Hoe doe je dat, leven tussen zand en wind?

Met het gezelschap Le Phun heeft de Franse theatermaker Phéraille zich de reputatie van meester van het straattheater verworven. Zijn acteurs zijn een rustig soort plantachtigen die zich ophouden in de rotsen van de samenleving.

René Moerland

Ze moeten al zo’n twaalf jaar op Terschelling wonen, ongemerkt. Misschien waren ze ooit incidentele bezoekers van Oerol. Zou kunnen. Want het begon hier net als in Parijs, waar ze zich in 2000 voor het eerst vertoonden in het Parc de la Villette. En net zoals het ging in Avignon, Antwerpen, Lissabon. In den beginne waren er stadsbewoners, die met hun haastige leven wilden breken. Zij besloten zich open te stellen voor bestuiving. En dat werkte.

Deze zomer presenteren de schaduwbewoners van Terschelling, half plant half mens, zich aan het publiek. Althans, een paar van hen – je ontmoet nooit een hele samenleving in een keer. Les Gûmes heten ze. Wie op woordspelingen gesteld is, kan er een verwijzing in lezen naar het Franse woord voor groente: légumes.

Les Gûmes houden wel van woordspelingen, maar ze bestaan niet om maar wat te lachen, vertelt Phéraille (artiestennaam van Philippe Chabry), de bijna vijftigjarige ontwerper, tekenaar en theatermaker uit Toulouse, die hen regisseert. Les Gûmes zijn eigenlijk nogal filosofisch. Ze kampen met alledaagse problemen die mens-mensen ook hebben. Ze denken na over onderwijs, de inrichting van de stad, hun gezondheid. Maatschappelijke kwesties. Waarom ligt die brug daar, en niet honderd meter verderop? Waarom zijn de tuintjes op Terschelling zo aangeharkt? Hoe doe je dat, leven tussen zand en wind?

Het enige verschil tussen Les Gûmes en mens-mensen is dat zij plantaardig denken. Ze kunnen niet meer terugkeren naar de menselijke beschaving. De nabijheid van Les Gûmes, verzekert Phéraille, levert een ervaring van welbevinden op. „Rustig aan maar”, zeggen ze. „Wij rennen niet.” Ze nemen de tijd voor hun publiek van niet meer dan 25 bezoekers. Twee uur. Ze vertellen verhalen, voeren gesprekken, in een eenvoudig mengelmoes van Frans, Engels, Spaans, Vlaams en „zomaar klanken”. Phéraille verzekert dat ze te volgen zijn. Er zijn trouwens ook vertalers bij.

Het zijn dus plantachtigen geworden, en geen reuze-olifanten en giraffes. Oerol wilde zijn 25-jarig jubileum aanvankelijk vieren met de aanwezigheid van Royal de Luxe, de Franse straattheatergroep die met zijn reuzenpoppen en -constructies altijd veel belangstelling trekt. Royal-de-Luxe-regisseur Jean Luc Courcoult is uiteindelijk wel vertegenwoordigd met het stuk Roman Photo uit 1987, vertolkt door de Chileense groep Compañìa Gran Reyneta.

Maar de persoonlijke vertegenwoordiging van het Franse straattheater is in handen van Phéraille. Hij werkte in het verleden ook met Royal de Luxe – de giraffe en de olifant stammen mede uit Phérailles thuisbasis L’Usine in Toulouse.

Maar in L’Usine is vooral Phérailles theatergroep Le Phun gevestigd, afkorting voor Pour un Humour Universellement Nécessaire. Met dit gezelschap heeft Phéraille zich sinds 1985 de reputatie verworven van meester van het straattheater dat zich nestelt in een natuurlijke – meestal stedelijke – omgeving: de ‘rotsspleten’ van de samenleving.

In stadscentra, in kelders en op parkeerplaatsen bouwt Le Phun een „kunstrealiteit” die zich vermengt met alledaagse werkelijkheid. Zo ontvangt Le Train Phantôme (2005) – inderdaad een trein midden in de stad – een tiental bezoekers per keer die betrokken raakt bij een moordzaak onderweg. Een spel met alledaagse angsten.

In Les Cents Dessous (1997) boden riolen, kelders en garages zicht op de onderkant van de „samenleving aan de oppervlakte”. Vorige maand bouwde Phéraille met Le Phun een vervallen torenflat bij Lille om tot piratenschip.

Het is theater dat niet altijd rendabel is. Stadsbesturen willen een stuk als Le Train Phantôme vaak niet, vertelt Phéraille. Lastig voor de beveiliging, zo’n trein in de stad. Het stuk vraagt een investering waar een stad pas over begint na te denken vanaf pakweg 6.000 bezoekers. Het wordt steeds moeilijker ruimte te krijgen voor straattheater zoals Le Phun maakt.

Les Gûmes ontsnapt enigszins aan zulke problemen – het speelt zich meestal af in parken of anderszins groene omgevingen. Les Gûmes zijn ontstaan in 2000. In Vietnam onder meer, waar Le Phun sinds de jaren tachtig regelmatig rondtrekt. Eind jaren negentig werkte Phéraille samen met Vietnamese tuinmannen. Hij ontdekte dat de plantaardige dimensie door mensen geweldig wordt onderschat. „Mensen hebben geen oog voor het onbeweeglijk universum van planten.”

Maar als je van dichtbij gaat kijken, blijken planten helemaal niet saai en onbeweeglijk. Hun betrekkingen met de wereld zijn complex. Ze zijn vindingrijk, gevoelig. Ze hebben bijvoorbeeld „talloos veel manieren om de liefde te bedrijven”.

Les Gûmes is „niet ecologisch”, zegt Phéraille. Wel zen. Het gaat niet óm de plantenwereld, we zijn er middenin. Het bedenken van Les Gûmes was voor Phéraille destijds ook een manier om de dood van zijn vader te verwerken, vertelt hij. „Planten vormen het rijk waarin alles zijn plaats vindt. De cyclus van het leven gaat altijd door. Dat maakte het voor mij gemakkelijker.” Dat hebben planten voor op dieren. „Die zitten altijd in de rats voor hun dood.”

Les Gûmes hebben geen uiterste houdbaarheidsdatum, en elke herhaling is anders. Repetities zijn niet nodig, de acteurs van Le Phun zijn al zes jaar thuis in hun plantenleven. Les Gûmes hebben zo hun fysieke eigenschappen, en hun gewoonten. Er zijn vaste verhaalelementen. Zoals de hoofdrol van Romain Dubois, een makelaar die heeft gebroken met zijn stadsleven en sindsdien bezig is het plantaardig bewustzijn te ontwikkelen. Hij is architect en heeft zich ontwikkeld tot een creatief probleemoplosser, zeer in trek bij de burgemeester.

Les Gûmes passen zich voortdurend aan nieuwe omstandigheheden aan. Phéraille heeft Terschelling twee keer bezocht om, in gezelschap van Oerol-directeur Joop Mulder te doorgronden in welke omgeving de plantaardigen terecht zouden komen. Een keer was hij er aan het einde van de winter. Daaraan hield hij de indruk over dat de weersomstandigheden op een Waddeneiland nogal extreem kunnen zijn. Hij verwonderde zich over de eilandmentaliteit. Een wereld waarin mensen elkaar kennen en dicht op elkaar zitten. Heel georganiseerd. Daar zullen Les Gûmes mee moeten leven.