie van te veel series) en de handelaren (meestal tegenpartij van beleggers) heersen over de beleggers. Daarbij komt dat er aandelen van ondernemingen zijn waar bijna niets in omgaat. In die optiefondsen verdwaalt een onervaren belegger.

De ultieme optiebeurs (in theorie) bestaat uit één calloptie en één putoptie op een onderliggend aandeel of index met elke dag veel omzet, een onbeperkte looptijd en liefst een uitoefenprijs rond de koers van het aandeel.

In die twee series komen dagelijks alle geïnteresseerde kopers en verkopers samen en vinden daar voldoende tegenpartijen om zaken te doen.

Een dergelijke overzichtelijke optiebeurs bestaat al. Dat is namelijk het aandeel zelf, mits de koers niet te hoog is en dus lijkt op een optiepremie. Neem het populaire en wiebelige aandeel Hagemeyer dat rond de 3,70 euro noteert.

Wie daar hausse op is, koopt 100 aandelen en bezit dan iets wat lijkt op één call (die gaan per 100) met een in theorie onbeperkte looptijd. Zonder een cent tijdwaarde (lucht) te betalen.

Wie Hagemeyer bezit en flauw is (baisse) kan de helft (of alles) verkopen, bijvoorbeeld, wachten op een koersdaling en dan weer goedkoper terugkopen, of niet meer kopen. Wat lijkt op een put.

Ook met Ahold, Getronis, KPN, Corus, LogicaCMG, Van der Moolen en Pharming kan je zo speculeren. Ruwe conclusie: je kan zonder opties optieachtige transacties uitvoeren, zonder te verdwalen in de jungle.

    • Adriaan Hiele