Eindelijk een rotzak geworden

Bram Som (26) is terug, nadat hij is geopereerd aan ontstoken vlies rond zijn achillespees. De 800-meterloper is gretiger dan ooit en wil eindelijk medailles winnen op grote toernooien. 'Ik wacht op de dag dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen.'

'Ik ben van huis uit geen branieschopper, maar in een wedstrijd moet je dat soms wel zijn.' Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold arnhem sportcentrum papendal bram som foto rien zilvold Zilvold, Rien

Voor een atleet die twintig maanden uit competitie is geweest, is Bram Som opvallend blijmoedig. Geen spoortje sikkeneurigheid bij Nederlands beste 800-meterloper, maar nieuw elan nu hij weer pijnvrij kan lopen. En met de Europese kampioenschappen, de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen voor de boeg barst hij van de ambitie. 'Ik heb het gevoel dat ik ga meedoen om de medailles.'

Een boude uitspraak van een atleet die nooit uitblonk in zelfverzekerdheid en internationaal geen grote prijzen heeft gewonnen. Maar Som is tijdens zijn inactieve periode mentaal gegroeid dankzij de samenwerking met een andere sportpsycholoog. Bovendien groeide zijn vertrouwen doordat hij gelijkwaardige atleten grote prijzen zag winnen. Zoals Rens Blom, die vorig jaar in Helsinki wereldkampioen polsstokhoogspringen werd. 'Hoewel onze disciplines niet verwant zijn, denk ik zeker zo veel talent te hebben als Rens. Begrijp me goed, ik vond het geweldig dat hij won; ik zat te shaken op de bank. Anderzijds dacht ik: ben ik minder dan hem? Ik vind van niet. Ik had daar ook kunnen staan. Bij hem vielen de puzzelstukjes op een dag in elkaar; op dat moment zit ik ook te wachten.'

Mooi gesproken, maar waarop is zijn veronderstelling gebaseerd? Som heeft in 2004 de Grand-Prixwedstrijd in Hengelo gewonnen en werd derde bij zowel een Golden-Leaguewedstrijd in Berlijn als de World Athletics Final in Monaco. Voorbeeldige resultaten, daar niet van, maar niet de prijzen waarmee hij tot de dominante lopers op de 800 meter wordt gerekend. Dat laatste stapje ontbrak, al leek hij in 2004 hard op weg die te maken.

'Er zit iets nog niet goed', erkent Som, die morgen bij de FBK Games in Hengelo zijn tweede wedstrijd loopt. 'Dat heeft vooral te maken met het verschil tussen een wedstrijd op één dag en een toernooi. Een Golden-Leaguewedstrijd ga ik onbevangen in. Het is geweldig als je derde wordt, maar geen drama als je zesde of zevende finisht. Bij een groot toernooi ligt dat anders. Daar móet je in de halve finales bij de eerste twee eindigen om de finale te halen. En als dat mislukt, heb je in de ogen van veel mensen gefaald. Dat brengt een druk met zich mee waar ik moeilijk mee kon omgaan.'

Voor zijn mentale weerbaarheid werkte Som altijd samen met sportpsycholoog Bill Gillessen. Kundige man, vindt Som, maar te weinig beschikbaar om hem adequaat te kunnen helpen. Dus besloot hij te breken met Gillessen en op advies van Thomas Kortbeek over te stappen naar Marco Hoogerland, over wie hij razend enthousiast is. 'Bij Gillesen was ik soms een halve dag bezig om een afspraak te maken en hij was nooit aanwezig bij wedstrijden. Ik miste net die overgave, die ik bij Hoogerland wel aantref. Ik ben zelfs zo tevreden over Hoogerland dat ik bij de atletiekunie heb aangegeven dat ik hem in augustus graag mee wil hebben naar de EK in Gotenburg.'

Volgens Som is hij door Hoogerland een ander mens geworden. 'Ik ben van huis uit geen branieschopper of een straatvechter, maar dat moet je in de wedstrijd soms wel zijn om je plek op te eisen. Ik heb geleerd soms een rotzak te zijn. En ik heb geleerd dat in het dagelijkse leven toe te passen, zodat het in de sport een automatisme wordt. Ik zeg nu meer wat ik voel en waar het op staat. Daar had ik voorheen problemen mee; ik wilde altijd aardig gevonden worden en kon slecht nee zeggen. Dat moet eruit. Ik merk dat het me steeds beter afgaat en ik hoop dat het straks zijn uitwerking heeft in wedstrijden.'

'Lange tijd heb ik me anders voorgedaan dan ik ben. In de periode dat ik geblesseerd was, zei mijn zus wel eens: 'Knap dat je zo positief blijft.' In werkelijkheid voelde ik me beroerd. Ook tegenover mijn trainer Honoré Hoedt heb ik vaak verstoppertje gespeeld. Als hij voor aanvang van een belangrijke wedstrijd vroeg hoe ik er voorstond, zei ik meestal: 'Goed, ik heb er zin in.' Maar dat was niet altijd zo; vaak had ik er geen flikker zin in. En daardoor was ik niet coachbaar.'

Mooi dat toegenomen zelfbewustzijn. Maar is het ook ergens op gebaseerd? Misschien is Som als atleet gewoon niet goed genoeg. 'Dat vind ik niet waarschijnlijk', zegt hij stellig. 'Ik heb juist het gevoel dat ik nog niet heb laten zien wat ik kan. Als ik met de trainer over doelen spreek, durf ik te zeggen dat ik ooit 1.42,00 zal lopen. Er zijn er tien in de wereld die daarin zijn geslaagd en mijn persoonlijk record is 1.43,98, maar ik acht het niet onwaarschijnlijk. Fysiek kan ik het, geen twijfel mogelijk als ik zie wat ik in de training aankan. Of ik al mijn concurrenten kan verslaan? Absoluut. Ik heb intussen zoveel bagage, dat het er eens van moet komen.'

Maar dan moet Som niet geblesseerd raken, zoals in 2004 het geval was. Dat jaar begon het sukkelen met zijn achillespees. En het nam dusdanig ernstige vormen aan dat de loper in 2005 helemaal niet in actie kwam. 'Ik heb mijn spikes niet aangehad', spreekt de atleet pathetisch. Uiteindelijk bleek niet de achillespees zelf de boosdoener, maar het vlies dat er omheen zit. Dat was ontstoken. Maar voordat de diagnose was gesteld en tot een operatie werd besloten, had Som al een compleet winter- en zomerseizoen gemist. 'Achteraf kun je vaststellen dat ik de aard van blessure heb onderschat en er te lang mee heb doorgelopen. Maar sportarts Peter Vergouwen wist het op een goed moment ook niet meer. Hij heeft me uiteindelijk doorverwezen naar orthopeed Rien Heijboer van het Dijkzigt-ziekenhuis in Rotterdam. Voor hem was het een minuscuul kleine operatie, maar ik werd van een groot probleem verlost. De oorzaak? Overbelasting. Tijdens een trainingskamp in Kenia heb ik te hard getraind.'

Nu de ellendige periode voorbij is, hunkert Som naar wedstrijden. Zijn rentree in Nijmegen deze week verliep naar wens, want Som bleef maar tweetiende van een seconde verwijderd van de limiet voor de EK in Gotenburg. Alsof een oude liefde was hersteld, zo ervoer Som zijn terugkeer op de baan. Het voelde weer als vanouds, die 800 meter, de afstand die zo competitief en vooral zo gecompliceerd is, omdat het zowel fysiek, technisch als tactisch het uiterste van een atleet vergt.

Om de complexiteit aan te geven, vertelt Som hoe hij een 800 meter beleeft. 'Binnen dertig meter moet je op snelheid komen om zo veel mogelijk op ontspanning te kunnen lopen. Dan komt het moeilijkste en spannendste moment: het invoegen, dan moet je je plekje veroveren. Ik loop het liefst aan de binnenkant en dan maakt het me niet uit als ik 400 meter ingesloten zit, want dat gaatje komt onherroepelijk. Tussen de 400 en 600 zoekt iedereen positie om zo gunstig mogelijk aan de laatste 200 meter te kunnen beginnen. En dan kan het maar zo gebeuren dat je van een tweede plaats terugvalt naar een zesde positie. In de laatste bocht gebeurt in principe weinig, maar daarna waaiert het veld uiteen. Dat is het mooiste moment, want dan vallen er gaten, ook aan de binnenkant. Daarom moet je lang rustig blijven en vertrouwen op het moment, want 99 van de 100 keer kun je binnendoor sluipen. En dan voluit naar de finish. Het wordt trouwens wel eens tijd om een keer voluit door te trekken als de haas is uitgestapt. Je bent dan wel een mikpunt voor de anderen, maar als je op die manier wint, dwingt dat ook respect af.'

Dat respect heeft Rachid Ramzi met zijn wereldtitel in Helsinki niet afgedwongen. Zelfs niet nadat de Marokkaan die nu voor Bahrein uitkomt ook nog kampioen op de 1.500 meter werd, een combinatie die zeer uitzonderlijk is. Som heeft zo zijn bedenkingen over die prestaties. 'Ik beschuldig Ramzi niet van doping, maar ik zet wel vraagtekens bij zijn prestaties; die zijn menselijkerwijs onmogelijk. Drie keer de 800 meter en drie keer de 1.500 meter lopen, dat is nogal wat. Bovendien is zijn wisselende prestatiecurve verdacht. Hicham El Guerrouj presteerde ook uitzonderlijk, maar hij was een constante atleet, die op de 1.500 meter altijd onder de 3.30,00 liep.'

Hoe verdacht Som de prestaties van Ramzi ook vindt, hij zal zich er niet buitengewoon over opwinden. 'Ik kan zo weinig met allerlei verdachtmakingen. Ik zal gewoon tegen hem moeten lopen en hem moeten verslaan om te winnen, zo simpel is het. Alleen het gevoel is anders als je van Ramzi verliest. Tweede worden achter olympisch kampioen Yuri Borzakovsi is makkelijker te accepteren dan tweede worden achter Ramzi. En zo beleven alle 800-meterlopers dat.'

Som kan zijn sport intensief beoefenen, omdat hij over alle faciliteiten voor topsport beschikt. Een trainer, op en rondom Papendal goede trainingsaccommodaties, een privé-sponsor voor zijn auto en een goed contract bij Defensie, waar sergeant Som tussen de trainingen door werkzaam is bij de sectie communicatie van de Luchtmobiele Brigade op de kazerne in Schaarsbergen. Zijn status heeft Som op een natuurlijke manier verworven, omdat hij nooit de keus voor topsport heeft hoeven maken, maar er vanzelf is ingerold.

'Ik stond in 2000 als twintigjarige min of meer bij toeval op de Spelen. Ik wist ook niet wat me overkwam. Maar ik had niet het gevoel dat ik bewust moest kiezen. Ik had mijn meao-diploma gehaald en besloot niet verder te gaan met studeren maar alles uit mijn sport proberen te halen. Ik ben bevoorrecht, dat besef ik. Als ik een goed seizoen draai, verdien ik mijn geld wel. Maar als ik zie hoe mijn ploeggenote Lotte Visschers keihard moet werken om door te breken, mag ik niet klagen.'