Een hoedloze heer in Panama

Van wie is eigenlijk het Panama-Kanaal, dat eerstewereldkanaal in een derdewereldland? Dokter Sanchez weet het antwoord wel, maar houdt zich bij zijn vak. Hygiëne is belangrijk. 'Voor dat je het weet, heerst de pest.'

De sluizen van het Panamakanaal Foto AP Two ships pass through Miraflores Locks, foreground, as the Pedro Miguel locks sit in the distance outside of Panama City, Panama, Tuesday, April 4, 2006. A plan to expand the Panama Canal so that it can accommodate larger ships could help the canal remain one of the easiest shipping routes from the Atlantic to the Pacific, but some local residents worry they may be forced to move to higher ground. (AP Photo/Arnulfo Franco) Associated Press

Dokter Gil Sanchez draagt geen hoed, terwijl je dat in Panama van een heer op leeftijd toch zou verwachten. We hebben afgesproken in het grote park midden in de hoofdstad, waar, omringd door lover, de nationale bibliotheek is gevestigd. Binnen is het koel. We nemen plaats tegenover elkaar aan een tafel.

'Ik wil voorkomen dat de Panamezen vergeten wie ons kanaal gegraven heeft', zegt Dokter Sanchez, een gepensioneerde patholoog anatoom. Een paar dagen geleden presenteerde hij zijn boek dat De levens van het kanaal heet, maar die titel is misleidend: het is een kroniek van de dood. 'Ja', zegt dokter Sanchez met zachte stem, 'Toch is de strijd tegen de kwalijke koortsen uiteindelijk gewonnen. Dat mag een wonder worden genoemd.' Nadat de Fransen twintigduizend van hun werknemers hadden begraven, trokken ze zich uit het project terug. Dokter Sanchez zegt hoofdschuddend: 'Over de rol die muggen speelden bij de overdracht van malaria was toen nog niets bekend. De Fransen kweekten op grote schaal plantjes die ze op schoteltjes water hadden staan.' In 1903 namen de Amerikanen het kanaal in aanbouw over. De medische kennis was inmiddels gevorderd.

'Stilstaand water werd aangepakt, vuilnis werd opgeruimd, muggen werden verdelgd, mensen voorgelicht,' somt dokter Sanchez tevreden op. 'En in september 1906 kon het laatste geval van Gele Koorts worden genoteerd.'

'Dat is heel mooi', beaam ik, 'maar de arbeiders die aan het kanaal werkten, bleven jong sterven.'

'Ja', knikt dokter Sanchez. 'En de meeste slachtoffers waren zwarten, die het zware werk deden.'

Dokter Sanchez kan het weten, want hij bestudeerde meer dan vierduizend autopsierapporten uit de periode 1904-1914, de jaren waarin het kanaal door de Amerikanen werd aangelegd. 'Op die documenten staat steeds het geboorteland van de patiënt vermeld. In tachtig procent van de gevallen was dat Barbados, Jamaica, Granada, Montserrat, Antigua, Trinidad, St Kitts. De Cariben, kortom.' Jonge mannen die naar Panama waren gekomen om te werken aan het allergrootste waterbouwkundige project dat de wereld ooit had gekend. Dokter Sanchez beschrijft in zijn boek waaraan ze overleden: longontstekingen, tb, syfilis, tyfus, afzichtelijke abcessen, infecties die vanuit de voorhoofdsholten door het hersenvlies heendrongen, bacteriën die het hart lamlegden.

'En in vrijwel alle autopsierapporten staat vermeld dat de patiënt ook aan amoebe of aan andere parasieten leed. Kunt u zich voorstellen hoe die mensen zich voelden? Ze hadden koorts, diarree, ze waren doodmoe, en toch werkten ze twaalf uur per dag, zes dagen in de week. Je ziek melden was er toen niet bij.'

Dokter Sanchez wil de herinnering aan deze voorouders levend houden, juist nu er gesproken wordt over verbreding en modernisering van het kanaal dat in 1999 door de Verenigde Staten aan Panama is overgedragen. 'Van wie is dat kanaal nu eigenlijk?' fluistert dokter Sanchez nauwelijks hoorbaar om de andere bibliotheekbezoekers niet te storen. 'Van de kinderen van die zwarten die nog steeds arm zijn en waar vaak denigrerend over gesproken wordt?' Niet dat dokter Sanchez pleit voor een sociale strijd met het kanaal als inzet, want dan zou het functioneren van deze verbinding tussen de twee oceanen wel eens kunnen gaan haperen. 'Dit derde wereld land heeft een eerste wereld kanaal', stelt hij vast. 'Daar moeten we erg voorzichtig mee omspringen.'

Ook mag de aandacht van de medische stand niet verslappen. 'We moeten blijven strijden voor hygiëne, tegen stilstaand water, anders komt de malaria weer terug. Elke dag worden zes ratten in de stad gevangen en naar het ziekenhuis gebracht om te worden bestudeerd. Panama is een havenstad. Ziekten kunnen ongemerkt binnensluipen. Voor dat je het weet, heerst de pest.'

Toch zal, ondanks alle inspanningen, het lijden nooit kunnen worden uitgebannen, vreest dokter Sanchez, want de mens weet steeds weer zijn omgeving tot een bedreiging te maken. 'Kent u onze prachtige Avenida Balbao?' vraagt hij.

'Ja!' zeg ik verrast. In gedachten zie ik de boulevard voor me die uitzicht biedt over de baai waar schepen liggen te wachten voor de ingang van het kanaal. Wie in noordelijke richting gaat, ziet de kerktorens en de koepels van de oude, Spaanse stad . Aan de zuidkant verrijzen de wolkenkrabbers van het nieuwe Panama. Dokter Sanchez zucht. 'De schitterende palmen langs de Avenida Balboa zijn allemaal zwart.' Ik begrijp waar dokter Sanchez heen wil. Het vierbaans verkeer dat over de boulevard raast, is om gek van te worden. 'In de eerste wereld wordt nu veel gedaan tegen de uitstoot van dieselmotoren, in de derde wereld zal dat nog heel lang op zich laten wachten.' Dokter Sanchez ziet de autopsierapporten van de toekomst al voor zich: 'Allemaal zwarte longen.'

We nemen afscheid voor de ingang van de bibliotheek. Ik wil dokter Sanchez eraan herinneren dat hij zijn hoed binnen heeft laten liggen, maar bedenk me nog net op tijd. Terwijl we worden omsloten door het getsjirp van krekels, het gezoem van maai machines en het ge plof-plof van tennisballen, zegt dokter Sanchez peinzend: 'We denken dat we zelf onze geschiedenis bepalen, maar dat is niet zo. Het zijn de ziekten die we krijgen - of juist niet krijgen - die dat doen.'