Europa als het Paard van Troje

Een jaar na de afwijzing door de Franse en Nederlandse kiezers van de Europese Grondwet, likt de Unie nog steeds haar wonden. En tracht zij lessen te trekken uit de nederlaag. De burger staat nu voorop. Maar 'leuke' maatregelen zijn niet genoeg, zo leert een peiling der stemmingen in Den Haag, Parijs en Brussel.

Het was een inkoppertje voor president Jacques Chirac. Aan zijn voeten, een splinternieuwe brug. Aan de ene kant: Fessenheim, Frankrijk. Aan de andere: Hartheim, Duitsland. In zijn hoofd: de 'vragen over la construction européenne'.

Dus maakte hij vorige week zaterdag van deze brug een illustratie van hoe Europa zou moeten zijn. Een Europa dat tot leven komt door 'projecten die ons dagelijks leven verbeteren en ons verenigen.'

Frankrijk heeft het Europese ideaal niet afgezworen, sinds de kiezers op 29 mei 2005 per referendum met 54 procent nee zeiden tegen de Europese Grondwet. Het geloof is niet veranderd, het wordt alleen anders beleden.

Een jaar oefent Frankrijk nu in bescheidenheid. Vorige zomer kwam op het Elysée en de Quai d'Orsay de ene na de andere delegatie langs uit Europese landen waar de grondwet wél was goedgekeurd of waar de keuze nog in het verschiet lag. 'Zo'n land als Spanje,' zegt een betrokken diplomaat een tikje jaloers. 'Dat zijn nu de goede Europeanen. Ze zouden aan invloed inboeten door de grondwet, organiseerden toch een referendum en wonnen. Zij kunnen nu rustig achterover leunen.'

Frankrijk leunde niet achterover. Een paar weken na haar aantreden in mei vorig jaar besloot de regering-Villepin dat het bevorderen van concrete projecten de reddingsboei was om mee te blijven tellen in Europa. Sindsdien produceert Parijs memoranda. Over de energiepolitiek, over een gemeenschappelijke politiemacht. Sinds vorige maand ligt er ook een Frans plan om hervormingen uit het grondwettelijk verdrag door te voeren die geen verdragswijziging vergen.

Het teken is duidelijk: Parijs wint weer aan stemgeluid. Wil de Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2007 onder haar voorzitterschap de Europese hervormingen weer op gang brengen? Iedereen weet dat dit moeilijk wordt voor de verkiezingen in Nederland en Frankrijk in 2007, klinkt het uit Parijs. Kijk liever naar 2008. Dan is Frankrijk voorzitter, met een nieuwe president, precies in het jaar dat ook het Europese beleid opnieuw aan de orde komt. Het Franse voorzitterschap als 'le rendez-vous de tous les grands rendez-vous'.

'Daar heb je het Franse messianisme weer: wij zullen de weg wijzen', zucht Renaud Dehousse, directeur van het Centre Européen van Sciences-Po in Parijs. Nee, hij heeft geen vertrouwen in Franse bescheidenheid. 'Heeft u gezien hoe Villepin vorig jaar in Berlijn de lof zong op de Frans-Duitse motor? Alsof die alliantie, met een gewicht van slechts twintig procent in de Unie, voldoende zou zijn om Europa weer aan de gang te krijgen. Zielig. '

Dehousse oogstte vorig najaar lof voor zijn boek La Fin de l'Europe. Daarin stelde ook hij dat concrete projecten, en niet institutionele hervormingen, een uitweg moeten bieden aan de Europese impasse. Als het voorbeeld ziet hij de Europese muntunie: tastbaar maar met een duidelijke politieke visie. Maar een half jaar later ziet Dehousse weinig vooruitgang. De Franse Europese politiek na het referendum? 'Ik zie niet goed waaruit die bestaat. En hoe serieus moet je voorstellen nemen van een regering waarvan je niet weet of die er volgende maand nog zit?'

Toch buitelen de plannen voor een 'herstart' van Europa over elkaar heen in Frankrijk. Gedoodverfd presidentskandidaat Nicolas Sarkozy stelde voor een minigrondwet met de minst omstreden hervormingen snel door te voeren, zonder nieuwe referenda. Ex-premier Edouard Balladur ziet wel iets in een Europa van 'kringen' die in verschillende mate met elkaar samenwerken. En de socialistische aanvoerder van de nee-stemmers van vorig jaar, ex-premier Laurent Fabius, ondersteunde zijn presidentiële ambities deze week met een pleidooi voor nieuwe hervormingen om Europa 'minder liberaal' te maken.

De plannen hebben gemeen dat ze weinig discussie oproepen. Volgens Dehousse blijft het moeilijk Europa 'voor de burger een concrete betekenis te geven.' Bovendien is één jaar na het nee in Frankrijk vooral ook één jaar vóór de presidentsverkiezingen van 2007. Voor een discussie over Europa bestaat weinig animo na de rellen in de voorsteden en de nederlaag van de regering na de stakingen tegen een bescheiden arbeidshervorming. Van Chirac en Villepin valt dan ook niets meer te verwachten, zegt politicoloog Nicolas Sauger, die sinds vorig jaar op de Europese universiteit in Florence werkt. 'Het land wacht verlamd op verkiezingen.'

Welke rol zal Europa in die verkiezingen spelen? Volgens een recente peiling die het dagblad Libération liet doen, zou de Europese Grondwet ook nu in een referendum geen meerderheid krijgen. Maar alle favorieten in peilingen voor het presidentschap, zowel van links als van rechts, waren vorig jaar aanhangers van het ja. Politicoloog Dehousse verwacht dat de Franse politici Europa zullen vermijden in de verkiezingscampagne 'De Europese breuk zit te diep. Links, en trouwens ook rechts, is het electoraat in tweeën gehakt. Het verhaal over Europa dat middenklassen aanspreekt, kan nooit aanslaan bij de nee-stemmers in de volksklassen.' Directeur Stéphane Rozès van onderzoeksbureau CSA bestrijdt dat. 'De keuze voor 'nee' of 'ja' hing af van sociaal-culturele factoren, niet van politieke voorkeuren.'

De Franse kiezers staan in elk geval niet onverschillig tegenover Europa. CSA peilde begin deze maand dat 57 procent van de kiezers vindt dat de Europese Unie een belangrijke rol moet spelen in de Franse presidentsverkiezingen over een jaar. Geen verrassing, zegt Sauger, die jarenlang de houding van kiezers tegenover Europa heeft onderzocht. 'Sinds het referendum over de muntunie in 1992 is er een constante, en kritische belangstelling voor Europa bij de Franse kiezers. Ze zien Europa als de toekomst van Frankrijk.'

Sauger relativeert de gedachte dat er sinds het referendum een breuk is ontstaan tussen de Fransen en Europa. Uit kiezersonderzoek na het referendum bleek dat zowel de overtuigde eurofielen als de eurosceptici 15 tot 20 procent van het electoraat uitmaakten. De discussie over de omstreden dienstenrichtlijn, van oud-commissaris Frits Bolkestein, gaf de Fransen de gelegenheid om via het referendum over de grondwet duidelijk te maken wat voor hen ook binnen Europa voorop staat: bescherming van de verzorgingsstaat.

Volgens Stéphane Rozès, directeur van CSA, markeerde het referendum in Frankrijk wel een belangrijke verandering in de houding van de Fransen tegenover Europa. Maar de grondwet heeft daar weinig mee te maken. 'Voorheen zagen de Fransen Europa als een verlengstuk van Frankrijk. Nu is Europa het paard van Troje geworden dat de globalisering Frankrijk binnenbrengt.'

Door het referendum vragen de Fransen zich volgens Rozès af welke samenleving ze willen. Over die vraag zullen naar zijn mening ook de komende presidentsverkiezingen gaan. De Franse politici moeten eerst de vragen beantwoorden over het Frankrijk dat zij willen: hoe sociaal, hoe liberaal, hoe republikeins. Pas als die vragen beantwoord zijn, zegt Rozès, komt Europa weer in beeld.