Japanse herrie

De tijd dat metal uitsluitend geschikt was voor Achterhoekse of Friese matjes- en denimdragers, ligt voorgoed achter ons. De Japanse groep Boris hoort bij een school van vooruitziende muzikanten, die in de extremen in volume en tempo, de hoekstenen van de metal, juist aanknopingspunten vinden met de uithoeken van de avant-garde. Boris houdt deze aanslagen op de zintuigen al twaalf jaar vol. Nummers van 65 minuten zijn in hun discografie geen uitzondering, samenwerkingsverbanden met nog extremere landgenoten als noise-goeroe Merzbow en de raadselachtige gigant Keiji Haino scherpen hun profiel als decibellenterroristen op experimentele grondslag nog verder aan.

DECIBELLENTERRORISTEN: de Japanse metalband Boris, niet te verwarren met Boris van Idols Foto Solid PR Boris PHOTO: Solid PR Solid PR

Pink, dat in het thuisland al eerder uitkwam en nu een westerse release krijgt op het platenlabel van het geestverwante Sunn0))), is heel geschikt als kennismaking met wat Boris allemaal vermag. De nummers zijn deze keer een stuk handzamer qua tijdsduur, al is de achttien minuten voortwalsende afsluiter 'Just abandoned my-self' alsnog van epische proporties. Boris gaat deze keer tamelijk toegankelijk te keer. Opener 'Farewell' zit zelfs in sfeervolle Sigus Ros- en My Bloody Valentine-achtige contreien, met zijn slepende tempo, hoog opgetrokken gitaarbogen en dramatische zang.

Vervolgens gaat de beuk erin en blijkt duidelijk waarom Boris zich vernoemde naar een nummer van de Amerikaanse cultband The Melvins. Ook MC5 en zelfs Motörhead doemen voor het geestesoor op, in heftige nummers waarbij de gitaren steevast in stekelige, schrapende lagen gelegd worden, maar waaraan een dot improvisatie ook niet vreemd is. Dit is psychedelica, opgevoerd met een fikse hoeveelheid pepmiddelen.

De zang van bassist en gitarist Takeshi (hij bespeelt een decoratief dubbelneksinstrument), die op de overwegend instrumentale oudere platen nog wel eens als pijnlijk lichte en amateuristische stoorzender fungeerde, is deze keer wat beter ingepast in de muziek, al is hij nog altijd geen Lemmy of Bon Scott. Het gaat om de instrumentale stuwkracht, of die zich nu groepeert in rauw rammende rock of in drones (lang aangehouden tonen) die vanuit een poel van oergeluiden opdoemen.

Drummer Atsuo en gitariste Wata, een naam die het raadsel openhoudt hoe zo'n frêle dame zulke enorme bakken aanstekelijke herrie kan voortbrengen, dragen het hunne bij aan deze indrukwekkende maalstromen van riffs en noise. Metal volgens Boris is muziek waarin nog van alles te ontdekken valt, of de watjes onder ons dat nu leuk vinden of niet.

Boris: Pink (Southern Lord, distr. Konkurrent) *****