Griekse dialogen

In 'De korte golf' beschrijft Guus Middag radiomomenten die hem raken. Vandaag Gijs Groenteman.

Wat heb je nodig voor een goed radioprogramma? Niet veel. Een nieuwsgierige geest, en een kookwekker. Eigenlijk is een nieuwsgierige geest voldoende. Maar een nieuwsgierige geest blijft nieuwsgierig en stelt na ieder antwoord weer een nieuwe vraag. Dus dan heb je ook een kookwekker nodig.

Elke woensdagavond om tien over acht gaat Gijs Groenteman tegenover een door hemzelf uitgekozen gast zitten. Hij begroet ons, stelt de gast aan ons voor, zet zijn meegebrachte kookwekker op twaalf minuten en steekt ook maar meteen van wal - want vanaf dat moment weet hij dat hij nog maar twaalf minuten heeft om alles te weten te komen over taarten bakken, pruiken kiezen, het opvoeden van honden en kinderen, de opkomst van het gouden Ajax, het bespelen van de doedelzak - of wat die avond ook maar het specialisme van de gast mag zijn.

In de praktijk blijkt twaalf minuten een passende maat. Niet te lang en niet te kort, en de strakke afspraak zorgt voor een snelle voortgang. Ik hoor Groenteman altijd graag, ongeacht zijn onderwerp. Hij heeft een opvallende stem: hoog en lijzig, met iets drenzerigs en iets verveelds erin. Zo klinken Filemon Wesselink en Marc-Marie Huijbregts ook. Studentikoos. Het geeft een ironische draai aan zijn gevraag, alsof het niet helemaal zijn eigen keuze is en hij er ook maar door een toevallige stagebegeleider op uit is gestuurd.

Maar intussen blijkt uit zijn vragen dat alles hem enorm interesseert, zijn nieuwsgierigheid aanwakkert en aanzet tot een klein onderzoekend radio-essay. 'Is dat zo?' en 'Hoe komt dat?' zijn vragen die hij vaak stelt. Hij is niet bang, maar zeker ook niet zelfingenomen. Hij schaamt zich niet voor zijn onwetendheid. En hij is slim. Inhoudelijk lijkt hij een kruising tussen Ischa Meijer en Paul de Leeuw. Al vragend ontdekt hij wat hij zelf wel over zijn onderwerpen zou willen weten. 'Wat is een pup met een ego?' - aan de mevrouw van de hondenopvoedcursus. 'Wat is lekkerder: eten of seks?' - aan de taartenbakker. 'Iedereen heeft toch een gezicht waar haar bij past?' - aan de eigenaresse van de pruikenwinkel. En al antwoordend komen zijn gasten erachter wat ze met hun taarten, honden, doedelzakken en extensions eigenlijk in dit leven te zoeken hebben.

Zo deed Socrates het vroeger ook al, met zijn vroedvrouwentechniek: hij stelde alleen maar vragen, de ondervraagde moest de waarheid uit zichzelf te voorschijn brengen. Het belangrijkste verschil met Socrates is dat Gijs Groenteman zich bij al zijn nieuwsgierigheid soms te veel gaat ontspannen en gezellig begint mee te babbelen. Een gast die tijdens het interview zijn mobieltje opneemt en even een gesprekje voert - dat zou Socrates nooit hebben toegestaan. Een vraag als 'en hoe zit het met de pruik in de showwereld?' zul je in de dialogen van de oude Griek ook niet gauw aantreffen. Dit soort commentaar evenmin: 'Oh ja? Echt waar? Daar sta je helemaal niet bij stil als gewone sterveling, hè?' Maar daar staat wel iets tegenover. Midden in het kapsalongebabbel horen we een streng belletje: Gijs zijn kookwekkertje loopt af, na precies twaalf minuten. Einde dialoog. Daar zou Socrates dan weer jaloers op zijn geweest.

    • Guus Middag