Liever nat en brak

De zoutminnende flora van de Koudenhoek verdween. Vers zeewater brengt haar terug.

Op de dijk staat een stevige zuidwestenwind. Het uitzicht is spectaculair. Links het wilde, woeste water van de Grevelingen. Rechts het oude polderlandschap van Goeree, met aan de horizon de stompe kerktoren van Goedereede. Hier aan de waterkant stikt het van de vogels. Wulpen, tureluurs, brandganzen en smienten vliegen af en aan. Kustvogels die in de Grevelingen voedsel zoeken, zoals kluten en kleine plevieren, vinden bij stormachtig weer beschutting achter de dijken. Ganzen en eenden die overdag in de polder grazen, zoeken juist 's nachts het open water als slaapplek op. Dit is de Koudenhoek, een van de oudste polders op Goeree, uit de 13de eeuw', vertelt Jeroen Willemsen van Waterschap Hollandse Delta. Dit land is nooit systematisch ontwaterd. De sloten volgen gewoon de loop van de vroegere kreken.'

Vanaf de dijk kijk je uit over hobbelige graslanden, met grillig gevormde percelen en sloten in de vorm van kreken. Voor de boeren is dit natte, zilte land nooit erg aantrekkelijk geweest. Her en der kwelt zout water uit de naburige Grevelingen op. Daaraan ontlenen allerlei bijzondere dieren en planten hun bestaan, zoals schorrenzoutgras, zilte schijnspurrie en zilte zegge, liefhebbers van een brak milieu. De afgelopen jaren is deze bijzondere zilte natuur zienderogen achteruitgegaan. Een spraakmakend project van Waterschap Hollandse Delta brengt daarin verandering. Zout water wordt voortaan via een speciale pijpleiding uit de Grevelingen opgepompt, door het natuurgebied geleid en tenslotte weer in de Grevelingen gespuid om de bijzondere brakwaternatuur op te peppen.

Willemsen: De problemen worden veroorzaakt doordat hier op Goeree een laag waterpeil is ingesteld omwille van de landbouw. Daardoor liep onbedoeld ook het natuurgebied leeg.' De Koudenhoek, broedplaats van meer dan veertig vogelsoorten, kreeg steeds meer last van verdroging. Bijzondere vogels en planten verdwenen. Aanvankelijk probeerde Staatsbosbeheer, beheerder van het natuurreservaat, om de verdroging te bestrijden door met een windmolentje steeds weer polderwater uit de omgeving in het natuurgebied te laten. Jeroen Willemsen: Het is hier nogal winderig in de polder. Het windmolentje woei al in het eerste jaar aan gruzels. Zijn opvolger ook. Dus daarna kwam er een trekkerpompje. Dat woei tenminste niet stuk.'

Maar het zoete, voedselrijke polderwater deed meer kwaad dan goed. Verruiging, vermesting en algenbloei in de sloten van het natuurgebied waren het gevolg. Om de oorspronkelijke brakwaternatuur te herstellen, zocht het waterschap samenwerking met Staatsbosbeheer - sinds 1994 beheerder van de Koudenhoek - en met de Stichting het Zuid-Hollands Landschap. Die beheert het aangrenzende vestingwerk de Schans, een 17de eeuws bastion, ooit uitgerust met kanonnen om schepen op de Grevelingen te bestoken. Medesponsors zijn de Provincie Zuid-Holland en de Europese Unie. Het project heeft 400.000 euro gekost.

Als eerste stap is tussen de Schans en de Koudenhoek ruim 5 hectare weiland aangekocht om beide reservaten met elkaar te verbinden. Er is een nieuw watersysteem aangelegd. Een pijp onder de dijk door zorgt voor aanvoer van zout water. Met een energiezuinig vacuĆ¼mpompsysteem wordt dit zoute water aangezogen naar een grote mengbak. Het Grevelingenwater is bijna even zout als de Noordzee, met een zoutgehalte van zo'n 17.000 milligram chloride per liter. Dit zoute water wordt volautomatisch opgemengd met zoet polderwater tot een voor brakwaternatuur ideaal mengsel van zo'n 3500 milligram per liter. Deze waterstroom wordt al kronkelend en slingerend via het oude krekenstelsel door het hele, 98 hectare grote natuurgebied geleid. Het water legt een weg van zo'n 3,5 kilometer door het natuurgebied af en wordt tenslotte een eindje verder naar het oosten weer in de Grevelingen gespuid. Inlaat en uitlaat zitten zo'n 1000 meter van elkaar af. Vanaf de dijk zie je het uitgaande water de pijp uit bruisen. Deze aanpak moet leiden tot herstel van de karakteristieke zoutwaternatuur. Bovendien geeft zout water veel minder kans op algenbloei.

Een chloridemeter peilt volcontinu de uitstroom van het water uit de mengbak. Zijn signaal wordt verstuurd naar een meetkast. Daarop krijgt het gemaal dan automatisch instructie om zo nodig wat harder of zachter te gaan pompen om het zoutgehalte op het juiste peil te houden. Technici nemen af en toe een kijkje, maar in principe werkt alles vanzelf.

Het project is nog niet helemaal klaar. Een dezer dagen, als het iets minder drassig is, wordt de oude watergang via een gronddam van het systeem losgekoppeld, zodat er geen zoet polderwater meer in het natuurreservaat kan stromen.

Onder zware Hollandse wolkenluchten plonzen we verder door het zompige grasland. Hier en daar staan peilbuizen om de grondwaterstanden en het zoutgehalte in het water op te nemen. Overal hoor je de tureluurs. Willemsen: Je hebt hier zilte en minder zilte plekken. Er is veel variatie in kwel. Dat komt door de grillige bodemopbouw in deze oude polder, waar zand- en kleilagen elkaar voortdurend afwisselen. Je hebt hier te maken met vijf verschillende bodemsoorten.'

De ondiepe slootjes zijn aantrekkelijk voor lepelaars. Die waden 's zomers door de sloot en maaien met hun snavel door het water, op zoek naar stekelbaarsjes. Het graven van natuurlijk ogende kreken is trouwens lastiger dan het lijkt. Willemsen: Ze zeggen wel eens dat je de kraanmachinist eerst een fles whisky moet laten drinken. De aanleg is hier heel mooi gelukt, vind ik. De nieuw gegraven kreken hebben flauwe, glooiende oevers. Dat is aantrekkelijk voor allerlei soorten water- en oeverplanten en als paaiplaats voor vissen.

Ook voor de boeren heeft deze nieuwe aanpak voordelen. Nu het natuurreservaat zijn eigen watercirculatie heeft, stroomt er geen brakwater meer af naar de omringende landbouwgebieden. Bovendien draagt het project bij aan een betere waterberging voor de gemeente Goedereede. Bij hevige regenval wordt het regenwater langer vastgehouden in het natuurreservaat en daardoor krijgt de omgeving minder wateroverlast.'

Afgelopen zomer zijn de sloten in Koudenhoek gebaggerd om de doorstroming en de waterkwaliteit te verbeteren. Dat moest heel voorzichtig gebeuren, rekening houdend met de Noordse woelmuis, die hier nog in brakke, drassige rietlandjes huist. Dit unieke beest heeft met zijn dikke pelsjas de IJstijden overleefd. Het betreft een speciale ondersoort, die alleen maar in Nederland voorkomt en beschermd is volgens de Europese Habitatrichtlijn. In de Koudenhoek zit hij voortaan weer goed.