Het mondiale evenementenplein

Met onze gedigitaliseerde draadloze multimediale hypercultuur staan we in het begin van een nieuw stenen tijdperk. U bent aan het surfen, u blogt er op los, u denkt dat u een hele Piet bent en u hebt gelijk, maar u bent niet de definitieve hele Piet. Vergeleken met de Pieten van over een jaar of twintig bent u een Pietje. Ik hoop dat ik u niet heb beledigd.

Ik heb het in de International Herald Tribune van 24 mei gelezen. Nu leven we nog in de periode van Web.2, een internet dat de gebruiker op al zijn denkbare wensen bedient. Niet overdreven. Om een voorbeeld te noemen: ik wilde iets weten over Eise Eysinga, de man die het planetarium in Franeker heeft gebouwd. In de wijde omgeving was er niemand die me kon helpen, geen boek waarin ik het zou kunnen opzoeken. Ik tikte zijn naam in op de zoekmachine die binnen een seconde 132 hits meldde. Over bungalowparken, een natuurkampeerterrein, een evenementenplein, en gelukkig ook uitvoerig over het genie zelf.

Bent u in Franeker, bekijk dit planetarium. Op het eerste gezicht is het al een wonder. Dat wordt het nog meer als je beseft dat het gebouwd is tussen 1774 en 1781, toen niemand nog van Web.2 had gehoord. Daarna is het nog een keer door vernielzuchtige idioten kapot geslagen, en vervolgens door Eysinga weer opgebouwd. Waarom wilde hij dit planetarium per se maken? Om op zijn manier het universum te bedwingen, door het in de huiskamer op te bergen?

Nee. Friesland werd in die tijd onveilig gemaakt door predikant Eelco Alta. Hij woonde in Bozum. Daar had hij de boodschap doorgekregen dat er een botsing der planeten in het verschiet lag, waarbij de aarde in de zon zou verbranden. Als rechtgeaard predikant droeg hij die boodschap verder uit. Dat veroorzaakte veel onrust. Toen heeft Eysinga met zijn planetarium bewezen dat Alta van Lotje getikt was. Als Alta in het tijdperk van Web.2 had geleefd, was hij een woeste blogger geweest, en dan zou het nog maar de vraag zijn of hij een planetariumbouwer hem had kunnen bedwingen.

Het is bijna zes jaar geleden dat in een wijk in Eindhoven het eerste Nederlandse kennisnet werd geopend. Dit betekende dat de mensen daar voortaan digitaal met de hele digitale wereld in verbinding stonden. Het was op de televisie. Twee deskundigen gaven elkaar opgetogen lachend de hand. Achteraf bezien is dit een teken dat de dageraad van Web 2. was aangebroken. In de jaren negentig viel de vooruitgang al niet te becijferen, hierna was er geen houden meer aan. Ik heb er niets tegen, en zelfs als dat wel zo zou zijn, zou dat niets helpen. Iedere technische vooruitgang heeft zijn voordelen, ergernissen en rampen, zeloten en reactionairen. Een algemeen gevolg van Web 2. is dat de wereld dichter op je lip is komen zitten. En een ander is dat de omgangsvormen steeds gemeenzamer worden, waarbij hoe langer hoe meer mensen zich verplicht voelen, zo leuk en gezellig mogelijk uit de hoek te komen. Daar zou ik iets aan willen doen.

Een paar voorbeelden. Ik zet mijn laptop aan. Daar verschijnt op een hemelsblauwe achtergrond het woord 'welkom'. Wie zegt dat? Waarschijnlijk Bill Gates, de rijkste man ter wereld, aan wiens kapitaal ik een paar maanden geleden mijn negenhonderd en zoveel euro heb bijgedragen, nadat ik mijn vijf jaar oude laptop niet meer kon gebruiken omdat het geheugen te klein was voor de nieuwe programma's. Nog altijd de 42 lettertypen van 8 tot 72 punts, vet, cursief, onderstreept. Als ik hulp wil hebben, klik ik op 'help' en dan verschijnt de office assistant - een guitig kijkende paperclip die tekenfilmgeluid kan maken. Wil ik iets in de onmetelijkheid van de harde schijf opzoeken, dan komt er een hondje guitig om de hoek kijken. Het heeft allemaal niet veel om het lijf, maar het gaat nu om het geheel van de barok die aan de communicatie per computer is toegevoegd.

Op een congres van software specialisten, deze week in Edinburgh, heeft een van de allergrootste deskundigen, Tim Burners-Lee, de opmerking gemaakt die ik hierboven citeerde. We verlaten nu het stenen tijdperk van Web.2 en of we het willen of niet, we komen nu vanzelf in Web.3 terecht, zoals onze voorouders in het ijzeren tijdperk. Multigelaagde mediabases, het semantische web, waarin toch al buitengewoon 'slimme' programma's nog 'slimmere' krijgen ingebouwd. Zoiets. Mijn zegen heeft het. Maar het gaat om de bijverschijnselen, de leukheid, de guitigheid, zoals we de laatste tijd zeggen, het pimpen. Web.3 zal geweldige voordelen hebben, maar als ik me niet vergis, wordt daarmee ook het pimpen definitief gemondialiseerd, de wereld tot een evenementenplein. Dat is mijn vruchteloos bezwaar.