'Ik ben de ideale medewerker' 'Ik houd wel van risicozoekend gedrag'

Hij geldt als een van de meest spraakmakende magistraten. Nu gaat Dato Steenhuis met pensioen en verlaat het openbaar ministerie. Een afscheidsgesprek met de man die ooit een kort geding wilde aanspannen tegen de eigen minister. Over walgelijke coïncidentie, beeldvorming en risicozoekend gedrag: 'Laten we niet te touchy zijn.'

Dato Steenhuis: 'Ik ben iemand die wel van risicozoekend gedrag houdt. Iemand die niet direct doet wat hem opgedragen wordt en de neiging heeft om te kijken of een regel wel nuttig is.' Foto Roel Rozenburg Den Haag:17.5.6 Dato Steenhuis. © foto/Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Eerst maar even, aan het begin van het vraaggesprek, de actuele kwestie. Dato Steenhuis, scheidend procureur-generaal, kijkt zijn ondervrager verbaasd aan en vraagt stoïcijns: 'Welke kwestie?'

Welke kwestie?

Dook hij, Dato Steenhuis, onlangs niet op in alle media nadat De Volkskrant had geciteerd uit een verhoor van zijn chauffeur. Die verklaart daarin dat hij regelmatig opdracht krijgt om met 140 kilometer per uur over de snelweg te rijden, desnoods met blauw zwaailicht en sirene.

Steenhuis, pseudo-verbaasd: 'Oóóh, die kwestie! Waardeloos artikel. Much ado about nothing, zou ik zeggen.'

Een van de hoogste bazen van het OM die de regels overtreedt?

'Hoezo de regels overtreedt? We hebben het hier over een lopend onderzoek naar het rijgedrag van mijn chauffeur bijna een jaar geleden. Uit een verklaring van iemand met een belang wordt selectief geciteerd. Hoe kunnen de media daar zo onkritisch naar kijken?'

Anderen zeggen: het verwondert ons niets dat Dato zo'n opdracht gaf.

'Het verbaast me niets dat mensen dat zeggen. Ik ben iemand die wel van risicozoekend gedrag houdt. Iemand die niet direct doet wat hem opgedragen wordt en de neiging heeft om te kijken of een regel wel nuttig is. Alleen: ik ben geen halve gare die tegen de chauffeur zegt: rij maar 140, nog los van mijn positie waarin ik me dat helemaal niet kan veroorloven. Maar de zaak is onder de rechter. Ik zeg er verder niets over.'

Past risicozoekend gedrag bij een magistratelijke houding?

'Ach, kom nou toch! Weet je wat ik van de term magistratelijk vind? Dat die momenteel regelmatig misbruikt wordt. Maar goed, ik gedraag me juist héél magistratelijk. Ik doe niets wat niet mag. Ik hou mij aan regels. Ik gedraag mij als nette burger. Ik loop in het gareel van de minister. Kortom: ik ben de ideale medewerker.'

Het is deze procureur-generaal (pg) ten voeten uit. Dato Steenhuis zoals collega's hem omschrijven: een vechtjas, snel aangebrand, op het arrogante af. Gedurfde ideeën en forse opvattingen, maar diplomaat zal hij nooit worden.

Stevige uitspraken en incidenten kleuren zijn carrière. Hij pleitte voor harder rijden in de avonduren op snelwegen buiten de Randstad. Dienstverlening als straf noemde hij te soft: 'Een flinke poos onder toezicht de hei plaggen lijkt me beter dan vis vangen voor de ijsberen in het Emmer Dierenpark'. Hij bekritiseerde de financiële middelen voor asielzoekers terwijl er 'geen geld is voor de instandhouding van het Fries orkest of meer gevangenissen'. En hij verweet agenten te veel koffie te drinken en te weinig te surveilleren.

Maar de grootste rel rond Steenhuis was de crisis in januari 1998 tussen het college van procureurs-generaal en toenmalig minister van Justitie Winnie Sorgdrager. De bom barstte toen Steenhuis, als pg destijds verantwoordelijk voor het noorden des lands, een bijbaan bleek te hebben bij organisatie-adviesbureau Bakkenist, dat een opdracht voor het departement over de verhouding in de Groningse driehoek (hoofdofficier, burgemeester, korpschef) had binnengesleept. Oud-Kamervoorzitter Dick Dolman schrijft later in een rapport dat er 'een vertrouwelijke sfeer is tussen de onderzoekers en Steenhuis' en dat dan de vraag kan rijzen of die band 'onbewust toch al niet van invloed is geweest op de wederzijdse bejegening'. Concrete aanwijzingen daarvoor zijn trouwens niet gebleken, schrijft Dolman, maar de kwestie zorgt voor een unieke episode in de Nederlandse geschiedenis met even unieke uitspraken.

Sorgdrager weet niets van de bijbaan. Haar 'oren vallen van haar hoofd'. Steenhuis dreigt de minister met een kort geding als hij geen leespauze krijgt voordat het rapport-Dolman naar de Kamer gaat. Al snel gaat het over 'muiterij van de pg's'. Premier Kok briest over 'de crème de la crème van de Nederlandse rechtsstaat' die haar boekje te buiten gaat. De affaire kost super-pg Arthur Docters van Leeuwen de kop; Steenhuis wordt overgeplaatst en berispt. Maar hij blijft in het college. Inmiddels is hij de langst zittende procureur-generaal.

Nog steeds hangt een foto van het toenmalige college boven zijn bureau. Publiekelijk terugkijken op de zaak wil hij eigenlijk niet. Maar nu, bij zijn afscheid, kan hij er niet omheen. Dato Steenhuis, weten intimi, vindt de affaire een uit de hand gelopen, door de media opgeblazen kwestie. Als je erover begint, zie je dat hij vecht tegen zijn opvliegendheid. Over magistratelijk gedrag gesproken, was de vraag: is het niet triest dat zijn optreden van destijds juist de geschiedenisboekjes zal ingaan als onmagistratelijk? Waarom neemt een procureur-generaal zo'n gevoelige bijbaan Bakkenist? En waarom speelde hij de zaak zó hoog op als het misloopt? 'De media', bromt Steenhuis: 'Die spelen in de kwalificatie van onmagistratelijk een belangrijke rol. Beelden zetten zich vast in hersenen van mensen en als die op zo'n moment niet kunnen worden weersproken, dan krijg je ze met honderd paarden niet meer uit de kop.'

U gaat nu echt de media de schuld geven?

Driftig: 'Ik zou niet weten waarom niet, eerlijk gezegd. Laten we niet te touchy zijn. Iedereen is het erover eens dat we in een 'mediacratie' leven. Er is natuurlijk wel wat gebeurd, maar hoe het precies beleefd wordt, is wel degelijk afhankelijk van hoe media daar over berichten.'

Laten we bij de kern blijven: úw bijbaan bij Bakkenist.

'Dat was niet verboden. Dat werd juist aangemoedigd. Er was door de minister zelfs een soort dienstorder uitgevaardigd waarin stond dat ze het op prijs zou stellen als leden van de rechterlijke macht zich meer in het maatschappelijk leven zouden bewegen.'

Maar moet U dan deze baan nemen?

'Dat kan je je afvragen. Ik heb in ieder geval gemeend van wel. Ik heb dat ook met iedereen besproken en overal gemeld en niemand zei: niet doen. Maar goed, de coïncidentie die ontstond was natuurlijk walgelijk. Ik werd vanuit mijn officiële functie geconfronteerd met iemand van Bakkenist die onderzoek deed naar de situatie in Groningen. Dat was een vreselijk toeval.'

Dat is niet helemaal waar. U bemoeide zich ook al met de offerte.

'Ok: die offerte had ik niet moeten accepteren. Ik had moeten zeggen: daar bemoei ik me niet mee. En de gevolgen betreur tot op de huidige dag. Dat had ik niet moeten doen. Dat was stom. Maar toen ik het deed heb ik nooit rekening gehouden met dit toeval. Bakkenist had ook nog nooit een opdracht van de overheid gehad op dit gebied.'

Logisch. Daarom vroegen ze u natuurlijk.

'Ja, maar ík heb die opdracht niet verstrekt. Dat had niets met elkaar te maken. En bovendien: is het te voorkomen? Ik zit nu in de raad van toezicht van het Dialysecentrum Groningen. Als daar in mijn ambtsgebied delicten worden gepleegd kan je daar ook als OM in betrokken raken. Dan moet je je er niet mee bemoeien. En dat is exact wat ik bij Bakkenist had moeten doen, zeggen: u moet niet bij mij wezen.'

Maar dat deed u niet. Integendeel: toen er problemen kwamen, spande u, als pg, een kort geding aan tegen de minister, een actie zonder precedent. Hoe haalde hij dat in z'n hoofd, is later vaak gezegd.

'Nou, nou, nu toch echt even counteren: wat is er tegen om je te verweren tegen onware dingen? Het is toch geen verplichting van een magistraat om zich altijd als magistraat te gedragen als hij zelf onderwerp van discussie wordt? Dan mag je toch middelen toepassen die een normale burger ook heeft? Had ik dan die dingen over me heen laten komen? Als de commisie-Dolman een rapport schrijft waarin niets substantieels staat ten aanzien van de beweerdelijke fouten die Steenhuis gemaakt zou hebben en er moeten toch maatregelen worden genomen, dan heb ik toch het recht om me daar tegen te keren? Ik zou niet weten waarom niet. Dat het dan zó vreselijk uit de hand loopt, heeft niets met niet-magistratelijk te maken. Waar het écht om gaat is de werkelijkheid achter de beelden. En als die werkelijkheid anders is dan de beelden, dan zou ik zeggen: jammer van die beelden! En ook jammer van die werkelijkheid trouwens!' Hij herneemt zich. Lacht: 'Mooie zin.'

U doet nu voorkomen alsof het alleen maar om beeldvorming ging. Terwijl ú een onhandige bijbaan had. Terwijl ú de zaak liet escaleren door dat kort geding. Terwijl het college de kwestie verkeerd inschatte.

'Nee, nee, nee! Nou niet weer beginnen! Ik heb gezegd wat ik fout had gedaan. En daarna is er een proces gekomen dat door allemaal omstandigheden een karakter krijgt waar ik geen zeggenschap meer over had. Dat komt over je. En dan zijn er alleen maar verliezers. Niet alleen ikzelf. Maar ook Docters van Leeuwen, die helaas weg moest. En Winnie, die in een maalstroom terecht kwam die tot haar afbladdering leidde. Dat is jammer, we waren juist trots dat zij als oud-pg minister werd. Maar ik vind nog steeds dat ik niet ten onrechte die bijbaan had.'

Maar u legde hem wel neer. En u werd berispt.

'De druk werd groter en er moest een compromis komen. Dat was een soort totaalpakket. Dus toen heb ik gezegd: als dat nou helpt, dan leg ik die bijbaan wel neer en laat ik mij wel overplaatsen en zo. En die berisping, nou tja. Weet je wat: daar heb ik geen mening over'. Ironisch: 'Laat mij ook eens magistratelijk zijn.'

Destijds was de échte vraag: wie is de baas, de minister of het college? Dat is in het voordeel van Sorgdrager en haar opvolgers beslist.

'We hebben als OM leergeld betaald. Dat hele vraagstuk over de politieke verantwoordelijkheid is door het college toch wat te licht opgevat. Ik denk dat het OM die rol niet meer moet ambiëren, omdat ze het ook niet kan waarmaken. Als de minister in de Kamer zijn politieke verantwoordelijkheid moet nemen voor de criminaliteitsbestrijding, dan is het ook primair zijn recht om te bepalen waar die bestrijding zich op richt. Destijds was toen nog onderdeel van het debat. Docters en ik hadden daar stevige opvattingen over. Maar nu denk ik anders. Dat is de ervaring van de laatste acht jaar, zullen we maar zeggen'.

Versterking van het management binnen het OM is een van zijn stokpaardjes. Hij wordt er intern om gewaardeerd en vertelt met passie over de 'missie van Justitie': 'Dat je de goede interventies uitkiest. Dat je niet bezig bent met dingen waar de burger niet op zit te wachten en de dingen waar men wél op wacht laat sloeren. En snel: 'justice delayed is justice denied', zeggen de Engelsen.'

Maar nu de andere kant. Over de steken die het OM heeft laat vallen. Fouten in de Schiedammer Parkmoord. Een ongelukkig optreden van het college in de zaak Erik O. De Deventer moordzaak. Operatie Clickfonds. Is de kwaliteit van het OM wel goed genoeg? Steenhuis: 'We liggen enorm onder de loep. Vergelijk de Schiedammer Parkmoord nou eens met wat er in andere sectoren gebeurt. Onlangs is in een ziekenhuis een aantal mensen overleden omdat ze niet op een adequate manier open hartchirurgie hebben gekregen. Mensen die doodgaan: dat is wel even iets ergers dan mensen die een aantal jaren onterecht in de gevangenis zitten. Het is natuurlijk verschrikkelijk als iemand onterecht vast zit: een fout die het OM is toe te rekenen en waarvoor we ook onze verantwoordelijkheid hebben genomen. Maar op een schaal van fouten die elders gemaakt worden, denk ik wel eens: hoe komt het nou toch dat alles wat met die rechtspleging te maken heeft zo erg onder het vergrootglas wordt gelegd?'

Omdat het OM enorme verantwoordelijkheden heeft. En dus kritisch wordt gevolgd.

'Natuurlijk. Maar wij moeten een hoog geprofileerde Ahold-affaire doen, maar ook 600.000 kleinere zaken bij de kantonrechter. En alles moet goed: de rechtmatigheid, de snelheid, de juistheid van de interventie, dat doet een enorm beroep op die organisatie. Evenwicht vinden tussen professioneel handwerk en bulkzaken, dat is een hels karwei. Het kost ook tijd, want we hebben, om in jargon te blijven, ook nog te maken met 'dominante coalities', in ons geval de officieren van justitie. Die hebben allerlei opvattingen en dat zijn niet noodzakelijkerwijs die van het management. Daar hebben we dus de nodige interne discussies over te voeren.'

Ongetwijfeld waar. Maar als in een kwestie als de Schiedammer Parkmoord of Clickfonds ging het daar niet om, maar om onzorgvuldigheden en fouten.

Afgemeten: 'Zeker. Die hebben we ook erkend en zelf onderzocht. Toch zou ik het ook mooi vinden als jullie eens schreven over de dilemma's en over de complexe organisatie.'

Maar daar kan het OM zich toch niet achter verschuilen?

'Doen we ook niet. Maar het is een karikatuur dat we alleen fouten maken. Er gaat veel wél goed. Maar het is waar: de kern van rechtshandhaving is dat normen bij mensen tussen de oren blijven of komen en daarbij is onze communicatie misschien te negatief. Ik bedoel: we komen vooral in het nieuws als een verdachte niet gepakt wordt, als hij vrijgesproken wordt of als hij ontsnapt. Allemaal aspecten waarbij de mensen denken: het gaat niet zo goed met die criminaliteitsbestrijding. We zouden ons meer op het slachtoffer moeten richten, relaties met ze aangaan, overleg plegen, wensen peilen. Zodat slachtoffers terugkomen in hun gezin en zeggen: moet je kijken wat ons nou is overkomen: we zijn goed behandeld door de politie en het OM. Daar is nog een wereld te winnen.'

En op beleidsmatig terrein?

'Financieel economische criminaliteit is een groeiend probleem. Daarom hebben wij nu als OM op verschillende plekken voor dit terrein een 'functioneel parket' opgericht. Maar ik mag hopen dat niet alleen het OM, maar ook de politie nou eens consequenties trekt over wat daar in het verleden is fout gegaan. Niet omdat het daar sukkels zijn, maar omdat ik vind dat het niet goed is georganiseerd. Er is te weinig aandacht voor de rijksbelangen. Daardoor wordt er onvoldoende rendement gehaald uit de opsporing. Ik vind het jammer dat het zo moeilijk is om bij de politie processen op gang te krijgen die leiden tot specialisatie en concentratie.'

Het aloude probleem: verkokering en koninkrijkjes?

'Scheveningen lag in 1653 heftig onder vuur terwijl de steden aan het ruziën waren wie de vloot moest leveren. Voor de kust kon er geen schip meer in of uit en men kibbelde vrolijk door. Dat is een beetje het beeld dat nog steeds opdoemt. Prima dat de politie dicht op de mensen zit. Maar dat moet je niet tot het uiterste doorvoeren en er een soort principe van maken. Dus: de opsporingscapaciteit meer concentreren. Deskundigheid en specialismen creëren. Grote financiële economische eenheden maken in de korpsen, zoals bijvoorbeeld nu alleen in Amsterdam gebeurt. Je kan ook aan een ander model denken, à la de Nationale Recherche die we nu hebben voor de georganiseerde criminaliteit. Maar je moet een slag maken op dit terrein, want de problemen zijn echt groot. Zo zou het ook goed zijn als er specialistische rechtbanken komen op de plekken waar het OM een functioneel parket heeft gevestigd.'

Dato Steenhuis verlaat het college. Maar niet het OM. Zo af en toe ('in het kader van mijn eigen demotiebeleid') zal hij een zitting bij de politierechter doen. En hij gaat werken aan een wetenschappelijk boek over handhaving van wetten. Verder zal hij genieten van de rust, maar vooral van de onafhankelijkheid: 'Ik was een groot bewonderaar van de onlangs overleden John Kenneth Galbraith, een van de grootste economen. Ooit, hij was toen al hoogbejaard, sprak hij op het afscheid van Lubbers. Prachtige lezing. Niet te lang. Puntig. Indrukwekkend. Aan het eind zei hij doodleuk: 'Sorry guys, I have to go for another speech in Moscow now.' Dat leek me wel een mooie manier om oud te worden: iets goeds zeggen en dan wegwezen. Ongebonden. Niet al dat gedoe eromheen.'

    • Joost Oranje