Leraar is helaas geen vak meer voor academici

De 'onderwijsmedewerker' geeft les op schooltypes waarhij zelf voor is afgewezen, concludeert Maarten Huygen

Na vier jaar lesgeven is ir. Ralph Hanzen (33) er definitief achter: leraar is geen beroep voor academici. Voor zijn vakkennis is in het zogenoemde 'nieuwe leren' geen plaats. We praten nabij Eindhoven in de kantine van een van de meest geavanceerde producenten ter wereld van met computerchips gerelateerde apparatuur.

Drie weken geleden heeft Hanzen ontslag genomen als wiskundeleraar op een middelbare school met 1.300 leerlingen in Breda. Dat hij bij zijn bedrijf een aanzienlijk hoger inkomen verdient dan op school, vindt hij niet eens het belangrijkste, maar hij kan hier eindelijk zelfstandig werken, zoals een academicus past.

Op een middelbare school kan dat niet meer. Daar zijn leraren gedegradeerd tot 'onderwijsmedewerkers', die de directie moeten bijstaan in 'projecten' en 'vernieuwingen'. In rapporten en in de Tweede Kamer is al vastgesteld dat het studiehuis, waarin leerlingen het zelf moeten uitzoeken, geen succes is. Universiteiten klagen over het lage niveau van de nieuwe studenten. Toch wordt het studiehuis in verhoogd tempo bij de meeste scholen ingevoerd. Niet omdat de nieuwe generatie leraren zo goed les geeft, maar juist omdat hun niveau pijlsnel daalt. Ze hebben te weinig vakkennis om zelfstandig les te geven, dus worden andere methoden verzonnen. Het opleidingsniveau van een leraar is niet meer relevant en wordt dus ook niet beloond met extra inkomen. Vroeger verdiende een leraar automatisch meer als hij een extra diploma of bevoegdheid haalde. Nu krijgt een academicus die na zijn universitaire opleiding nog een jaar extra heeft moeten studeren voor zijn lesbevoegdheid, hetzelfde salaris als iemand die van de havo naar een middelmatige hbo-opleiding is gegaan. Er zijn ook weinig groeimogelijkheden. Geen wonder dat weinig academici nog zo gek zijn om les te gaan geven. Ze krijgen gemakkelijk een zelfstandige baan met een hoger salaris waar geen extra bevoegdheid voor nodig is. Steeds vaker geeft een havo-gediplomeerde les op een gymnasium of atheneum waar hij zelf voor was afgewezen, zoals een vlieginstructeur die nooit gevlogen heeft. Ze zijn niet zozeer vakleraren als wel pedagogen die vooral geleerd hebben om voor rust en tevredenheid in de klas te zorgen. Academici zijn vrijwel alleen nog te vinden onder oudere leraren die worden betaald volgens het oude stelsel dat wel onderscheid maakte. Nu deze oudere generatie vertrekt, blijven de hbo'ers over.

Voordat Hanzen het onderwijs in ging, had hij als technisch natuurkundige in Californië meegewerkt aan een van de meest geavanceerde Amerikaanse projecten voor de ontwikkeling van chips. Daarna solliciteerde hij voor de verandering bij een Bredase scholengemeenschap. Hem trok het contact met leerlingen. In een avondprogramma moest hij zijn lesbevoegdheid halen. Bij de Fontys Hogeschool zat hij dan met 30 andere mensen te praten over psychische randgevallen. Hij stapte snel over op de lerarenopleiding van de Technische Universiteit in Eindhoven waar wiskunde meer aandacht kreeg dan pedagogiek.

Op zijn school heerste een soort 'Pedagogische Khmer' die teach-ins organiseert en formulieren stuurt aan leraren met de vraag wat ze aan 'vernieuwing' hebben gedaan. De eerste keer had Hanzen in zijn onschuld geantwoord dat hij als vernieuwing zijn wiskundelessen abstracter had gemaakt. Hij merkte dat leerlingen zeker in de hogere klassen de conceptuele aanpak van wiskunde prettiger vinden dan die kinderlijke verhaaltjes en plaatjes eromheen. De leiding van de school lachte hem in zijn gezicht uit. Wiskunde zoals dat in de meeste geavanceerde landen gegeven wordt, is geen vernieuwing. Het gaat om projectonderwijs. Dan wordt een aantal vakken gebundeld in een pakketje waar leerlingen in groepjes aan werken. Een groep leraren had een project bedacht om leerlingen het schoolplein voor de nieuwe school te laten ontwerpen. Daar zijn ook wat berekeningen voor nodig met een kostenplaatje erbij en dat is toch wiskunde? Hanzen deed er niet aan mee, omdat je er geen begrip mee leert. Bovendien kunnen leerlingen niet worden getoetst op hun eigen prestaties. Voor domme en luie leerlingen is gezamenlijk werken fijn, maar iemand die zich inspant, ziet geen resultaat. Als Hanzen dit soort bezwaren inbracht tegen het 'nieuwe leren', zei de schoolleiding dat hij was 'verzuurd'. 'Maar ik ben 33', zegt hij. 'Hoe kan ik nu al verzuurd zijn?' Met heimwee zag hij laatst nog zijn eigen eindexamen wiskunde uit 1991 dat slechts anderhalve kantje besloeg met vier opgaven. Nu bestaat wiskunde uit lange teksten.

Dat er grote tekorten aan competente leraren ontstaan, zeker in de wiskunde, schijnt het schoolmanagement en het ministerie van Onderwijs niet te deren. Het peil van het hoger onderwijs zakt wel mee met dat van de middelbare school en dan houdt het gehuil der professoren vanzelf op. Welzijnspedagogen zijn gemakkelijker te managen dan zure academici.

De verdrijving van academici uit het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is uniek in Europa. De gevolgen zijn al zichtbaar. Er is een vlucht naar dure particuliere instituten die leerlingen scholen of bijscholen. Duizenden Nederlandse kinderen gaan over de grens naar België, maar er is geen Belg die het in zijn hoofd haalt naar een Nederlandse school te gaan. Toch is er weinig alarm. Leraren en ouders hebben de Vereniging Beter Onderwijs Nederland opgericht, waarin Hanzen ook actief is. Ook het jonge Alternatief Voor Vakbond (AVV) maakt zich zorgen, maar wordt angstvallig buiten de CAO-onderhandelingen voor leraren gehouden. Behalve D66 en de Socialistische Partij is de politiek niet geïnteresseerd. De VVD ziet onderwijs als een markt van diploma's voor de consument, het CDA gunt iedere streepjespakmanager zijn eigen verantwoordelijkheid en de PvdA heeft de prestatienivellering lang geleden zelf bedacht. Verhoging van het niveau van de leraren is een betere bestemming voor de aardgasmiljarden dan al die innovatieprojecten. De werkgever van Hanzen heeft meer verstand van innovatie dan de overheid. Dat bedrijf kan zonder subsidie, maar niet zonder hooggeschoold personeel.

    • Maarten Huygen